Van Lelystad naar Antwerpen naar Alkmaar

Tags

, , , ,

Lelystad, 4 november.
Poezie van binnen naar buiten. Een leerlijn van poezie door de middelbare school heen. Met leerlingen van de tweede klas gaan we naar een bedrijf, instelling of een andere werkplek. We vertellen erover voor we vertrekken, maken een lijst met vragen die zij ter plekke kunnen stellen. En dan gaan we op pad, deze keer met jongeren van het Arcus college.
Aan het begin zijn ze wat onwennig, ze zitten in andere groepen dan ze gedacht hadden. Er loopt een VPRO-tv ploeg mee, als ik de klas binnenkom staat een van de programmamakers de namen van de leerlingen al op te noemen ter controle van de aanwezigheid. Later begrijp ik dat in het tv-format twee presentatoren een aantal weken als ‘leraren’ meelopen. Ter beleving van het leraarschap van binnenuit, neem ik aan. Eerder hebben ze ook al eens voor een reeks een tijdje hun intrek genomen in een wooncentrum met ouderen.
Enthousiaste, betrokken makers, ik mag ze wel. Nu moet ik even zoeken wanneer ik mijn rol  kan pakken. Beetje rommelig begin.
Met mijn groepje ga ik naar het Wortmangemaal. Het is een van de gemalen die hebben geholpen Oostelijk Flevoland droog te leggen. Ondanks de aanvankelijke scepsis over de gang van zaken blijken sommige leerlingen zeker als het om technische zaken gaat zoals het verwerken van hoeveelheden water aardig mee te kunnen denken en verrassend goede antwoorden te geven (dingen die ik alleen maar wist doordat ik me er van tevoren in verdiept had).
Met zijn allen gaan we op weg, op de fiets, we zijn een minuut of twintig onderweg.
Het gemaal werkt nog steeds, meestal zijn er een paar mensen aanwezig die de zaak draaiende houden, een van hen leidt ons rond. Binnen in het gebouw, vol met installaties, metertjes en stalen trappetjes bestaat een wand uit een kunstwerk, een drieluik dat het ontstaan van de Flevopolder in drie stappen weergeeft. Ik vind het wel een fraaie tegenstelling: de kunst die de techniek in bedwang houdt. Of is het andersom? Bij de bouw van het gemaal moest een procent van het budget aan kunst besteed worden. In die zin zijn de verhoudingen scheef maar ik vind de wand heel aanwezig, zo niet overheersend. Het geeft het gebouw zeker een extra dimensie, het is ook alsof het nooit echt stoffig en smerig kan worden. Alsof de schoonheid zegt: tot hier en niet verder.
Buiten op de gevel staat een gedicht. En later, als we terug op school zijn, schrijven de leerlingen het hunne, met de hulp van een opdrachtvel.
*
Antwerpen, 8 november.
Kunsthumaniora in Antwerpen doen weer mee aan Debat & Essay, de activiteit met voorrondes en een finale met vijfde- en zesdeklassers uit Nederland en Belgie.
Het is een school waarop de scholieren veel tijd besteden aan een van de kunsten, heel serieus al, naast het afwerken van een regulier middelbare schoolprogramma. Er zijn een paar van deze scholen in Vlaanderen, in Gent zit er een in de straat waar ik tegenwoordig altijd logeer. Ik kom de leerlingen vaak tegen en ze gaan anders met elkaar om dan gemiddeld. Ze hebben al gekozen, ze zijn gedreven, ze prikkelen elkaar, hun energie gaat zitten in het aanboren van creativiteit. In hun leven is er vanzelfsprekend plaats voor rebelsheid, zoeken naar iets nieuws, boosheid zelfs als daar sprake van is. Maar geen flauwekul, geen zinloze rottigheid, ze hebben al een spannende uitlaatklep. In ieder geval geldt dit voor veel van hen.
Elk jaar is het afwachten of de school mee kan doen, vanwege het drukke programma van de leerlingen. Deze keer zijn we eruit gekomen met twee muziekklassen. Maar dan moest ik de workshops rond het essay veel eerder komen geven dan andere jaren. vandaar dat ik hier vandaag ben. De groep groep klassiek in de ochtend, de groep jazz/rock in de middag.
Allemaal muzikanten, de groepen barsten van de overeenkomsten en de verschillen.
de gedrevenheid is hetzelfde, de wil om iets te maken dat raakt, het plezier. De klassieken zijn gemiddeld wat intellectueler, de jazz/rockers wat wilder, zoekender.
Ik verheug me erg op de dag met hen en dat komt er ook uit. Verrassende wisselwerkingen, ik heb gedichten uitgezocht die allemaal een vorm van muzikaliteit in zich dragen. Soms overheerst de klank, een andere keer zit het in het ritme van de regels, een volgende keer in het zoemen van de woorden of in het knetteren van betekenissen, in herhaling, in alliteratie, in haast, in energie, in woede.
We besluiten met Lamento van Remco Campert, in een groepsvoordracht waar iedereen aan meedoet, waar iedereen het zijne of hare in kan stoppen, waar we met zijn allen een cadans in kunnen vinden, waar we met zijn allen ieder individueel deel van het geheel worden.
Al doende kom ik op nieuwe ideeen, ik zou in groepjes kunnen indelen en ze allemaal een aparte opdracht meegeven, die te maken hebben met tempo, met koor, met echo, met tegenstellingen luid en zacht, hard en licht, met herhaling van de herhaling.
Ik heb altijd te weinig tijd. Volgende keer meer.
*
Alkmaar, 9 november.
Clavis book cafe, in het nieuwe pand van de uitgeverij in het centrum van Alkmaar. Nieuw pand voor Clavis, historisch erfgoed van Alkmaar, midden in het centrum.
Book cafe: ongedwongen ontmoeting van schrijvers en lezers, lezingen, bijpraten, met elkaar eten, beroemde patat van om de hoek, en tegen het eind een quiz over nieuwe boeken, zoals En toen kwam Timothy. Ik weet dat ik tijdens de quiz in een moment van onoplettendheid iets doms heb gezegd waarvan ik hoop dat het tot niemand is doorgedrongen. Het ging nota bene over trilogieen, waar ik op dit moment zelf mee bezig ben.
De quizvraag over En toen kwam Timothy was: ‘Welk boek gaat vooraf aan dit boek?’
Juist. Ze zijn wel los van elkaar te lezen, onthoud dat!

Van Goes naar Hilversum naar Antwerpen.

Tags

, , , , ,

Goes, 29 oktober.
Voor het eerst een dagje gewerkt met een klas in Zeeland. Volgens mij is de enige andere provincie waar ik nooit een workshop of een les heb gegeven Drenthe.
In Zeeland ben ik geboren en ik heb er gewoond, dit bezoekje was het eerste sinds vele jaren.
Mensen hebben vaak een speciale band met hun geboortegrond, ik niet.
Het is eigenlijk wel tekenend dat ik er nooit meer kom, zelfs niet voor mijn werk dat me toch in alle uithoeken van het land brengt.
Goes ken ik trouwens amper, alleen van doorheen of eerder nog langs rijden. Zeeland is met al dat water heel versnipperd, voor Tholen waar ik woonde was West-Brabant meer een orientatie.
Met een clubje van School der Poezie moesten we op het Ostrealyceum zijn.
In Zeeland heeft elk eiland of elke streek een eigen dialect, een variant van het Zeeuws. En die dialecten hebben dan per dorp ook nog eens een eigen kleur, tot verbazing van mijn Braziliaanse zwager. In zijn gigantische geboorteland zijn er zowat minder verschillen dan op een klein Zeeuws eiland.
Die varianten van het Zeeuws en het strenge zwarte kousen geloof zijn zeker medebepalend voor mijn beeld van Zeeland. Dat draag ik mee en ik had vast gedacht daar elementen van tegen te komen in Goes, op de een of andere manier.
Als ik op een school in Gouda les geef, proef ik ook snel invloeden van de bible belt.
En op scholen in Twente golft het zangerige accent je tegemoet.
Maar hier in Goes eigenlijk niets van dat alles. Amper leraren en leerlingen met een duidelijk Zeeuws accent ( niet jie voor jij of joe voor jou, of hekrehen voor gekregen, de h voor de g). En ik botste ook niet op zwaar christelijke invloeden.
Toevallig had ik een klas met jongeren met heel divers, soms ook problematische achtergronden (begreep ik), met alternatievelingen, met punkerige types bij wie Zeeuwse roots niet direct waren te herkennen. met mensen in een eigen cultuurtje.
Ik voelde me wel op mijn gemak bij ze, ook bij de leraren.
Wat ik zag van Goes op deze school is het getekende gezicht van een vrijzinnige provinciestad zoals ik die overal in Nederland zou kunnen tegenkomen.
Echt platte vooroordelen had ik niet maar voor zover ik verwachtingen had op grond van vroege ervaringen in Zeeland en recente in andere gebieden werden die volledig onderuitgehaald.
Ik was niet ontevreden over de gedichten, het kostte wel moeite om de leerlingen zo ver te krijgen ze aan het eind van de ochtend voor te lezen. Maar ze deden het! Helaas, in de middag haakten een aantal winnaars weer af tijdens de Poezierevue.
Uiteindelijk kregen de onzekerheid en het gebrek aan zelfvertrouwen toch de overhand. Terwijl ik dacht dat het sommigen wel paste, zoals ik wel eens vaker zie bij dwarsig scheef paarsig haar.
*
Hilversum, 30 oktober.
De Alberdingk Thijm Mavo om half negen in de ochtend. De lessen beginnen pas een kwartier later. Hoogstwaarschijnlijk ben ik in de kleinste middelbare school die ik ken. Een Mavo met in totaal zeven klassen, twee eerste, twee tweede, tweede derde en een vierde. Rond de honderdzestig leerlingen, zoiets moet het zijn.
Verscholen in de bocht van een straat, in een relatief oud pand, overzichtelijk met twee verdiepingen. De directeur staat bij de deur om iedereen te ontvangen.
Het vraagt om heel eigen sfeer en aanpak. Tot kwart voor negen lezen de leerlingen hier in een boek, dwars door elkaar heen, overal in het gebouw. In stilte.
Ontspannen, geconcentreerd. Iedereen gelijk, iedereen lezer. Ongedwongen, ergens op een bank, met opgetrokken knieen. Of tegen een muur aan, met gestrekte benen. Of in een hoekje van een kleine kantine.
Nooit eerder gezien of meegemaakt. Bijzondere school, ik hoop ze de volgende keer tegen te komen met Jordi in hun handen. Of En toen kwam Timothy. Moet kunnen in zo’n leescultuur.
Deze school heeft bijna een jaar geleden meegedaan aan de activiteiten rond de Stadsdichter van Hilversum. Ik ben hier toen niet geweest, maar sommige leerlingen, winnaars van toen, kennen me van de bijeenkomsten in de bibliotheek en in theater de Vorstin, voor de finale. ‘Weet je nog?’ vragen ze, ‘die avonden met die ontelbare dozen met pizza’s. ik heb nooit zo veel pizza gegeten als toen.’
Nee, ik ook niet. Lekkere, goed belegde pizza’s waren het, heel gevarieerd, met vis, kip, veel groente. Zoiets vergeet je niet.
*
2, november, 3 november, Antwerpen, de Boekenbeurs.
Voor het eerst zit ik er met En toen kwam Timothy. Op weg naar de stand, speurend naar de omslag, op de stellingen. Altijd een mooi  moment, ja daar!
De stand is deze keer anders, voor het eerst sinds jaren. We zitten niet aan weerszijden van een looproute, maar er is een soort plein geschapen. Met een paar anderen zit ik aan een kant, aan de overzijde is de balie waar de boeken afgerekend worden. Naast me is een speelplek voor de peuters en kleuters, met een reuzenboek, en enorme dobbelstenen.
Twee dagen lang veel bekende en onbekende gezichten. Een jongen als Jordi koopt Jordi. Hij maakt muziek. Voor hem is dit boek zeker. Een meisje zegt dat ze een recensie gaat schrijven. Ik deel de bibliotheekrecensie uit, inmiddels twee weken oud. En boekenleggers. De uitgeverij heeft net iemand aangetrokken die de filmacademie in Brussel heeft afgerond. Net nu wij druk zijn met filmpjes maken op het Haarlemcollege.
Ik hoop dat dit een goed voorteken is.

Eerst het kunstwerk, dan het gedicht

Tags

, , ,

Weken in vogelvlucht.
Zes dagen in totaal op het IJburgcollege, eind oktober, begin november, op 6 november onderbroken door stakingen in het onderwijs. Verschillende activiteiten rond poezie.
Brugklasleerlingen gaan gedichten voordragen en allemaal individueel een gedicht schrijven.
Bij beeldende vakken hebben ze een kunstwerk gemaakt over een onderwerp dat hen dierbaar is. Het is de bedoeling dat hun eigen kunstwerk de inspiratiebron wordt voor het gedicht dat ze gaan maken. Het omgekeerde van de regelmatig terugkerende praktijk waarin leerlingen een tekening of kunstwerk maken bij een zelf gemaakt gedicht.
Ik ben benieuwd wat deze omkering oplevert.
De eerste les bereiden de leerlingen in groepjes de voordracht van een gedicht voor. Grappig om te zien dat in elk clubje de initiatieven over elkaar heen buitelen. Soms neemt iemand heel vanzelfsprekend de leiding, zoals een vrolijk, levendig meisje van Marokkaanse afkomst dat voetbal- en vooral Ajaxfan is. Heel natuurlijk gaat dat, ze hoeft geen moeite te doen.
Haar groepje met alleen meisjes geeft een eenvoudige maar gave, strak uitgevoerde voordracht van een gedicht over vriendschap van Willem Wilmink, En soms gebeurt het, met regels in koor.
Het verrast me, ook hoe goed ze aanwijzingen direct hebben opgepikt (begin- en eindpositie, hoe ze erbij staan, hoe ze zich bewegen, noem maar op).
Jongens hebben plezier bij het vorm geven van een dadagedicht, ze hebben haast te veel ideeen, in hun uitvoering zit veel fantasie en lekkere drukte en de lol spat ervan af.
In de ene klas overheerst het plezier de creativiteit, in de andere klas is het andersom. Soms lopen ze even vast maar ze komen altijd tot een gezamenlijke voordracht.
VMBO-leerlingen die als druk bekend staan, ik vind dat ze het uitstekend doen.
Voor ze in de tweede les het gedicht gaan maken beantwoorden ze vragen over hun kunstwerk, ook over het voorwerp dat ze uitgebeeld hebben. Ze verzamelen al woorden, ideeen die ermee te maken hebben, een vergelijking die erbij past en zo meer. En ze krijgen tips over het schrijven van een gedicht, bijvoorbeeld over klank en ritme.
De resultaten hebben iets fris, zijn onopgesmukt, in alle eenvoud iets ontroerends.
Een paar voorbeelden:

Het hartje van de familie

Wonder van de geest
in een doos
het is een hartje
van buiten goud van binnen glas
het is lichtgoud
het is een hartje
in een doos
liefde in een hartje
de binnenkant van blijdschap
in een hartje
in een doosje

Isabella

De bril

Het is mijn eerste bril
Ik was vier jaar
ik ging heel hard huilen
Hij is bruin
hij zat niet zo fijn
Ik kreeg pijn
boven mijn oren
was een heel dure bril
dus ik gooi hem niet weg
hij was klein maar krachtig

Butahan

 

 

De bibliotheekrecensie

Tags

, ,

Na de volle week op het Muiderslot ligt een rustiger week te wachten, vanwege de herfstvakantie. Ik heb nog wel veel werk thuis te doen, zoals het selecteren van gedichten uit alle klassen waarmee ik de afgelopen tijd gewerkt heb.
Verder staan er vooral afspraken om bij te praten en te wandelen op het programma.
Afgelopen zaterdag at ik bij een vriend en op zondag bezocht ik met familie het van Eesteren paviljoen. Twee van ons werken veel of regelmatig in Amsterdam nieuw-west, de wijk die hij vormgegeven heeft.
Tussendoor, in de nacht van zaterdag op zondag, kon ik me ineens niet bedwingen, in de vrijheid en de ontspannen sfeer van dit weekend.
En toen kwam Timothy is een aantal weken uit, recensies komen in mijn geval meestal wat later. Inmiddels ben ik op het Haarlemcollege begonnen aan Boek in Beeld in de derde klas van de afdeling Podium en Presentatie, waarvoor ik veel doe.
Deze keer staat En toen kwam Timothy centraal – speciaal hiervoor heb ik korte monologen, dialogen geschreven, volledig ontleend aan het boek maar wel wat aangepast zodat ze iets makkelijker op eigen benen kunnen staan.
Ook gebruiken we wat trailerachtige teksten. Het is de bedoeling dat we veel filmpjes gaan maken, korte filmpjes van een halve minuut, hoogstens een minuut. De leerlingen zitten met hun neus bovenop dit net uitgekomen boek, ze leren kernen kennen die we er voor ons werk kunnen uithalen. Geen van de filmpjes hoeft het hele boek te omvatten, ook niet in kort bestek. Het is meer de bedoeling dat ze allemaal een eigen accent leggen, ze moeten wel allemaal iets wezenlijks van het boek blootleggen. De neiging volledig te willen zijn laat ik varen, dat is bevrijdend. Bij elkaar kunnen de filmpjes wel een zekere mate van compleetheid bieden. Al doende maken de leerlingen de praktijk mee van het maken en het presenteren van kunstzinnig werk, en komen taal, theater en film samen.
Over een paar maanden kunnen we misschien ook een presentatie van het boek en de filmpjes in het goed uitgeruste theater op het Haarlemcollege organiseren. Als ik iets doe bij het uitkomen van een boek wil ik er eigenlijk altijd jongeren bij betrekken. Het moet passen, het liefst wil ik het verbinden met andere activiteiten (zoals ooit De vijfde jongen is gepresenteerd op de Marokko-tentoonstelling in de Nieuwe kerk, waar ik ook met klassen werkte).
We zullen zien, we willen het allemaal, mijn partners in crime op het Haarlemcollege en ik.
Natuurlijk ben ik op allerlei manieren met En toen kwam Timothy bezig. Ik ga over een paar weken naar de Boekenbeurs in Antwerpen, vaste prik maar altijd speciaal als er net een nieuw boek uit is. Daarna doe ik mee aan een boekencafe in Almaar. Tegelijk blijf ik heel druk met workshops, lessen, regie, scholen, klassen. Het gaat stapje voor stapje, ik zoek de gaten in de tijd. Ben me aan het voorbereiden op activiteiten via diverse media.
Heel belangrijk na het uitkomen van een boek is voor mij de recensie van de Nederlandse bibliotheekdienst (NBD/Biblion). Daar kopen de bibliotheken en ook veel mediatheken op in, zowel in Nederland als in Belgie. Het is een recensie waar per definitie mee- of tegenvallende verkoop aan gerelateerd is. Ik kan echt een schema maken:  hoe positiever de recensie hoe beter de verkoop. Als de recensie heel goed is maar er wordt wel een minpunt genoemd, dan scheelt dat bij wijze van spreken al, bij twee minpunten wordt dat al wat meer. Zo schuif je op naar een kantelpunt waarbij het aantal verkochte exemplaren aan bibliotheken en mediatheken echt ondermaats is.
Dan sta  je direct met 1-0 achter. Twee keer heb ik meegemaakt dat ik ontevreden was, niet desastreus maar echt te weinig. Gelukkig kun je dan een herrecensie aanvragen, iets wat alleen kan bij NBD/Biblion. Ze begrijpen daar ook wel dat er veel van afhangt, het gaat niet om een recensie in een krant of op een site.
In het geval van Tweesprong was ik erg teleurgesteld, ik had alleen maar goede recensies gekregen, bijvoorbeeld in de Volkskrant. En ineens was die bibliotheekrecensie nogal negatief. Mede op grond van al die gunstige kritieken werd mijn aanvrage voor de tweede recensie gehonoreerd. Vervolgens kwam het helemaal goed.
De recensie van Spinsels van een kater was niet eens echt negatief, maar kwam aan het einde van het jaar. Misschien waren de budgetten wat geslonken, en er stond een zinsnede in die voorzichtig kon maken: ‘voor de liefhebber.’
Genoeg grond voor weer een aanvrage van een herrecensie. Ook deze keer met resultaat: honderden exemplaren meer verkocht, bovenop het eerdere aantal, dat ook weer niet verschrikkelijk laag was geweest.
Los van de verkopen en het geld: ik wil graag goed in de bibliotheken vertegenwoordigd zijn, ook in mediatheken, ik zie het als een basis. Daar kan iedereen terecht. Als het daar goed zit, kun je hopen op en werken aan een zo goed mogelijke algemene verkoop maar dan heb je al wat zekerheid. Vooral als je niet iemand bent die altijd topverkopen haalt, tikt het aan. En financieel zijn als extraatje ook nog eens de leenrechtvergoedingen prettig (een bedragje per uitgeleend boek).
Het is te hopen dat de bibliotheken na de bezuinigingen van het vorige decennium verder met rust gelaten worden, en liefs weer kunnen uitbreiden. Als beleidsmakers de betekenis weer op waarde weten te schatten.
Met andere woorden: van belang die recensie, met enige zenuwen kijk ik er altijd naar uit. Meestal komen ze zo’n drie maanden na het verschijnen van een boek.
Zo ver was ik nog niet, dit weekend verwachtte ik nog geen recensie, zeker geen bibliotheekrecensie. In de afgelopen weken heb ik in de drukte van mijn werk nog niet gegoogeld, op internet gekeken of op andere manieren gezocht, ook om mezelf te beschermen. Ik zoek altijd geschikte momenten uit om dat te doen, mijn hoofd moet leeg zijn, ik moet wat ruimte, wat tijd hebben om zo nodig te verwerken wat ik tegen kom. Als ik iets naars lees en ik moet de volgende ochtend vroeg een les geven, is dat lastig. Ik wil wat ik heb gelezen kunnen plaatsen, ik moet erover nadenken. Meestal heb ik aan een dag voldoende.
Bovendien, dat zoeken kost veel tijd, als ik mezelf dan toch eens googel, ben ik voor ik het weet uren verder. Ik kan dan van alles tegenkomen, ook oude dingen die ik herlees en weer nieuwe ideeen over krijg. In een drukke periode kan ik dat beter niet doen.
In de nacht van zaterdag op zondag was ik tussen twee prive-bezigheden in en met een relatief rustige week in het vooruitzicht blijkbaar in een stemming dat ik mezelf om half twee ’s nachts ineens rondkijkend op internet terugvond. Deze manier van zeggen klopte in dit geval heel goed.
Direct zag ik het al: bij zoekterm En toen kwam Tmothy doken de namen van bibliotheken op, Rotterdam al, andere plaatsen, ook in Belgie.
Niet aan te ontkomen, ik moest verder, ik wist dat de recensie te vinden moest zijn. Als je op een boek dat de bibliotheken in huis hebben doorklikt, heb je wel kans om erbij te komen, vaak is ie wel beschikbaar gemaakt.
Het kostte, om twee uur ’s nachts inmiddels, wat moeite, maar het lukte. In de zenuwen, hoe erg kon het zijn, een aantal bibliotheken hadden het boek in ieder geval al aangeschaft.
Eerste horde genomen of zou ik de komende week tijd moeten besteden aan het aanvragen van een herrecensie?
Het verhaal wordt verteld in 82 korte afgeronde hoofdstukken, wat erg prettig leest. In een rap tempo volgen veel gebeurtenissen elkaar op. Veel actuele nieuwszaken worden besproken zoals een horrorclown en een neerstortend vliegtuig. Ook is er veel ruimte voor het belang van de kunsten (muziek, schilderkunst). Jordi twijfelt of hij op jongens of op meisjes valt. Hij denkt veel na over het leven, over wat hij wil en wat hem gelukkig maakt. Zelfstandig te lezen vervolg op Jordi*. mooi psychologisch verhaal waarin jongeren vanaf ca. 13 jaar zich zeker zullen herkennen.’
Reden om heel opgetogen te zijn?
De volgende dag, de familiedag, maakte ik er een spel van. Wie dacht: het volle pond? Wie dacht: net niet het volle pond? Wie dacht: heel goed, maar niet uitzonderlijk, enzovoorts en telkens gingen er wat exemplaren af.
Niet iedereen vond: het volle pond, het had nog enthousiaster gekund. Anderen meenden van wel.
Zelf geloof ik toch dat ik blij mag zijn. Niets negatiefs. In kort bestek worden veel elementen benoemd, de 82 korte hoofdstukken, ‘leest prettig’, wat ik beter vind klinken dan ‘leest als een trein.’ Aan de ene kant ‘in rap tempo veel gebeurtenissen’, aan de andere kant de verdieping: ‘(Jordi) denkt veel na over het leven, over wat hij wil en wat hem gelukkig maakt.’ Niet saai dus, er gebeurt genoeg, maar dat is niet alles, wat mij betreft, en dat komt er ook uit.
Die actualiteit, fijn dat het benoemd wordt -het is bij mij wel altijd actualiteit die een tijdloze kant heeft, anders zou ik er niet aan beginnen.
Jordi twijfelt of hij op jongens of meisjes valt: zelf zou ik het woord ‘twijfel’ niet gebruiken, hij ontwikkelt zich en elke ervaring is er een. Maar op zich is het geen punt dat het woord in deze recensie staat.
Gek eigenlijk dat Timothy niet wordt genoemd, hij is een katalysator, van gevoelens en van ideeen, maar ook dat doet niet echt afbreuk. Dit soort recensies  zijn tamelijk technisch, ze hebben een formule, in kort bestek moet er veel aangestipt worden.

Plagiaat!!

Tags

,

Een volle week Muiderslot achter de rug, met elf groepen in totaal gewerkt tijdens tien dagdelen, een keer een combinatie van twee gymnasiumgroepen.
Op de vroege maandagochtend moest ik voor ik thuis vertrok even een vervelend bericht, dat net binnenkwam, parkeren. In de klassen waarmee ik op het Calandlyceum gewerkt had, waren maar liefst vier plagiaatgevallen geconstateerd.
Bij de geringste twijfel check ik altijd op internet, al kan er in een drukke tijd best eens een doorheen glippen. Gelukkig is het me niet heel veel gebeurd, nu was het ook al een hele tijd geleden.
Vier gevallen, ook wel heel extreem. Meestal kan ik ook heel goed nagaan hoe de leerlingen gewerkt hebben, hoe ze de opdrachten hebben verwerkt.  Vaak neem ik ook kladblaadjes mee, dan kan ik de ontstaansgeschiedenis van het gedicht goed volgen. En in de klas let ik ook zo goed mogelijk op, dan kan ik ook vaak al zien aan de antwoorden die ze geven op voorbereidende vragen hoe ze bezig zijn. Dat gebeurt dan allemaal al voordat ze het definitieve gedicht schrijven. Hoe meer ze hebben genoteerd, hoe eigener hun werk.
De School der Poezie is er heel alert op dat er in de poezierevues geen gedichten voorgedragen worden die geplagieerd zijn. Als dat te vaak zou gebeuren haalt het de kracht uit de shows, de oneerlijkheid zou gaan regeren. Plagiaat in mijn lessen is mijn eer te na, eerlijk gezegd.
Maar in deze volle week moest ik al mijn aandacht geven aan en concentratie richten op de groepen op het Muiderslot. Sinds dit voorjaar zijn we meer dan ooit gericht op het kasteel zelf, uit de zalen daar halen we de meeste inspiratiebronnen (al doen de tuinen en de pruimenboomgaard ook nog steeds mee). Het kasteel zelf staat nu centraal, ook niet een tentoonstelling of iets dergelijks.
We werken nu zelfs vanuit het kasteel, dat is deze keer helemaal nieuw. Tot nu toe was ons trefpunt altijd de kazemat, het gewelf onder de wal, waar vroeger soldaten bivakkeerden en munitie lag opgeslagen. Daar ontvingen we leerlingen, daar keerden we terug om wat te drinken, daar kregen ze hun instructies en daar rondden we de ochtend of middag af.
Nu zijn we verhuisd naar de zolder van het slot zelf. Een stevige klim, een paar keer op en neer, goed voor de lichaamsbeweging, wij leveren een totaalpakket. Zeer vakoverstijgend. Al snel kom je op vier, vijf disciplines (geschiedenis, biologie, aardrijkskunde, kunst en cultuur, lichaamsbeweging, literatuur natuurlijk). Afgerond met de creativiteit van het schrijven, het zelf iets maken.
De zolder is me wel bevallen. Het licht is nog niet denderend, misschien moet er nog wat geschoven worden met tafels en stoelen, aan de indeling kan nog wat gesleuteld worden, maar het heeft wel wat. En de leerlingen worden niet afgehouden van hun eerste neiging: op naar het kasteel! Naar binnen daar! Dat willen ze altijd, als een natuurlijke impuls, als veulens die terug willen naar de stal.
En bij het werk tussendoor, bij de instructies, kan ik ze hier zeker zo goed bereiken als in de kazemat, die toch wat benauwder is, en waar we te maken hebben met verschillende compartimenten.
Tijdens het werk moest ik echt niet aan die plagiaatkwestie denken. In ieder geval had ik goede afleiding. Pas weer thuis, ’s avonds na vijven, kon ik me erover buigen. Uitzoeken wat er gebeurd kon zijn.
Van een gedicht bleek al snel dat het er een misverstand in het spel was, het ging niet om een gedicht dat uit mijn les was voortgekomen.
In een ander geval lukte me het maar niet om een match met een bestaand gedicht te vinden op internet, welke zoekopdrachten ik ook invoerde en of ik het gedicht nu op zijn kop hield of linksom of rechtsom bekeek.
Anderen bleken vervolgens dezelfde ervaring te hebben. Wat bleek? Die jongen had zelf opgeworpen dat het gedicht niet van hemzelf was, toen in de klassen plagiaataffaires ter sprake werden gebracht. Dat was voor waar aangenomen, blijkbaar niet gecontroleerd. Begrijpelijk. Ik kon me die jongen herinneren. Beetje hippig en stoer, en niet onwelwillend. Iemand bij wie je wel wat creativiteit kon vermoeden. Ook wist ik nog dat hij wel degelijk ter voorbereiding woordverzamelingen en aantekeningen had gemaakt waar zijn uiteindelijke gedicht toe te herleiden was.
Beetje mysterieus. misschien had hij niet gekozen willen worden voor de revue en probeerde hij er zo onderuit te komen. Kan, misschien kreeg daar zijn stoerigheid toch de boventoon.
Aan het derde geval bleek ook weer iets apart vast te zitten: een meisje dat ik uitgekozen had, was vervolgens tijdens een presentatie met een heel ander gedicht op de proppen gekomen. En dat bleek wel van internet geplukt, of waarvandaan ook. Dat had ik ook nog niet eerder meegemaakt. Niet tevreden over haar eigen werk, blijkbaar, of misschien wilde ze er om welke reden ook niet mee naar buiten treden.
Dat gebeurt de laatste tijd steeds meer, is mijn indruk. Heel erg jammer is dat, het bemoeilijkt een deel van ons werk, dat ik een essentieel onderdeel vind.
Voordragen, presenteren. Ik zie dat altijd als: genieten met elkaar, delen met elkaar, iets blootleggen dat anders verborgen blijft. In een zo veilig mogelijke situatie. Niks uit je hoofd, alle rust, met een goede voorbereiding.
Zo simpel is het voor sommigen niet, maar wat maakt het steeds lastiger? Ligt het aan sociale media, aan de manier waarop mensen elkaar daar bejegenen? Wordt het steeds moeilijker voor leerlingen om een eigenheid te tonen, een gevoeligheid, een andere kant? Wordt dat onveiliger? Wordt taal, tekst, kunst steeds breekbaarder, precairder, linker? Behalve dan de nu geaccepteerde vormen als rap, hiphop, breakdance? Moet je steeds meer oppassen je nek uit te steken?
Gelukkig zijn er nog genoeg die wel willen en kunnen. Soms vraag ik me af of de weigerachtigheid te makkelijk geaccepteerd wordt. Optreden in het openbaar kan heel veel opleveren, vrijheid, zelfverzekerdheid, uitwisseling, openheid, het openbreken van deuren, allerlei mogelijkheden, vervelende beperkingen opheffen. Maar als stemming en sfeer en intenties in een onderwijskundige situaties er niet op gericht zijn zullen mensen zichzelf minder vaak verrassen. Hoe meer je al stappen hebt gezet, hoe meer je er later profijt van hebt.
Van de drie plagiaatgevallen bleef er uiteindelijk nog een over. Tenminste, als het ging om een direct verband met mijn lessen. En inderdaad, hier was sprake van een vermenging van eigen en ander werk. Dat had ik inderdaad over het hoofd gezien. Heel subtiel gedaan, daar kwam nog bij dat ik het gepikte werk eerlijk gezegd helemaal niet zo goed vond. Dat kan dus ook nog gebeuren.
Zo zat aan alle vier de gevallen een verhaal.
Voor mezelf was ik blij, dat het hele plagiaatverhaal halverwege de week toch heel anders bleek te liggen dan het op maandagochtend had geleken. natuurlijk, genoeg om onze tanden in te zetten, maar hier kan ik mee leven.
Eerlijk is eerlijk, zomaar vier platte plagiaatgevallen in mijn klassen had ik echt heel naar gevonden. Echt te veel van het minder aangename. dit hoef ik mezelf minder aan te rekenen, en ja, dat telt toch ook.
Al op dinsdag sloeg een verkoudheid waar ik verder niet zo veel last van had me op de stembanden, met het dieptepunt op woensdag. Maar ik redde het, kon doen wat ik wilde doen en de lessen verliepen plezierig. De vaart zat er ook goed in, daar op de zolder van het Muiderslot. Vaak werkten de leerlingen de voorbereidende vragen zo vlot af, dat ze eerder dan gevraagd aan het schrijven van het gedicht konden beginnen, hun instructievel volgend. Daar kon ik op inspelen, de begeleiding werd er alleen maar levendiger van. We wonnen tijd en ik kon inspringen op wat ze al begonnen waren. Er werd veel moois gemaakt, ook heel uiteenlopend werk. Hier wat voorbeelden.

Marokko, vele talen en Abdellah Taia

Tags

, , , ,

Deze keer stond Marokko centraal op het Read my world -festival. Interessant natuurlijk voor scholen met veel leerlingen met een Marokkaanse achtergrond. Zoals Hervormd Lyceum West in Amsterdam nieuw-west. Daar heb ik dan ook lessen gegeven, deze keer fungeerden Marokkaanse schrijvers als Mahi Binebine en Widad Mjama als inspiratiebron voor het maken van eigen gedichten.
Ook ben ik op het ir.Lelylyceum in de Bijlmer geweest, en op de International School in Almere. Daar kon ik het les geven in het Engels weer eens ophalen. Het deed me vanzelf denken aan de scholen in Londen waar ik gewerkt heb. De uniformen, de warme maaltijd tussen de middag voor iedereen.
Alles bij elkaar ging het best goed, geen grote problemen, wel jammer dat het nu bij incidenten blijft. Anders zou het steeds soepeler gaan en zou ik me er weer zekerder bij gaan voelen. Ik hou van het internationale sfeertje, net even een andere wisselwerking. Heel goed is dat af en toe, maar ik moet het ook niet idealiseren of overdrijven.
Als je met meer talen te maken krijgt binnen een activiteit, roept dat altijd speciale dynamieken op. Dan laten beperkingen, mogelijkheden, veelzijdigheid en ook verwarring zich allemaal gelden.
Bijvoorbeeld: mijn opdracht in het Nederlands vertaalde ik naar het Engels met behulp van een vertaalmachine. De laatste jaren zijn die steeds beter geworden maar ik weet heel goed dat je ze nog altijd heel nauwkeurig moet controleren.
Ik dacht dat ik dat ook gedaan had maar op de eerste dag dat ik in Almere met de Engelse versie ging werken zag ik dat ik er met het woord ‘regel’ toch was ingestonken. In dit geval moest dat vertaald worden met ‘line’, dat was ook bijna elke keer gebeurd, op een paar uitzonderingen na. In die gevallen stond er toch ‘rule’, en daar had ik overheen gekeken, ongetwijfeld gesust doordat ik vaak genoeg ‘line’ had zien staan. Blijkbaar waren de contexten minder eenduidig dan ik zou denken. Ik kon niet precies achterhalen waar het aan lag.
In het Marokkaans leerden wij het woord hogra kennen, dat blijkt een haast onvertaalbaar woord te zijn. In ieder geval een woord met veel betekenissen. Onderdrukking, verdrukking, machteloosheid. De combinatie van betekenissen zet aan het denken. En ook hier genoeg verwarring. In een bundeltje met vertalingen stond een gedicht met die titel twee keer afgedrukt, een keer heette het ‘Onderdrukking’, de tweede keer ‘Machteloosheid’.
Ik spreek hier voor het gemak van ‘Marokkaans’, maar je hebt in Marokko natuurlijk Arabisch, je hebt Berbers, en je moet er drie taalzones onderscheiden, noord, midden en zuid. De orale traditie is heel sterk, geschreven teksten zijn Arabisch en worden veelal in andere landen uitgegeven. In steden zoals Cairo en Beiroet die daarin voorop lopen. Het Frans uit de koloniale tijd laat ik dan nog even buiten beschouwing.  Wel een taal die in de bovenlaag door vrijwel iedereen gesproken wordt, een ‘gedeelde’ taal in die kringen.
Een belangrijk boek uit de jaren negentig van Mahi Binebine heet in het Nederlands De kannibalen. Dat had ik vertaald als the cannibals. Blijkt dat boek in het Engels Welcome to paradise te heten. Ja, als je dan toch gaat vertalen kun je je eigen accenten leggen. Er zijn meerdere waarheden. Al zal het iedereen duidelijk zijn dat dit boek gaat over mensen die hun eigen wereld willen ontvluchten in de hoop dat ze het elders beter krijgen. Sommigen hebben daar veel voor over. Daar verwijst de Nederlandse titel naar, iemand uit het verhaal heeft een veelzeggende droom. Hij werkt in een Parijs restaurant en wil daar zo graag blijven dat hij telkens een lichaamsdeel afstaat, tot er alleen nog maar een hoofd van hem over is dat bij de ingang de gasten welkom mag heten.
*
Het afgelopen weekend vond het festival zelf plaats. Een paar gedichten uit twee  poezierevues op vrijdag met de leerlingen:
Zowel op vrijdag als op zaterdag maakte ik programma’s mee waaraan Abdellah Taia deelnam. Er werd gesproken over de positie van de moeder in de Marokkaanse literatuur, over genderkwesties, over identiteit, over zoeken naar je ware ik. Jezelf durven tonen, tonen wie je bent. Een heel feminiene jongen stal de show, hij verenigde zo veel kanten van mens zijn in zich.
Praten over dit soort onderwerpen in een Marokkaanse of Arabische context is wat anders dan in een Nederlands perspectief. Van Abdellah Taia heb ik Broederliefde in mijn boekenkast staan. Warm, menselijk, dromerig en tegelijk heel direct. Ik voelde me er erg door aangesproken. Alsof de oprechtheid en de kracht van de homoseksuele gevoelens in zijn werkelijkheid des te overtuigender oplichtten.
Met zo iemand heb ik het idee echt iets te delen. Op de twee avonden stelde hij me niet teleur. Begaan, politiek bevlogen soms, af en toe fel, en altijd weer neerdalend in zachtaardig zelfbewustzijn.
De tweede dag nam ik het boekje mee en na afloop van de openbare uitwisseling van gedachten deed ik wat ik niet vaak doe:  ik klampte hem aan en vroeg of hij het boek wilde signeren.
“Maar natuurlijk.’ Heel hartelijk.
Ik vroeg of hij het boek, met deze Nederlandse titel, kende. In het Frans heet het Salut de l’armee. Hij woont inmiddels allang in Parijs.  Hij wel, hij is gebleven, in deze wereld, als compleet mens.
‘Jawel,’ zei hij, ‘het betekent toch brother love, brotherly love?’
Grappig, als ik de titel in het Engels wil vertalen, gaat dat ook zo. Beetje aarzelend, brother love, brotherly love.’
Als je wil, kun je overal verbinding en connectie uit halen.
Heel wat jaren terug heb ik een manuscript geschreven over de turbulente band tussen twee broers, waar ik tot nu toe niets mee heb gedaan.
Daar lag indertijd, toen ik het boek kocht, ook al een connectie.
Abdellah signeerde het boek, schreef erin: Pour Jacques. Cet amour sans le feu. Al ben ik niet helemaal zeker van het woord ‘sans’. Daaronder ook nog ‘Salam….. ‘ Tweede woord is echt onleesbaar voor mij.
Elke cultuur in hem blijft hij aanspreken, dat haal ik eruit.
‘Mag ik je een kus geven ?’ vroeg hij.
‘Ja, zeker,’ zei ik.
Ik kon niet geloven dat onze wegen ons twee avonden bij elkaar had gebracht, en een paar momenten oog in oog. En in twee tellen twee zoenen.

 

 

Herkenning in CentroCentro

Tags

, ,

Voor ik vertrok uit Nederland, werd daar extreme hitte aangekondigd. Records zouden worden gebroken en ik geloof dat dit ook gebeurd is. Twee of drie dagen 38 graden, 39 graden, en uitschieters boven de veertig graden.
Ik dacht: dat wordt wat in Madrid, als het overal in Europa heter is dan normaal zoals eerder wel gebeurd is.
Tweede helft juli/eerste helft augustus is het in Madrid vaak 33, 34 graden. Grofweg tussen de 32 en 35 graden.
De dagen dat het in Nederland zo heet was, werd het hier 38, 39 graden. Inderdaad, heter dan gemiddeld in deze periode, maar grappig genoeg niet zo heet als in Nederland.
Pal daarop werd het zelfs relatief koel, 28,29 graden. Dat duurde ook weer een paar dagen en daarna werd het bussiness as usual: 32 graden, maximaal 34 graden. Tot nu toe. Helemaal niet gek.
Alles bij elkaar heb ik hier weinig of geen last van de hitte. Ook niet in de nacht, ik ben helemaal niet zo vaak wakker geworden van een uitgedroogde bek. Dat heb ik wel eens erger meegemaakt.
Ik pas me aan, zoek de koelte op, zeker tussen twaalf en vier, loop zo veel mogelijk in de schaduw, de oude recepten, en heb in huis air-conditioning.
Het was en is allemaal prima te doen.
*
Kleine waarneming: kip is hier beter en lekkerder. Steviger en smaakvoller. Minder waterig.
*
Beneden bij de lift zit ik in CentroCentro aan de lange werktafel te schrijven. Pal daartegenaan staan de banken met dikke kussens waar mensen kunnen uitpuffen. Vaak gaan ze er met hun telefoontjes aan de slag of ze bladeren in tijdschriften.
Twee jongens en twee meisjes ploffen neer, studenten in hu eerste of tweede jaar schat ik. Ze spreken onvervalst Vlaams. Feest der herkenning voor mij, heel vertrouwd klinkt het.
De meisjes hebben geen haast, de jongens worden al snel wat onrustig maar ze beheersen zich, lachen welwillend en strekken de benen nog maar eens.
Tot er een opgewekt vraagt : ‘Waarom zitten we hier?’
Er wordt al even opgewekt overheen gekeuveld.
Dan zegt dezelfde jongen: ‘Zullen we de tocht maar eens verder zetten?’
Ik proef de twinkelende lichtvoetigheid, de kalme sierlijkheid van de formulering, de zachtaardige ironie van het woord “tocht”.
Hoe zouden Nederlanders zoiets zeggen?
‘Zullen we weer eens gaan?’ Ongeduld en vermoeidheid vechten om voorrang.
Als het al niet wordt, na een onverwacht opspringen: ‘Kom op, we gaan!!”

CentrCentro

*
Niet zo ver bij mij vandaan, vlak bij de Gran Via, viel mijn oog ineens op een plaquette, vrij hoog aangebracht: ‘Hier woonde Victor Hugo, 1811-1812.’
Ik kom daar vaak langs, altijd overheen gekeken.
*
Elk jaar vallen me modes in uiterlijk op, waren het vorig jaar de neuspiercings, of een jaar eerder?
Ik zie ze nog wel, maar wat nu echt opvalt bij de haardracht van jongens/ jonge mannen: de zijkanten volledig weggeschoren en dan bovenop echt heel lang. Niet iedereen natuurlijk, maar toch een heel legertje, je kunt wel van een mode spreken.
Soms wordt dat lange haar los gedragen, en soms in een knotje, waardoor de opgeschoren zijkanten zichtbaar worden. Bij sommigen staat dat stoer, bij anderen overheerst het beeld van het knotje.
Als ik mensen van de ene naar de andere dracht zie gaan, veranderen ze soms totaal. Van wild naar gecontroleerd, of van androgyn naar feminien. Van verleidelijk naar ingetogen. Of van uitdagend mannelijk naar tuttig. Het geeft veel mogelijkheden.
Miguel Bennloch zou hier inspiratie uit kunnen halen.

Een volgend boek

Tags

, , , , ,

In het begin liet ik hier de teugels wat vieren, meer dan anders.
Dat had alles te maken met de definitieve afronding van En toen kwam Timothy en het gereedkomen van het boek voor druk.
Maar ik ben al ver met het volgende boek, het derde over Jordi, en ik had me voor vertrek naar Madrid wel gereedgemaakt voor het schrijfproces hier. Ik wist in grote lijnen welke scenes, welke fragmenten, welke confrontaties, welke gebeurtenissen en ontwikkelingen aan de beurt waren en ik had ook zin om eraan te werken. Mede met het oog op het volgende jaar, waarin er weer veel op het programma staat. Hoe verder ik met het nieuwe boek ben, hoe ontspannener ik het komende seizoen tegemoet kan zien.
Met wat ik nu heb ben ik best tevreden. Geleidelijk aan kom ik bij het laatste gedeelte, de afronding van het boek, het wordt steeds overzichtelijker wat er nog moet gebeuren. Maar ik ben er zeker nog niet, ik weet niet hoeveel woorden ik nog nodig heb. Er moet zich logischerwijze nog wel het een en ander ontrollen voor ik er ben.
In vorm en opzet is het totaal anders dan eerdere boeken, ik heb ook geen idee of ik er nog veel aan moet veranderen, schrappen, bijstellen. Het is spannend, maar ik heb er veel plezier in, ik heb ook het vertrouwen dat ik op zijn minst in een aantal lagen en delen van het boek op de goede weg ben. En de rest vind ik zelf in ieder geval op zijn minst boeiend en interessant.
Op sommige dagen heb ik heel veel geschreven, op andere wat minder, een beetje hoe het uitpakte. Met hoogstens in mijn hoofd dat ik hier wel duidelijke vooruitgang wilde boeken. Dat gaat dus lukken.
Ik moest ook de stad in, wilde ontwikkelingen hier volgen, El Pais en andere bladen  lezen, naar CentroCentro, tijd nemen voor de tentoonstellingen daar, naar het zwembad, naar Retiro, naar bekende en onbekende tenten, naar delen van de stad die al langer op mijn lijstje stonden (zoals Madrid Rio).
Wat die ontwikkelingen betreft: het blijft in Spanje nog steeds wennen dat er coalitieregeringen nodig zijn voor een meerderheid. Twee jaar geleden speelde het, toen probeerde Rajoy van Partido Popular (conservatieven) een regering te vormen, nadat zijn eigen partij bij verkiezingen de meerderheid verloren had.
Nu zit Pedro Sanchez van de PSOE (sociaal-democraten) in een vergelijkbaar schuitje.
In juni 2018 is hij premier geworden doordat zijn motie van wantrouwen tegen Rajoy genoeg steun kreeg. Sinds de verkiezingen van afgelopen voorjaar is de PSOE veruit de grootste partij, maar zonder meerderheid. Een coalitie met de nieuwe linkse partij Podemos ligt voor de hand, en daar werd de afgelopen maanden aan gewerkt. In mijn eerste week hier werd daarover in het parlement gestemd, de Investidura, een stemming over een nieuw premierschap van Sanchez, als leider van een coalitie van PSOE en Podemos, plus een paar kleine partijen om de meerderheid compleet te krijgen.
Het is niet gelukt, Podemos onthield zich van stemming. Volgende kans is in september, de onderhandelingen gaan door. Als het dan weer niet lukt, worden nieuwe verkiezingen onvermijdelijk.
Dat laatste verdient niemands voorkeur, geen aanbeveling voor het democratische proces, te veel vervroegde verkiezingen de laatste jaren. De koning die op zichzelf net als in Nederland neutraal is, kon en mocht en durfde dat ook te zeggen.
Intussen zag ik vandaag een poll, waaruit blijkt dat PSOE inmiddels een pure meerderheid in zijn eentje nadert. Tenminste als er verkiezingen zouden zijn gehouden vlak voor de Investidura.
Sanchez doet het inmiddels goed op het internationale toneel, nu moet hij het in eigen land nog zien te redden.
*
In CentroCentro, Palacio Cibeles, lees en schrijf ik vaak weer een paar uur per dag, wel iets minder dan vorig jaar, vanwege andere activiteiten en concurrentie van andere plekken.
Opnieuw zijn er een stuk of vier, vijf exposities te zien die me allemaal interesseren. Net als andere keren vertegenwoordigen ze een kritische en humane kunst en cultuur. Een kunst die vragen oproept, een kunst die filosofeert over ons zijn, ons wezen, onze verbinding met anderen, met onze omgeving. De ene keer draait het om het werk van jonge, aanstormende kunstenaars, soms nog studenten, de andere keer om het werk van een net overleden kunstenaar, zoals nu Miguel Bennloch.

identiteiten Miguel Bennloch, tentoonstelling over in CentroCentro, 4 aug.2019

identiteiten van Miguel Bennloch

Bennloch streed al tegen Franco als jongeman, en experimenteerde later met zijn gedaantes en verschijning. Hij presenteerde zich als een meerdimensionaal mens, ook in seksueel opzicht. Hij verkleedde zich in performances, liet in alle kalmte en rust de veranderingen voor het oog van het publiek zich voltrekken.
The surface of an image van de Amsterdamse kunstenares Aimee Zito Lema gaat over herinnering en hoe processen van revolutie en verzet weerklinken in de tegenwoordige maatschappij. En in El origin de la magia (de bron van de magie) onderzoeken jonge kunstenaars, een groep van vier studenten, hoe ze het samenleven in families kunnen verbeteren. Ze verdiepen zich in hun buurt met de bedoeling meer begrip te krijgen voor de mensen die er leven, en ontwikkelen visies op feminisme en op samenwerking tussen mensen.

Uit El origin de la magia, roeispaanpotloden

Codigo abierto (open bron) gaat over vrije tijd, om vermaak, relaties en familie, werk en verveling, alsook over iemands eigen (on)zichtbaarheid. De makers richten zich op het verbeteren van het leven van mensen met intellectuele achterstanden. Hun hoofdvragen: hoe communiceren we en hoe maken we verbinding met elkaar? Goeie vragen die perfect passen in de viering van het honderdjarig bestaan van Palacio Cibeles, vindt de staf.

Uit Codigo abierto, waarin je zelf deel kunt gaan uitmaken van een installatie

Installaties, fotokunst, videokunst, collages, beelden van alle mogelijke formaten en van alle mogelijke materialen, dingen die je snapt en die je niet snapt. Veel aandacht voor minderheden telkens weer in de kunst en in de presentaties hier.
Dit keer zie ik erg veel dwarsverbanden tussen de verschillende tentoonstellingen. Daardoor versterken ze elkaar.
Als ik over de exposities rondloop ervaar ik de creativiteit van de vrijheid, en de vrijheid van de creativiteit. Van net die andere kijk op de werkelijkheid, van de ongebondenheid. Ik proef verwantschappen, een vanzelfsprekende tolerantie, ik krijg er het opwekkende idee dat er voor iedereen plek is.
Juist deze beeldende kunst slaat de vleugels uit, experimenteert, vormt en kneedt, schept voor mij veel ademruimte. Zij roept een bevrijdende atmosfeer op die hoop biedt, zij doet en bewijst waartoe kunst bij uitstek in staat is.
Deze keer ben ik me er meer van bewust dan voorheen, doordat in het boek waaraan ik nu werk een personage voorkomt, Irina, aan wie ik moet denken als ik hier rondkijk. Zij zit op een kunstacademie, krijgt mogelijkheden en op een zeker ogenblik betrekt ze Jordi daarbij.
Haar kunst zet haar aan tot het vragen stellen over de menselijke staat die anderen vaak ongenoemd laten of waar ze niet aan toe komen. Nog niet had zij in mijn verhaal het woord autonomie laten vallen, nog niet had zij eigenheid en eigenzinnigheid benoemd in het gevecht tussen individualiteit en gemeenschap, of ik kwam het onderwerp autonomie letterlijk op een van de exposities tegen. En indirect overal, niet in de laatste plaats bij Miguel Bennloch.
En zo werd alles weer rond. Ik kan me trouwens wel voorstellen dat ik beinvloed ben door eerdere bezoeken aan CentroCentro, en dat de keuzes van Irina daarmee samenhangen. Maar dat was ik me tot nu toe niet bewust.
Ik weet wel dat de kunst en de geestkracht die ik er tegenkom, zich verdiept doordat ik er telkens terugkeer. Ik ga er, al of niet bewust, meer van begrijpen en kan makkelijker verbindingen leggen met vergelijkbare kunstuitingen die ik elders tegenkom.

Madrid, juli, augustus 2019

Tags

,

Ik kwam tweede helft juli heel ontspannen aan in Madrid. Mijn aankomende boek En toen kwam Timothy stond op het punt om naar de drukker te gaan. Uitgever, redacteur en ikzelf zijn allemaal heel blij met de definitieve versie die er nu ligt. We zullen zie hoe het gaat uitpakken. Voor nu kan het niet beter.
Tot vlak voor vertrek kon ik nog veel regelen betreffende activiteiten in het komende jaar. Afspraken gemaakt met scholen in de regio’s waar ze laat op vakantie gingen. Nog een datum kunnen vinden voor de voorronde van Debat en Essay in Den Haag  bijvoorbeeld, waarin alle betrokkenen zich konden vinden. Dat gaat dan over april 2020, niet aan te ontkomen. Voor je het weet zijn zalen bezet en kunnen scholen niet.
Als het druk is, zoek ik mijn heil nogal eens in een carpe diem-achtige houding: per dag bekijken wat ik per se wil en/of moet doen en daar iets goeds van maken. Daar kunnen dan klussen met het oog op een verder liggend moment bij horen. Zelfs dan.
Ik ben veel verder dan vorig jaar in dezelfde tijd, toen we met meer onzekerheden zaten vanwege op handen zijnde veranderingen.
*
Bij aankomst in Madrid zei T. tegen me: ‘Als er aangebeld wordt zonder dat je afspraken hebt of weet wie er staat, moet je niet opendoen.’ Het schijnt iets nieuws te zijn, dat om zich heen grijpt, op die manier huizen binnendringen. Ik vroeg of de stad het afgelopen jaar meer in het algemeen onveiliger was geworden. Nu ze hier over begon. Je kon niet weten, ik wilde wel een gewaarschuwd mens worden.
Nee, nee, dat was niet het geval, het ging puur om dit trucje, dat blijkbaar in de mode was geraakt.
Gelukkig, ik voel me altijd veilig en op mijn gemak in Madrid op straat, op mijn spullen letten doe  ik altijd wel, ook in Amsterdam of waar dan ook. Maar het zou jammer zijn, als er inbreuk gedaan zou worden op dat aangename, basale welzijn. Niet dat ik me een heel grote verandering kon voorstellen of daar onmiddellijk mijn beleving van de stad door zou laten beinvloeden.
Inmiddels zijn we bijna twee weken verder en er is niets gebeurd. Geen enkel teken van een onaangekondigd bezoek. Verder ook niets, alles vertrouwd en prettig als andere jaren.
*
Een paar dagen geleden liepen de emotie in het zwembad een beetje op. Een half uur voor sluiting, rond half negen, minder zon en meer rust op de grasvelden. Zelf kwam ik net uit het water, nog even een beetje opdrogen in een strook zonlicht en dan gereedmaken voor vertrek. Vier mannelijke personen, een Spaanse twintiger en een jochie van een jaar of 12, en twee Zuid-Amerikanen, ze vielen wel op, draaiden Columbiaanse, beetje volkse, vrolijke muziek, dat deden ze ook al in de drukte van half zeven. Het gebeurt wel vaker dat mensen dat doen, met een luidsprekertje dat iedereen bereikt.
Is strikt genomen verboden. Niemand zei er iets van, ze zaten soms op het randje van luidruchtigheid en uitwendigheid, maar ze bleven er toch wel duidelijk binnen.
En nu ineens, in de nieuwe rust, maakte een medewerker van het zwembad op zijn laatste ronde er een punt van. Collega’s van hem kwamen erbij, ook een opgewonden vrouw: ‘Het is verboden en niet zonder reden’. Omstanders namen het voor de mannen op, niemand had er toch last van.
Heel herkenbare situatie. Welke regels hanteer je op een openbare plek waar veel mensen bij elkaar komen? En als ze dan opgesteld zijn, hoe handhaaf je ze?
In de drukte gebeurde er niets, nu in relatieve rust werd er ingegrepen. Met weerbarstige tegenzin bonden de mannen in, maar de zwembadmedewerkers hadden hun hielen nog niet gelicht of ze zetten hun muziek weer aan.
Binnen de kortste keren keerden de medewerkers terug en kregen we, net iets heftiger, een herhaling van zetten.
Opnieuw bonden de mannen met stoerige ogen in, ik lette op het jochie dat alles heel kalm opnam, het rustig aan keek, bleef zitten en geen woord zei. De medewerkers trokken zich weer terug maar bleven nu wel in de buurt, ik zou zeggen op gepaste afstand. Misschien was dit het beste wat ze konden doen, om een autoriteitsconflict dat zou kunnen escaleren, te voorkomen.
Zo aan het eind van de dag, vlak voor sluiting, had niemand zich aan de muziek geergerd, voor zover ik kon nagaan. Ik weet niet hoe het in drukte van half zeven was geweest.
Iedereen is daar altijd zo relaxed, er moet heel wat gebeuren willen mensen elkaar daar aanspreken op bepaald gedrag, en op het draaien van muziek al helemaal niet.  Er is ook telkens maar een enkel clubje dat dit doet binnen een ruime cirkel. Die willen een sfeertje bouwen met de omgeving, niet iedereen individueel oortjes in.
Ik heb er meestal geen moeite mee, meegenieten met anderen. De muziek is heel verschillend, en ik wil wel weten waar mensen naar luisteren. Verschrikkelijk is het eigenlijk nooit.
Het is dus niet uit de hand gelopen en dat had ik ook niet verwacht. Daarvoor straalde dat jochie van 12 te veel vrede uit.
*
Veranderingen in het straatbeeld? De elektrische steps zijn aan een opmars begonnen. In Nederland zijn ze verboden. Hier krijg je op de televisie bloedstollende (waarschuwings)filmpjes te zien, waarin een stepper wordt aangereden door een auto en een salto door de lucht maakt.
Waar moeten ze rijden? Op de weg? Op de fietspaden? Misschien zou het zonder dat het veel gevaar oplevert kunnen over de fietspaden van Madrid Rio, de parkstrook van twintig kilometer langs de oevers van een rivier, dwars door Madrid.

Maandag 5 augustus, bezoekje aan Madrid Rio.

De rivier Manzanares is 92 kilometer lang en doorkruist Madrid.

Over een lengte van meer dan 20 kilometer is langs de rivier een park aangelegd.

Met fietspaden, wandelpaden, speelhoeken voor kinderen, ook nog onderscheiden naar allerlei leeftijdsgroepen.

Zoals C. me vertelde: voor ieder wat wils, alle groepen respecteren elkaar en vermaken zich naast elkaar en als er aanleiding is met elkaar.

Veel informatie over vegetatie, bomen en vogels in en langs de rivier.
Prijswinnend voorbeeld voor stadsontwikkeling. Madrid op zijn best.

 

Alles is vloeibaar

Tags

, , , ,

Bij mij loopt prive door alles heen. Ik kan ook zeggen dat werk door alles heen loopt. En schrijven loopt door alles heen. Ik kan werk en schrijven onderscheiden maar het hoeft niet. Schrijven is ook werk, maar werk is lang niet altijd schrijven.
Schrijven is zo met mijn wezen verbonden dat het moeilijk louter als werk te beschouwen is. Het is meer, ik kan het ook altijd en overal doen.
Als ik in het Monasterium logeer of in een ander hotel, lopen hard werken en een vakantiegevoel door elkaar heen.
Ontspanning en vrije tijd lopen ook door alles heen. Elke dag is anders, vaste uren voor iets bestaan niet. Wel afspraken en verplichtingen op een of ander moment. Altijd heb ik discipline nodig, ook bij ontspanning. Altijd moet ik zelf bepalen dat iets nodig is. En het dan doen. Die discipline. Op weg gaan naar een klus, door een stad dwalen of naar de bioscoop gaan. Af en toe ontstaat er een patroontje maar dat duurt nooit lang, en altijd doemen er aandachttrekkende variaties op.
Voor alles is tijd, in een vlotte afwisseling. Een enkele keer een dag niks. Soms vroeg opstaan, soms extreem vroeg, soms later.
Over golvingen in een periode gesproken, ik vond dat de afgelopen tijd de kant van het leven met vrienden en familie zich aardig door de weken heen verspreidde.
Leven met vrienden en familie is weer iets anders dan het uitgebreidere sociale leven met etentjes, bijeenkomsten, werkafspraken, weet ik wat voor gelegenheden.
Neem vorige week: de finale van Kasteeljuweel op het Muiderslot, altijd feestelijk, twee dagen naar Deventer, afsluiting met leerlingen in een gymzaal daar, heel uitzonderlijk, een zaterdag in Alkmaar bij de opening van een conceptwinkel en trefpunt van mijn Belgische uitgeverij, een zondag met een brunch onder vrienden. De diversiteit bevalt me.
Ook niet-vrienden kunnen dicht bij me staan. Soms is niet duidelijk of er sprake is van vriendschap. Dat hoeft geen bezwaar te zijn.
Veel is vloeibaar.
In ieder geval kreeg alles zijn plek de afgelopen maanden, een familiereunie, familieafspraken in kleine kring, film en theater met vrienden, al kwam ik daar door het vele onderweg-zijn niet al te vaak aan toe.
Het is goed, genoeg ook op mezelf.
*
Het literaire leven (in een eenvoudige, onopgesmukte betekenis) zit in alles. In lezen, in denken, in de lessen en de workshops, in het reizen, in het kijken. In nieuws, in naar de radio luisteren. In leven. De laatste weken, maanden bijna, in het contact, in de uitwisseling met de redacteur van En toen kwam Timothy.
Het zit in het schrijven zelf allereerst. Het zit in een dag waarop de uitgeverij een rol speelt, zoals in Alkmaar. Natuurlijk ook in krantenstukken waarin schrijvers over hun aanpak en het ontstaan van hun boeken worden geinterviewd (pas een hele serie in de Volkskrant). Soms heel herkenbaar, zeker als je zelf in een afrondingsfase zit en je er intensief mee bezig bent (‘Heb je de titel zelf verzonnen?’).
Afgelopen zaterdag zat ik, nota bene op weg naar Alkmaar, naar veel bekenden van de uitgeverij, vlak voor Hannah Bervoets en haar vriendin. Innig.
Ik volg haar, ik weet veel van haar, nou veel, het een en ander, ik vind het niet gek als  ik haar hoor zeggen: ‘Kijk daar, babyboompjes bij die grote bomen.’
Ik kan het ook plaatsen als ik haar hoor zeggen: ‘Ja, ze willen ons graag hebben.’  Niet in details, gelukkig niet, maar ik kan me voorstellen dat zo’n opmerking, in zijn volslagen algemeenheid, in het leven dat zij leidt, makkelijk kan vallen.
Ze zit in een actief groepje schrijvers, sociaal, betrokken, geengageerd in de brede zin van het woord, denkers, met de literaire blik altijd bij de hand.
Mijn idee is dat ze bij elkaar horen, in allerlei opzichten, intellectueel, artistiek, in leeftijd. Dertigers.
Ik hoor nergens bij, en dat zou ik ook helemaal niet willen.
Alle namen komen voorbij, ik lees, ik probeer niet af te luisteren. Allemaal namen die ik ken. Alma, Maartje, Nina, Joost.
De vrouwen zijn veelal lesbisch, het geeft kleur aan hun kijken, denken, aan hun innigheid, aan hun engagement, hun sociale zijn. In mijn ogen, niet dat ze er zelf zo de nadruk op leggen. Het interesseert mij natuurlijk, hier daagt op zijn minst het begin van betrokkenheid.
Ik dacht: ze zullen ook wel in Alkmaar uitstappen en dat klopte. Maar ze gingen niet naar de opening.
Alles klopte, ik begreep hen, zonder welk detail en welk etiketje dan ook, al lijk ik die misschien wel voorhanden te hebben.
Een paar dagen eerder luisterde ik naar een interview met Bart Moeyaert op de radio. Ook zo  iemand met wie ik veel verbondenheid voel, ook al is hij anders dan ik en maakt hij andere keuzes. Ooit las hij een essay tijdens een finale van Debat en Essay. De enige keer dat we elkaar echt spraken. ik zie hem wel eens vanuit de verte op de boekenbeurs in Antwerpen.
Aan het eind van dat interview spreekt hij op een zeker moment over een belangrijke verandering in zijn leven. Hij zegt dat hij ’s avonds kan piekeren of tobben of zich van alles kan afvragen over gesprekken of gebeurtenissen van de afgelopen dag.
Resoluut: ‘Dat doe  ik niet meer.’ Heel simpel, kort en krachtig vervolgt hij: ‘En dat maakt me gelukkig.’
Heel herkenbaar voor mij. Ook ik denk wel eens: laat het. Zo groot en belangrijk is het niet. Ik denk dat hij net als ik doelt op dat ene woord hier en die andere blik daar. Natuurlijk, communicatie ligt subtiel, overdenk voor mijn part even hoe het een of het ander is gegaan, leer ervan en laat het vervolgens rusten.
Dat lukt me ook, al moet ik het wel blijven bedenken. Het levert rust die Bart Moeyaert ook benoemde. Zodat de energie voor de volgende stap een vrolijke en lichtvoetige toon houdt.