Herkenning in CentroCentro

Tags

, ,

Voor ik vertrok uit Nederland, werd daar extreme hitte aangekondigd. Records zouden worden gebroken en ik geloof dat dit ook gebeurd is. Twee of drie dagen 38 graden, 39 graden, en uitschieters boven de veertig graden.
Ik dacht: dat wordt wat in Madrid, als het overal in Europa heter is dan normaal zoals eerder wel gebeurd is.
Tweede helft juli/eerste helft augustus is het in Madrid vaak 33, 34 graden. Grofweg tussen de 32 en 35 graden.
De dagen dat het in Nederland zo heet was, werd het hier 38, 39 graden. Inderdaad, heter dan gemiddeld in deze periode, maar grappig genoeg niet zo heet als in Nederland.
Pal daarop werd het zelfs relatief koel, 28,29 graden. Dat duurde ook weer een paar dagen en daarna werd het bussiness as usual: 32 graden, maximaal 34 graden. Tot nu toe. Helemaal niet gek.
Alles bij elkaar heb ik hier weinig of geen last van de hitte. Ook niet in de nacht, ik ben helemaal niet zo vaak wakker geworden van een uitgedroogde bek. Dat heb ik wel eens erger meegemaakt.
Ik pas me aan, zoek de koelte op, zeker tussen twaalf en vier, loop zo veel mogelijk in de schaduw, de oude recepten, en heb in huis air-conditioning.
Het was en is allemaal prima te doen.
*
Kleine waarneming: kip is hier beter en lekkerder. Steviger en smaakvoller. Minder waterig.
*
Beneden bij de lift zit ik in CentroCentro aan de lange werktafel te schrijven. Pal daartegenaan staan de banken met dikke kussens waar mensen kunnen uitpuffen. Vaak gaan ze er met hun telefoontjes aan de slag of ze bladeren in tijdschriften.
Twee jongens en twee meisjes ploffen neer, studenten in hu eerste of tweede jaar schat ik. Ze spreken onvervalst Vlaams. Feest der herkenning voor mij, heel vertrouwd klinkt het.
De meisjes hebben geen haast, de jongens worden al snel wat onrustig maar ze beheersen zich, lachen welwillend en strekken de benen nog maar eens.
Tot er een opgewekt vraagt : ‘Waarom zitten we hier?’
Er wordt al even opgewekt overheen gekeuveld.
Dan zegt dezelfde jongen: ‘Zullen we de tocht maar eens verder zetten?’
Ik proef de twinkelende lichtvoetigheid, de kalme sierlijkheid van de formulering, de zachtaardige ironie van het woord “tocht”.
Hoe zouden Nederlanders zoiets zeggen?
‘Zullen we weer eens gaan?’ Ongeduld en vermoeidheid vechten om voorrang.
Als het al niet wordt, na een onverwacht opspringen: ‘Kom op, we gaan!!”

CentrCentro

*
Niet zo ver bij mij vandaan, vlak bij de Gran Via, viel mijn oog ineens op een plaquette, vrij hoog aangebracht: ‘Hier woonde Victor Hugo, 1811-1812.’
Ik kom daar vaak langs, altijd overheen gekeken.
*
Elk jaar vallen me modes in uiterlijk op, waren het vorig jaar de neuspiercings, of een jaar eerder?
Ik zie ze nog wel, maar wat nu echt opvalt bij de haardracht van jongens/ jonge mannen: de zijkanten volledig weggeschoren en dan bovenop echt heel lang. Niet iedereen natuurlijk, maar toch een heel legertje, je kunt wel van een mode spreken.
Soms wordt dat lange haar los gedragen, en soms in een knotje, waardoor de opgeschoren zijkanten zichtbaar worden. Bij sommigen staat dat stoer, bij anderen overheerst het beeld van het knotje.
Als ik mensen van de ene naar de andere dracht zie gaan, veranderen ze soms totaal. Van wild naar gecontroleerd, of van androgyn naar feminien. Van verleidelijk naar ingetogen. Of van uitdagend mannelijk naar tuttig. Het geeft veel mogelijkheden.
Miguel Bennloch zou hier inspiratie uit kunnen halen.

Advertenties

Een volgend boek

Tags

, , , , ,

In het begin liet ik hier de teugels wat vieren, meer dan anders.
Dat had alles te maken met de definitieve afronding van En toen kwam Timothy en het gereedkomen van het boek voor druk.
Maar ik ben al ver met het volgende boek, het derde over Jordi, en ik had me voor vertrek naar Madrid wel gereedgemaakt voor het schrijfproces hier. Ik wist in grote lijnen welke scenes, welke fragmenten, welke confrontaties, welke gebeurtenissen en ontwikkelingen aan de beurt waren en ik had ook zin om eraan te werken. Mede met het oog op het volgende jaar, waarin er weer veel op het programma staat. Hoe verder ik met het nieuwe boek ben, hoe ontspannener ik het komende seizoen tegemoet kan zien.
Met wat ik nu heb ben ik best tevreden. Geleidelijk aan kom ik bij het laatste gedeelte, de afronding van het boek, het wordt steeds overzichtelijker wat er nog moet gebeuren. Maar ik ben er zeker nog niet, ik weet niet hoeveel woorden ik nog nodig heb. Er moet zich logischerwijze nog wel het een en ander ontrollen voor ik er ben.
In vorm en opzet is het totaal anders dan eerdere boeken, ik heb ook geen idee of ik er nog veel aan moet veranderen, schrappen, bijstellen. Het is spannend, maar ik heb er veel plezier in, ik heb ook het vertrouwen dat ik op zijn minst in een aantal lagen en delen van het boek op de goede weg ben. En de rest vind ik zelf in ieder geval op zijn minst boeiend en interessant.
Op sommige dagen heb ik heel veel geschreven, op andere wat minder, een beetje hoe het uitpakte. Met hoogstens in mijn hoofd dat ik hier wel duidelijke vooruitgang wilde boeken. Dat gaat dus lukken.
Ik moest ook de stad in, wilde ontwikkelingen hier volgen, El Pais en andere bladen  lezen, naar CentroCentro, tijd nemen voor de tentoonstellingen daar, naar het zwembad, naar Retiro, naar bekende en onbekende tenten, naar delen van de stad die al langer op mijn lijstje stonden (zoals Madrid Rio).
Wat die ontwikkelingen betreft: het blijft in Spanje nog steeds wennen dat er coalitieregeringen nodig zijn voor een meerderheid. Twee jaar geleden speelde het, toen probeerde Rajoy van Partido Popular (conservatieven) een regering te vormen, nadat zijn eigen partij bij verkiezingen de meerderheid verloren had.
Nu zit Pedro Sanchez van de PSOE (sociaal-democraten) in een vergelijkbaar schuitje.
In juni 2018 is hij premier geworden doordat zijn motie van wantrouwen tegen Rajoy genoeg steun kreeg. Sinds de verkiezingen van afgelopen voorjaar is de PSOE veruit de grootste partij, maar zonder meerderheid. Een coalitie met de nieuwe linkse partij Podemos ligt voor de hand, en daar werd de afgelopen maanden aan gewerkt. In mijn eerste week hier werd daarover in het parlement gestemd, de Investidura, een stemming over een nieuw premierschap van Sanchez, als leider van een coalitie van PSOE en Podemos, plus een paar kleine partijen om de meerderheid compleet te krijgen.
Het is niet gelukt, Podemos onthield zich van stemming. Volgende kans is in september, de onderhandelingen gaan door. Als het dan weer niet lukt, worden nieuwe verkiezingen onvermijdelijk.
Dat laatste verdient niemands voorkeur, geen aanbeveling voor het democratische proces, te veel vervroegde verkiezingen de laatste jaren. De koning die op zichzelf net als in Nederland neutraal is, kon en mocht en durfde dat ook te zeggen.
Intussen zag ik vandaag een poll, waaruit blijkt dat PSOE inmiddels een pure meerderheid in zijn eentje nadert. Tenminste als er verkiezingen zouden zijn gehouden vlak voor de Investidura.
Sanchez doet het inmiddels goed op het internationale toneel, nu moet hij het in eigen land nog zien te redden.
*
In CentroCentro, Palacio Cibeles, lees en schrijf ik vaak weer een paar uur per dag, wel iets minder dan vorig jaar, vanwege andere activiteiten en concurrentie van andere plekken.
Opnieuw zijn er een stuk of vier, vijf exposities te zien die me allemaal interesseren. Net als andere keren vertegenwoordigen ze een kritische en humane kunst en cultuur. Een kunst die vragen oproept, een kunst die filosofeert over ons zijn, ons wezen, onze verbinding met anderen, met onze omgeving. De ene keer draait het om het werk van jonge, aanstormende kunstenaars, soms nog studenten, de andere keer om het werk van een net overleden kunstenaar, zoals nu Miguel Bennloch.

identiteiten Miguel Bennloch, tentoonstelling over in CentroCentro, 4 aug.2019

identiteiten van Miguel Bennloch

Bennloch streed al tegen Franco als jongeman, en experimenteerde later met zijn gedaantes en verschijning. Hij presenteerde zich als een meerdimensionaal mens, ook in seksueel opzicht. Hij verkleedde zich in performances, liet in alle kalmte en rust de veranderingen voor het oog van het publiek zich voltrekken.
The surface of an image van de Amsterdamse kunstenares Aimee Zito Lema gaat over herinnering en hoe processen van revolutie en verzet weerklinken in de tegenwoordige maatschappij. En in El origin de la magia (de bron van de magie) onderzoeken jonge kunstenaars, een groep van vier studenten, hoe ze het samenleven in families kunnen verbeteren. Ze verdiepen zich in hun buurt met de bedoeling meer begrip te krijgen voor de mensen die er leven, en ontwikkelen visies op feminisme en op samenwerking tussen mensen.

Uit El origin de la magia, roeispaanpotloden

Codigo abierto (open bron) gaat over vrije tijd, om vermaak, relaties en familie, werk en verveling, alsook over iemands eigen (on)zichtbaarheid. De makers richten zich op het verbeteren van het leven van mensen met intellectuele achterstanden. Hun hoofdvragen: hoe communiceren we en hoe maken we verbinding met elkaar? Goeie vragen die perfect passen in de viering van het honderdjarig bestaan van Palacio Cibeles, vindt de staf.

Uit Codigo abierto, waarin je zelf deel kunt gaan uitmaken van een installatie

Installaties, fotokunst, videokunst, collages, beelden van alle mogelijke formaten en van alle mogelijke materialen, dingen die je snapt en die je niet snapt. Veel aandacht voor minderheden telkens weer in de kunst en in de presentaties hier.
Dit keer zie ik erg veel dwarsverbanden tussen de verschillende tentoonstellingen. Daardoor versterken ze elkaar.
Als ik over de exposities rondloop ervaar ik de creativiteit van de vrijheid, en de vrijheid van de creativiteit. Van net die andere kijk op de werkelijkheid, van de ongebondenheid. Ik proef verwantschappen, een vanzelfsprekende tolerantie, ik krijg er het opwekkende idee dat er voor iedereen plek is.
Juist deze beeldende kunst slaat de vleugels uit, experimenteert, vormt en kneedt, schept voor mij veel ademruimte. Zij roept een bevrijdende atmosfeer op die hoop biedt, zij doet en bewijst waartoe kunst bij uitstek in staat is.
Deze keer ben ik me er meer van bewust dan voorheen, doordat in het boek waaraan ik nu werk een personage voorkomt, Irina, aan wie ik moet denken als ik hier rondkijk. Zij zit op een kunstacademie, krijgt mogelijkheden en op een zeker ogenblik betrekt ze Jordi daarbij.
Haar kunst zet haar aan tot het vragen stellen over de menselijke staat die anderen vaak ongenoemd laten of waar ze niet aan toe komen. Nog niet had zij in mijn verhaal het woord autonomie laten vallen, nog niet had zij eigenheid en eigenzinnigheid benoemd in het gevecht tussen individualiteit en gemeenschap, of ik kwam het onderwerp autonomie letterlijk op een van de exposities tegen. En indirect overal, niet in de laatste plaats bij Miguel Bennloch.
En zo werd alles weer rond. Ik kan me trouwens wel voorstellen dat ik beinvloed ben door eerdere bezoeken aan CentroCentro, en dat de keuzes van Irina daarmee samenhangen. Maar dat was ik me tot nu toe niet bewust.
Ik weet wel dat de kunst en de geestkracht die ik er tegenkom, zich verdiept doordat ik er telkens terugkeer. Ik ga er, al of niet bewust, meer van begrijpen en kan makkelijker verbindingen leggen met vergelijkbare kunstuitingen die ik elders tegenkom.

Madrid, juli, augustus 2019

Tags

,

Ik kwam tweede helft juli heel ontspannen aan in Madrid. Mijn aankomende boek En toen kwam Timothy stond op het punt om naar de drukker te gaan. Uitgever, redacteur en ikzelf zijn allemaal heel blij met de definitieve versie die er nu ligt. We zullen zie hoe het gaat uitpakken. Voor nu kan het niet beter.
Tot vlak voor vertrek kon ik nog veel regelen betreffende activiteiten in het komende jaar. Afspraken gemaakt met scholen in de regio’s waar ze laat op vakantie gingen. Nog een datum kunnen vinden voor de voorronde van Debat en Essay in Den Haag  bijvoorbeeld, waarin alle betrokkenen zich konden vinden. Dat gaat dan over april 2020, niet aan te ontkomen. Voor je het weet zijn zalen bezet en kunnen scholen niet.
Als het druk is, zoek ik mijn heil nogal eens in een carpe diem-achtige houding: per dag bekijken wat ik per se wil en/of moet doen en daar iets goeds van maken. Daar kunnen dan klussen met het oog op een verder liggend moment bij horen. Zelfs dan.
Ik ben veel verder dan vorig jaar in dezelfde tijd, toen we met meer onzekerheden zaten vanwege op handen zijnde veranderingen.
*
Bij aankomst in Madrid zei T. tegen me: ‘Als er aangebeld wordt zonder dat je afspraken hebt of weet wie er staat, moet je niet opendoen.’ Het schijnt iets nieuws te zijn, dat om zich heen grijpt, op die manier huizen binnendringen. Ik vroeg of de stad het afgelopen jaar meer in het algemeen onveiliger was geworden. Nu ze hier over begon. Je kon niet weten, ik wilde wel een gewaarschuwd mens worden.
Nee, nee, dat was niet het geval, het ging puur om dit trucje, dat blijkbaar in de mode was geraakt.
Gelukkig, ik voel me altijd veilig en op mijn gemak in Madrid op straat, op mijn spullen letten doe  ik altijd wel, ook in Amsterdam of waar dan ook. Maar het zou jammer zijn, als er inbreuk gedaan zou worden op dat aangename, basale welzijn. Niet dat ik me een heel grote verandering kon voorstellen of daar onmiddellijk mijn beleving van de stad door zou laten beinvloeden.
Inmiddels zijn we bijna twee weken verder en er is niets gebeurd. Geen enkel teken van een onaangekondigd bezoek. Verder ook niets, alles vertrouwd en prettig als andere jaren.
*
Een paar dagen geleden liepen de emotie in het zwembad een beetje op. Een half uur voor sluiting, rond half negen, minder zon en meer rust op de grasvelden. Zelf kwam ik net uit het water, nog even een beetje opdrogen in een strook zonlicht en dan gereedmaken voor vertrek. Vier mannelijke personen, een Spaanse twintiger en een jochie van een jaar of 12, en twee Zuid-Amerikanen, ze vielen wel op, draaiden Columbiaanse, beetje volkse, vrolijke muziek, dat deden ze ook al in de drukte van half zeven. Het gebeurt wel vaker dat mensen dat doen, met een luidsprekertje dat iedereen bereikt.
Is strikt genomen verboden. Niemand zei er iets van, ze zaten soms op het randje van luidruchtigheid en uitwendigheid, maar ze bleven er toch wel duidelijk binnen.
En nu ineens, in de nieuwe rust, maakte een medewerker van het zwembad op zijn laatste ronde er een punt van. Collega’s van hem kwamen erbij, ook een opgewonden vrouw: ‘Het is verboden en niet zonder reden’. Omstanders namen het voor de mannen op, niemand had er toch last van.
Heel herkenbare situatie. Welke regels hanteer je op een openbare plek waar veel mensen bij elkaar komen? En als ze dan opgesteld zijn, hoe handhaaf je ze?
In de drukte gebeurde er niets, nu in relatieve rust werd er ingegrepen. Met weerbarstige tegenzin bonden de mannen in, maar de zwembadmedewerkers hadden hun hielen nog niet gelicht of ze zetten hun muziek weer aan.
Binnen de kortste keren keerden de medewerkers terug en kregen we, net iets heftiger, een herhaling van zetten.
Opnieuw bonden de mannen met stoerige ogen in, ik lette op het jochie dat alles heel kalm opnam, het rustig aan keek, bleef zitten en geen woord zei. De medewerkers trokken zich weer terug maar bleven nu wel in de buurt, ik zou zeggen op gepaste afstand. Misschien was dit het beste wat ze konden doen, om een autoriteitsconflict dat zou kunnen escaleren, te voorkomen.
Zo aan het eind van de dag, vlak voor sluiting, had niemand zich aan de muziek geergerd, voor zover ik kon nagaan. Ik weet niet hoe het in drukte van half zeven was geweest.
Iedereen is daar altijd zo relaxed, er moet heel wat gebeuren willen mensen elkaar daar aanspreken op bepaald gedrag, en op het draaien van muziek al helemaal niet.  Er is ook telkens maar een enkel clubje dat dit doet binnen een ruime cirkel. Die willen een sfeertje bouwen met de omgeving, niet iedereen individueel oortjes in.
Ik heb er meestal geen moeite mee, meegenieten met anderen. De muziek is heel verschillend, en ik wil wel weten waar mensen naar luisteren. Verschrikkelijk is het eigenlijk nooit.
Het is dus niet uit de hand gelopen en dat had ik ook niet verwacht. Daarvoor straalde dat jochie van 12 te veel vrede uit.
*
Veranderingen in het straatbeeld? De elektrische steps zijn aan een opmars begonnen. In Nederland zijn ze verboden. Hier krijg je op de televisie bloedstollende (waarschuwings)filmpjes te zien, waarin een stepper wordt aangereden door een auto en een salto door de lucht maakt.
Waar moeten ze rijden? Op de weg? Op de fietspaden? Misschien zou het zonder dat het veel gevaar oplevert kunnen over de fietspaden van Madrid Rio, de parkstrook van twintig kilometer langs de oevers van een rivier, dwars door Madrid.

Maandag 5 augustus, bezoekje aan Madrid Rio.

De rivier Manzanares is 92 kilometer lang en doorkruist Madrid.

Over een lengte van meer dan 20 kilometer is langs de rivier een park aangelegd.

Met fietspaden, wandelpaden, speelhoeken voor kinderen, ook nog onderscheiden naar allerlei leeftijdsgroepen.

Zoals C. me vertelde: voor ieder wat wils, alle groepen respecteren elkaar en vermaken zich naast elkaar en als er aanleiding is met elkaar.

Veel informatie over vegetatie, bomen en vogels in en langs de rivier.
Prijswinnend voorbeeld voor stadsontwikkeling. Madrid op zijn best.

 

Alles is vloeibaar

Tags

, , , ,

Bij mij loopt prive door alles heen. Ik kan ook zeggen dat werk door alles heen loopt. En schrijven loopt door alles heen. Ik kan werk en schrijven onderscheiden maar het hoeft niet. Schrijven is ook werk, maar werk is lang niet altijd schrijven.
Schrijven is zo met mijn wezen verbonden dat het moeilijk louter als werk te beschouwen is. Het is meer, ik kan het ook altijd en overal doen.
Als ik in het Monasterium logeer of in een ander hotel, lopen hard werken en een vakantiegevoel door elkaar heen.
Ontspanning en vrije tijd lopen ook door alles heen. Elke dag is anders, vaste uren voor iets bestaan niet. Wel afspraken en verplichtingen op een of ander moment. Altijd heb ik discipline nodig, ook bij ontspanning. Altijd moet ik zelf bepalen dat iets nodig is. En het dan doen. Die discipline. Op weg gaan naar een klus, door een stad dwalen of naar de bioscoop gaan. Af en toe ontstaat er een patroontje maar dat duurt nooit lang, en altijd doemen er aandachttrekkende variaties op.
Voor alles is tijd, in een vlotte afwisseling. Een enkele keer een dag niks. Soms vroeg opstaan, soms extreem vroeg, soms later.
Over golvingen in een periode gesproken, ik vond dat de afgelopen tijd de kant van het leven met vrienden en familie zich aardig door de weken heen verspreidde.
Leven met vrienden en familie is weer iets anders dan het uitgebreidere sociale leven met etentjes, bijeenkomsten, werkafspraken, weet ik wat voor gelegenheden.
Neem vorige week: de finale van Kasteeljuweel op het Muiderslot, altijd feestelijk, twee dagen naar Deventer, afsluiting met leerlingen in een gymzaal daar, heel uitzonderlijk, een zaterdag in Alkmaar bij de opening van een conceptwinkel en trefpunt van mijn Belgische uitgeverij, een zondag met een brunch onder vrienden. De diversiteit bevalt me.
Ook niet-vrienden kunnen dicht bij me staan. Soms is niet duidelijk of er sprake is van vriendschap. Dat hoeft geen bezwaar te zijn.
Veel is vloeibaar.
In ieder geval kreeg alles zijn plek de afgelopen maanden, een familiereunie, familieafspraken in kleine kring, film en theater met vrienden, al kwam ik daar door het vele onderweg-zijn niet al te vaak aan toe.
Het is goed, genoeg ook op mezelf.
*
Het literaire leven (in een eenvoudige, onopgesmukte betekenis) zit in alles. In lezen, in denken, in de lessen en de workshops, in het reizen, in het kijken. In nieuws, in naar de radio luisteren. In leven. De laatste weken, maanden bijna, in het contact, in de uitwisseling met de redacteur van En toen kwam Timothy.
Het zit in het schrijven zelf allereerst. Het zit in een dag waarop de uitgeverij een rol speelt, zoals in Alkmaar. Natuurlijk ook in krantenstukken waarin schrijvers over hun aanpak en het ontstaan van hun boeken worden geinterviewd (pas een hele serie in de Volkskrant). Soms heel herkenbaar, zeker als je zelf in een afrondingsfase zit en je er intensief mee bezig bent (‘Heb je de titel zelf verzonnen?’).
Afgelopen zaterdag zat ik, nota bene op weg naar Alkmaar, naar veel bekenden van de uitgeverij, vlak voor Hannah Bervoets en haar vriendin. Innig.
Ik volg haar, ik weet veel van haar, nou veel, het een en ander, ik vind het niet gek als  ik haar hoor zeggen: ‘Kijk daar, babyboompjes bij die grote bomen.’
Ik kan het ook plaatsen als ik haar hoor zeggen: ‘Ja, ze willen ons graag hebben.’  Niet in details, gelukkig niet, maar ik kan me voorstellen dat zo’n opmerking, in zijn volslagen algemeenheid, in het leven dat zij leidt, makkelijk kan vallen.
Ze zit in een actief groepje schrijvers, sociaal, betrokken, geengageerd in de brede zin van het woord, denkers, met de literaire blik altijd bij de hand.
Mijn idee is dat ze bij elkaar horen, in allerlei opzichten, intellectueel, artistiek, in leeftijd. Dertigers.
Ik hoor nergens bij, en dat zou ik ook helemaal niet willen.
Alle namen komen voorbij, ik lees, ik probeer niet af te luisteren. Allemaal namen die ik ken. Alma, Maartje, Nina, Joost.
De vrouwen zijn veelal lesbisch, het geeft kleur aan hun kijken, denken, aan hun innigheid, aan hun engagement, hun sociale zijn. In mijn ogen, niet dat ze er zelf zo de nadruk op leggen. Het interesseert mij natuurlijk, hier daagt op zijn minst het begin van betrokkenheid.
Ik dacht: ze zullen ook wel in Alkmaar uitstappen en dat klopte. Maar ze gingen niet naar de opening.
Alles klopte, ik begreep hen, zonder welk detail en welk etiketje dan ook, al lijk ik die misschien wel voorhanden te hebben.
Een paar dagen eerder luisterde ik naar een interview met Bart Moeyaert op de radio. Ook zo  iemand met wie ik veel verbondenheid voel, ook al is hij anders dan ik en maakt hij andere keuzes. Ooit las hij een essay tijdens een finale van Debat en Essay. De enige keer dat we elkaar echt spraken. ik zie hem wel eens vanuit de verte op de boekenbeurs in Antwerpen.
Aan het eind van dat interview spreekt hij op een zeker moment over een belangrijke verandering in zijn leven. Hij zegt dat hij ’s avonds kan piekeren of tobben of zich van alles kan afvragen over gesprekken of gebeurtenissen van de afgelopen dag.
Resoluut: ‘Dat doe  ik niet meer.’ Heel simpel, kort en krachtig vervolgt hij: ‘En dat maakt me gelukkig.’
Heel herkenbaar voor mij. Ook ik denk wel eens: laat het. Zo groot en belangrijk is het niet. Ik denk dat hij net als ik doelt op dat ene woord hier en die andere blik daar. Natuurlijk, communicatie ligt subtiel, overdenk voor mijn part even hoe het een of het ander is gegaan, leer ervan en laat het vervolgens rusten.
Dat lukt me ook, al moet ik het wel blijven bedenken. Het levert rust die Bart Moeyaert ook benoemde. Zodat de energie voor de volgende stap een vrolijke en lichtvoetige toon houdt.

De rode draad in 2019

Tags

, , , , ,

De samenhangen tussen ervaringen en gebeurtenissen die een periode van een jaar of een half jaar kleuren, worden mede bepaald door bewegingen in de samenleving, situaties of stemmingen die tekenend zijn voor de betreffende maanden.
Zoals een paar jaar geleden de aanslag in Brussel, en de militaire duo’s die in Belgie zichtbaar werden op straat, op plekken met veel publiek, stations, bioscopen. Of de maanden dat er vluchtelingen zaten in dezelfde internationale treinen waarmee ik een aantal keren in de avond terugkeerde in Amsterdam.
En deze keer, was er deze keer een rode draad, of meer rode draden?
Ja, het klimaat, al eerder genoemd. Op meerdere manieren.
De tien dagen in februari in Gent, had ik, uiteraard zou ik zeggen, genoeg warme kleren bij me. Een van de mooiste herinneringen aan de stad dateert van februari 2012, vanwege bevroren grachten en winterse stadsgezichten. Middeleeuwser en idyllischer als toen kan Gent nooit worden. De charme van reizen in de wintermaanden. In Berlijn maakte ik tot nu toe de meeste kou, sneeuw en ijs mee.
Allemaal ver weg natuurlijk, in tijd en in omstandigheden, maar wat er nu gebeurde contrasteerde er toch wel heel erg mee. Dit jaar werd warme kleding al na een paar dagen volledig overbodig. Vaak liep ik door de stad zonder jas aan, in een milde zon. In de overgangsperiode , toen ik er min of meer door werd overvallen, had ik het telkens veel te warm, en dan liep ik al snel met een jas te sjouwen.
De februariwarmte een gevolg van de klimaatverandering?
Het is altijd moeilijk om dat een op een zo te zeggen, elke keer weer, genoeg aanleiding, sindsdien zijn er opnieuw allerlei records gebroken. In ieder geval is er iets aan de hand, allerlei objectieve gegevens tonen dat aan, of het nu gaat om het smelten van de ijskap of de toename van de gemiddelde temperaturen.
Veel is niet meer af te doen als een incident, al een hele tijd niet. Over de oorzaken is iets minder eenduidigheid maar er is toch wel genoeg eensgezindheid over de conclusie dat er iets moet gebeuren.
Een Zweedse scholiere trok aan de bel. En zeker in Belgie kreeg ze navolging. Elke donderdag staakten scholieren, wekenlang. Mijn eerste week in Gent had ik geluk, juist op donderdag had ik maar een lesuur, op een totaal van meer dan twintig.
Van die betreffende groep was een derde afwezig, dat viel mee.
Ik vond het lastig: aan de ene kant gunde ik ze hun proces, aan de andere kant had ik elk uur nodig tijdens mijn aanwezigheid. In mijn positie als gastdocent heb ik geen mogelijkheden om in te halen. Als ik er ben, moet het gebeuren.
Uiteindelijk heb ik er niet echt last van gehad, het heeft geen bijzondere moeilijkheden veroorzaakt. De grootste afwezigheid maakte ik nota bene op een vrijdag mee, op de Wispelberg in Gent, dat bleek de dag van een algemene staking. Gelukkig alleen ’s ochtends, niet alleen voor scholieren. Die keer werkte ik met een klein clubje, deel van een zesde klas, aan Debat en Essay. Met hen kon ik voldoende basis leggen met het oog op de voortgang.
Een van de aanwezige leerlingen was E., een meisje van Afrikaanse afkomst. Van haar ouders mocht ze absoluut niet staken, streng verboden. Geen splinter van het onderwijs dat ze kon krijgen, mocht ze verspillen. Ze nam haar positie luchtig op, vergrootte het cultuurverschil dat hier werd blootgelegd niet uit.
Ze begreep de een, ze begreep de ander. Haar rustige, zelfbewuste houding maakte indruk op me.
In een eerder fragment beschreef ik al dat ik een keer met de bus langs zo’n donderdagse demonstratie kwam. Daar was ook in Nederland veel aandacht voor. Haagse scholieren lieten zich inspireren door hun Belgische collega’s en organiseerden ook demonstraties en stakingen. Het kwam er in Nederland maar een paar keer van.
Ik dacht weer wel:een beetje history in the making, al moet nog blijken hoe ver het gaat. Er moet iets gebeuren, maar het gaat om iets groots en welke eisen stel je binnen welk tijdsbestek? Wanneer vind je dat jouw regering faalt? Hoe lang ga je door met het donderdagse stakingen?
Hoe houd je druk op de ketel? Dat is ongetwijfeld nodig, maar wat is redelijk?
Je kunt acties ook regelmatig laten terugkeren, mede aan de hand van stappen van overheden. Een evenwicht zoeken, dat kan overtuigen. Niet de indruk wekken dat een vaste stakingsdag na een tijdje opgevat kan worden als een vaste spijbeldag.
Geen verwarring scheppen over bedoelingen.
Ik ben benieuwd hoe dit verder gaat. Of en hoe die scholierenacties vervolgen krijgen, in het nieuwe schooljaar.
Klimaatverandering zal op de agenda blijven staan, dat staat wel vast.

Het voorjaar in theaterperspectief

Tags

, , ,

In het afgelopen half jaar zitten speciale dagen verscholen die me ook zullen bijblijven, met heel eigen sferen. Zoals de laatste zondag van maart in Den Haag op de Weekendschool. Een groepje mensen met een paar voortrekkers doet er alles aan om kinderen in de Schilderswijk een fijne, levendige zondag te bezorgen en ze ook nog iets bij te brengen, een bijdrage te leveren aan een zo goed mogelijke voorbereiding op hun toekomst.
Ik vond het haast een voorrecht om daar een dag een bijdrage aan te leveren. Allemaal samen met I., dat geeft verbondenheid. Met sommige mensen zoals zij deel ik veel, we maken veel mee samen.
In Den Haag op de weekendschool gaf ik een theaterworkshop, dichterlijk gekleurd. het theaterwerk deed dit voorjaar volop mee. Vanzelf op het Haarlemcollege, voor de eindexamenproductie bij de afdeling Podium & Presentatie zoals het nu heet.
Een prettige groep, met talenten die de kar trokken en anderen met verantwoordelijkheidsgevoel die dat op hun manier deden. genoeg drift, wil, energie, ook humor, om wat te maken.
Tussen januari en eerste helft april zat deze activiteit door mijn agenda heen geweven. Net als een jaar eerder ben ik een keer voor een dag uit Gent teruggekomen. Dat was de moeite waard. Weer zo’n gelegenheid dat ik een nacht bij mezelf logeerde van 13 op 14 maart. En dan weer terug, prima.
In Zwijndrecht begeleidde i keen paar keer het naschoolse clubje Art & Performance, vooral bestaande uit prettig-kritische meisjes, van wie verreweg de meesten heus wel te ontdooien waren. Als ze scenes voorbereidden, deden ze dat intensief, met overgave. En er zaten twee volslagen komische talenten tussen. In spel, en ook in ideeen. Daar had ik geluk mee. Zelf moest ik soms erg lachen, genieten was het, ik vroeg me af of ze zelf doorhadden hoe grappig ze waren. ik had het idee van niet, maar ze hadden ook een laconieke, haast nuchtere manier van doen die dat mede bewerkstelligde.
En in Deventer werkte ik begin deze maand ook nog twee dagen met twee 3VWO-klassen aan de theatrale behandeling van gedichten.
Sommige gedichten gebruik ik vaker, daar kan ik veel mee, daar ben ik niet snel op uitgekeken. Een voorbeeld is De wrede vuisten van het niet van Marije Langelaar, uit de bundel Vonkt –vorig jaar genomineerd voor de laatste VSB-poezieprijs.

Onmogelijk. Ongehoord. Niet. Njet. Non. Niet.
Niet. Niet.
Wil niet, kan niet, gaat niet, ongepast.

Uitgesloten. Ongehoord. Nimmer. Niet. Nooit.
Knak. Nak. Nak

Daar kan iedereen het zijne of hare in leggen. In Haarlem heb ik er ook mee gewerkt, daar konden duo’s eigen tekstjes ertussen zetten. Dat werden fraaie stukjes die we vervolgens weer in een grote scene bij elkaar brachten -een van de geslaagde fragmenten uit die productie dit jaar.
In Deventer was ik zelf een aantal keren tegenspeler van leerlingen, zoals vaker. In een dialoog met een jongen speelde ik “boos”, hij hield een lachje op zijn gezicht en in zijn toon, daar reageerde ik op, steeds geirriteerder en bozer. Ik gooide er alles in, die jongen bleef sterk meedoen en aan het einde van de scene gierde die klas echt. Ik moest denken aan een theaterzaal die na een grappige scene of een hilarisch stukje van een cabaretier tot bedaren moet komen. Zo’n grote, stevige groepslach die tijd nodig heeft om uit te sterven.
Dit teweeg brengen is mooi, het valt niet te regisseren en dat is maar goed ook. Maar het gebeurt, en het lekkere eraan is de echtheid, die klas lachte niet omdat het moest. Geloof maar dat daar in het oosten des lands ook genoeg nuchterheid heerst.
Ze doorzagen het spel, ze zagen de mogelijkheden van de tekst, ze ondervonden dat poezie niet saai hoeft te zijn, dat je er van alles mee kan doen.
Als ik met iemand speel, probeer ik wat los te maken, de tekst te gebruiken. Dat mag nooit ten koste gaan van de medespeler. De bedoeling is dat ook hij of zij er haast vanzelf positief uitspringt.
Bij de presentatie van de genomineerde dichters van de Grote Poezie Prijs heb ik ook altijd geprobeerd in gezamenlijke voordrachten betekenissen van gedichten aan te boren en boven water te krijgen. Hoe meer gedichten bronnen van expressie in zich droegen, hoe beter dat lukte. Er is vaker stevig uitbundig gelachen.
Maar kort geleden in Deventer, dat sloeg alles. Deels hangt het van toeval af hoe het precies uitpakt -de tegenspeler, de sfeer, de durf, het plezier. Het loopt altijd anders, gelukkig. Met gemaaktheid hoef je nergens aan te komen, terecht.

Waardering geeft vleugels

Tags

, ,

Doorgaande op het voorgaande.
Een van de onderwerpen van mijn nieuwe boek is “erkenning”, de behoefte van mensen eraan, de relativering soms. Aan waardering ontbrak het mij in de week van Hemelvaart niet.
Niet in Antwerpen, niet in Hengelo.
Het maakte me ongrijpbaar voor welke tegenslag ook. Kleinigheden, waar zou ik me druk om maken.
Na de klassen in Hengelo op 29 mei moest ik vandaar naar Bergen op Zoom voor het eerder genoemde etentje. Ik had mijn route uitgezocht en kon om kwart over zeven ter plekke zijn.
Via Utrecht en Rotterdam bleek het handigste te zijn, ook nog met “veilige” overstaptijden. Ik was niet bedacht op tegenslag en vertraging, eigenlijk omdat ik naar mijn idee de laatste tijd mijn portie wel gehad had. Kwestie van gevoelsmatige statistiek, waar ik me vaker van bedien. Het slaat nergens op maar dat nestelt zich dan in mijn hoofd.
Op 6 mei nog was ik tot twee keer toe vastgelopen. In de vroege ochtend vielen alle Intercity directs (berucht!) naar Rotterdam uit, waardoor ik te laat op het Zuidergymnasium kwam. Door de ruime marge die ik had genomen en door snel  andere, “gewone” intercity’s te pakken viel de schade mee en kon ik die ochtend wel mijn programma afronden.
’s Middags moest ik door naar Zwijndrecht, voor een theater workshop. Na afloop strandde ik daar op het station. Seinstoring. Ik wilde via Bergen op Zoom de andere ochtend doorreizen naar Antwerpen, het waren ook van die dagen waarop ik verschillende afspraken en verplichtingen kon combineren. (Opnieuw opvallend hoe vaak dat dit jaar weer mogelijk was of zelfs voor de hand lag -waardoor ik heen en weer reizen kon beperken en de tijds- en werkdruk vaak, om niet te zeggen  meestal, meeviel.)
Die zesde mei arriveerde ik anderhalf uur later in Bergen op Zoom dan ik gepland had.
Als onwankelbare liefhebber van het openbaar vervoer kon ik dat ook deze keer relativeren. Ik was weer een paar dagen onderweg en verdroeg veel. Het gevoel van dynamiek helpt me telkens weer door dit soort momenten heen, het bewustzijn van onderweg zijn. Goed, die zesde mei aan het eind van de middag was het wel al de tweede keer die dag. Ik nam een bus naar Dordrecht en verveelde me daar wel een tijdje.
Op 29 mei wilde ik wel graag op tijd bij dat etentje zijn.
In Rotterdam ging het mis, nadat ik vanwege drukte vanaf Utrecht al had moeten staan: “Aanrijding met een persoon”. Die hoor ik de laatste tijd vrij vaak. Weer wat verveling. De NS-treinen rijden voor 95% op tijd. Statistiek.
De derde keer in korte tijd dat ik strandde in Rotterdam.
Ik reis wel veel, misschien dat mijn gevoel voor statistiek niet helemaal klopt.
Uiteindelijk kwam ik om kwart voor negen ’s avonds in “De bloemkool” voor het etentje aan. Het gaf niet, er volgden daar nog twee-en-een-half uur geanimeerdheid.
En de andere ochtend kon ik uitslapen.
Mijn dagen konden toch niet stuk, waardering maakt alles uit. Ik had alles verdragen.
Het kon me allemaal niets schelen.

Overal verhalen, in alle tijden en op alle plekken

Tags

, , ,

Veel variatie, veel nieuwe activiteiten de afgelopen maanden.
Heerlijk vond  ik bijvoorbeeld de revue rond Jan Smeken, de laat-middeleeuwse dichter met zijn sneeuwpoppengevecht, met strofen vol liederlijkheid in fonteinen, dronkenschap, goklustigheid, wateroverlast met beschrijvingen die verbazingwekkend actueel overkomen. In een fragment leek het of hij de watersnoodramp van 1953 beschreef. Toch 450 jaar later.
Jan Smeken nodigt uit tot het schrijven van speelse rondelen en dialogen tussen droom en daad. Moeiteloos werden eeuwen overbrugd.
Het volgend jaar komt Jan Smeken terug. aanleiding is het boek dat Rick de Leeuw over hem schreef.
Ook haalde ik veel uit het schrijven van verhalen in de Bijlmer. Werk met een klas en kom erachter hoe eindeloos veel diep ingrijpende verhalen zich in veel levens afspelen. Daar in ieder geval, maar ongetwijfeld liggen ze overal verscholen.
De activiteiten regen zich vanzelf aaneen. Natuurlijk ook nieuwe edities van programma’s uit eerdere jaren , zoals Debat en Essay, altijd een stevige klus voor mij, organisatorisch, inhoudelijk en vooral uitvoerend.
Na het stoppen van de VSB-Poezieprijs konden we niet door onder de naam VERS, dat heeft met subsidies te maken.
Inmiddels valt het onder Poezie In Uitvoering (PIU), nu kan ik dus de boer op met PIU Debat en Essay. Even wennen.
Eigenlijk was er sprake van een tussenjaar, vanwege de onzekerheid over de precieze gang van zaken bij aanvang van het seizoen. Maar in de praktijk viel dat erg mee, in feite konden we met bijna evenveel leerlingen werken in Belgie en nederland als een jaar geleden.
We kregen wel een finale nieuwe stijl, op 28 mei in Villanella in Antwerpen. Een dag die mij erg beviel. Een hele dag met zijn allen in dat pand met zijn rijke historie (de beroemde Herman Teirlinck toneelopleiding). Finalisten en hun gasten en supporters, de hele dag eten en drinken, koffiekoeken in het begin, pizza’s aan het eind van de dag. het gaf een wat festivalachtige sfeer, met tweehonderdvijftig mensen of meer.
Voor mij zelf speciaal, zo’n dag. Ik kende iedereen, ik heb op alle scholen gewerkt, met alle leerlingen.
In de ochtend kon iedereen workshops volgen, in de middag de finale met als altijd Rick de Leeuw als enthousiasmerende presentator en als belangrijkste entr’act Eva de Roovere. ook met haar was ik heel blij, heel populair in Belgie en ook in Nederland bekend met enkele nummers (‘Fantastig’).
In het uur voor de finale ging ik alle finalisten langs om vragen te beantwoorden, tips te geven, ze waar nodig op te peppen, allemaal gelijkwaardig, iedereen gelijk voor mij. Wat een spirit, aan alle kanten de wil om er iets van te maken, sportief, het plezier won, en de spanning net op een lekker, versterkend peil.
In de show maakten ze het allemaal waar, de een nog meer dan de ander. En vrijwel elke school had wel een uitblinker, scherp, helder, vaak geestig, gevat, grappig, ad rem. Een sterke lichting.
Dit jaar was er een school met twee toppers in de laatste rondes: het Haags Montessori Lyceum. Op het eind hoopten ze nog tegen elkaar uit te komen, bij de vier laatsten. Wat ook gebeurde. de jury vond die laatste vier zo sterk en aan elkaar gewaagd, dat ze het laten afvallen van twee van hen uitstelde.
Een finale waardig. De uiteindelijke winnaar was overtuigend: geestig de materie meester. Van de genoemde school.
Direct na afloop sprak een jongen van Wispelberg Gent me aan, ook hij was ver gekomen. Hij zei dat Debat en Essay, het hele traject, veel bij hem had losgemaakt, dat hij veel had geleerd en dat het zijn ogen had geopend. Hij vertelde dat hij lang niet had geweten welke kant hij op wilde. Maar door de workshops over poezie, debat en essay en alles wat erop volgde was hij op een spoor gezet, hij gaat de talenkant op.
Dit deed me wel wat. Die verbinding van wat wij doen met iemands toekomst. In Belgie doen vooral zesdeklassers aan Debat en Essay mee, zij staan op het punt om naar de universiteit te gaan, in alle opzichten een gevoelig moment, elke ervaring kan ertoe doen.
*
Het was 28 mei, de dag van de stakingen voor pensioenen in Nederland, er reden geen treinen en we keerden terug naar Amsterdam met de Flixbus, een organisatie met internationale busverbindingen. Voor de tweede keer in korte tijd met een bus de Belgisch-Nederlandse grens over (zie 10 maart). Deze keer geen invalbeurt voor een uitgevallen trein, maar een officiele lijn, ik zat aan een tafeltje met een verliefd stel dat Europa rondtrok en chocola met me deelde.
Eigenlijk was ik van plan geweest in Antwerpen te blijven en de volgende dag, 29 mei, de woensdag voor Hemelvaart, naar het West-Brabantse Bergen op Zoom te gaan, waar ik ’s avonds een etentje had. Dat was weer eens goed te combineren.
Maar daar kwam een klus in Hengelo tussen die nog gedaan moest worden en op een vrij laat moment ook op 29 mei terecht was gekomen.
Nu kwam er dus een etmaal met een stevige slinger aan reiskilometers bij. Eerst vanuit Antwerpen naar Amsterdam, laat in de avond thuis, een korte nacht en dan de volgend ochtend weer vroeg naar Hengelo. Vervolgens in de loop van de middag  van daaruit naar Bergen op Zoom, met andere woorden dwars door Nederland.
In Hengelo gaf ik aan drie VMBO-klassen elk twee lesuren, waarin we gedichten voordroegen en bekeken en de leerlingen aan de hand van opdrachten gedichten schreven. Ter voorbereiding van een gedichtenshow in Hengelo, ik was nog niet eerder op deze school geweest.
Het liep als een trein, ik zat in een goeie swing. Zulke drukte moet natuurlijk grenzen hebben maar als het lekker gaat kan er zo’n dagje nog wel bij. Dan word ik letterlijk opgetild, ik kwam ook eens laat uit Berlijn om de volgende ochtend vrij vroeg in Gouda lessen te geven. Ook een paar van die dagen met een enorme Schwung, lekkere energie. Verre van gezapig, het geeft het idee dat je leeft, die vaart geeft vleugels.
Iets vergelijkbaars speelde die dag ook.
Nu staan me die dagen, die energieke dagen vol  actie en onderweg zijn van het afgelopen half jaar nog scherp voor de geest. Over een jaar, als er weer een reeks voorbij is, zakken zij weg, worden zij verdrongen door nieuwe ervaringen.
Los blijf ik me veel dagen wel herinneren. Maar die speciale samenhang van zo’n half jaar, iets uitgebreider genomen van een heel jaar, van elkaar opvolgende activiteiten, gebeurtenissen, ervaringen en dagen, die golft letterlijk na verloop van tijd, en zeker als er een nieuw jaar overheen is gegaan, wel weg.
Ergens diep in mijn bewustzijn koester ik die golvingen van verschillende periodes, koester ik de verhalen die ze vertellen over stappen, over keuzes, over geboden en gegrepen kansen.
*
Ook Hengelo werd een feestje. Na het laatste blok praatte ik na met een leraar, een jongen kwam bij ons staan en hij zei tegen mij: ‘Je zei op het eind: wie weet tot een volgende keer, nou, van mij mag het, ik vond het leuk. En weet je, de jongen die naast me zat zei van tevoren: dit wordt niks, dit wordt heel vervelend. En weet je wat hij daarnet zei? Hij zei: Ik heb me vergist, ik had het helemaal fout, dit was top.’
Op deze manier houd ik dit soort dagen helemaal wel vol.

 

 

Alles werd rond, alles kwam bij elkaar

Tags

, , , ,

Na de uitreiking van de Grote Poezie Prijs in Rotterdam op 16 juni tijdens Poetry International reisde ik in prettig gezelschap terug naar Amsterdam, onder wie Maria Barnas. Met haar werk ben ik maanden onderweg geweest en ik heb het aan leerlingen gepresenteerd.  Naar aanleiding van haar gedichten uit het genomineerde Nachtboot spraken we over Berlijn,  ik behandelde ‘Gute nacht Einsamkeit’, ik zong dan ‘Gute nacht Freunde’, elke late avond op Radio 1 te horen.
En zoals ik eerder aanhaalde, bleek haar gedicht Het is oorlog voor sommigen een onvermijdelijke inspiratiebron, zoals voor A. in Gent.
Nu vertelde Maria weer heel andere verhalen over haar zonen die in mijn fantasie in dit gedicht figureerden als degenen die niet willen eten. Inmiddels nemen ze soms haar zorgen weg met hun groeiende wijsheid. Of ze verbazen haar, bijvoorbeeld als een van hen veel met cijfers bezig is, overal percentages van berekent zonder dat ze zelf iets met rekenen en getallen heeft.
Ik houd van haar blik, haar manier van kijken. Ze was erg te spreken over de voorgelezen gedichten van de leerlingen tijdens de prijsuitreiking, ze wilde ze graag hebben en verder bekijken. Over een paar zei ze: ‘Ze zitten echt goed in elkaar.’ Geen afstandelijke blik, geen dedain, geen houding van ‘wel aardig, maar natuurlijk ook niet meer dan dat’, zoals ik wel van professionelen heb meegemaakt. Zij wil werkelijk kijken, en durft te erkennen hoe goed die leerlingen in feite al zijn.
Een goed slot, na alle activiteiten rond de Grote Poezie Prijs in Amsterdam, Rotterdam, Gent en Antwerpen in de voorafgaande maanden. Alles werd rond, alles kwam bij elkaar.
*
Zoals eerder gezegd kon ik met alle genomineerde dichters uit de voeten, ik vond het ook heel lastig om een voorkeur uit te spreken. Tijdens een bijeenkomst in Amsterdam had ik ook de indruk dat ze goed met elkaar overweg konden. Een genoegen om hun werk te presenteren aan leerlingen, bij ieder had ik wel aanknopingspunten om er iets levendigs van te maken, in de voordrachten, in de uitwisseling rond inhoudelijke en dichterlijke keuzes. In de verhalen en acts eromheen.
Uiteindelijk won Radna Fabias de Grote PoeziePrijs, en in mijn klassen zag ik ook veel leerlingen die zich aangesproken voelden door haar onderwerpen racisme, seksisme en feminisme. Die leven wel en het spreekt aan als ze op een open en spannende, op een verrassende manier worden aangepakt. De speelse, persoonlijke en dynamische behandeling en verwoording van Radna beantwoordde daaraan.
Speciale betekenis had voor mij ‘Het woedeboek’ van Roelof ten Napel. Een bundel over woede en liefde, dat proefden de leerlingen ook.
Gedichten over homoseksuele liefde waarbij iedereen zich van alles kan voorstellen. Genieten van iemand die je blijft gadeslaan zonder dat hij het merkt. Vooral meisjes lieten zich er regelmatig door inspireren.
Ik had er wel plezier in om ze stap voor stap zelf te laten ontdekken wat er allemaal in de gedichten speelde. Vaak kostte het wel enige tijd voor ze met het woord “gay” en “homoseksueel” op de proppen kwamen. Vrijwel nooit gebeurde het dat iemand direct doorhad of in ieder geval uitsprak: ‘Hier kijkt een jongen verliefd naar een jongen.’
Natuurlijk, dit zijn gedichten voor iedereen, dat blijkt ook, meisjes konden er hun eigen fantasieen op loslaten. Het maakt allemaal niet uit, en tegelijk mogen specifieke kanten ook benoemd worden. En is het ook de moeite waard om dat te doen. Ja, hier kijkt de ene jongen naar de andere, dit denkt hij, dit ziet hij, ja, zo mooi kan hij hem vinden.
Ik heb Roelof ook verteld hoe ik ervan heb genoten met zijn gedichten te werken, ons te verplaatsen in zijn blik, die verliefde of genotvolle blik van een jongen naar een andere jongen. De achtergronden, het christelijke milieu, de woede, geven er kleur en extra betekenis aan. Ook al zei hij zelf op 16 juni bij de prijsuitreiking dat hij wat hem betreft niet meer ‘de jonge homoseksueel’ genoemd hoeft te worden.
Dat snap ik, en aan de andere kant denk ik: het hoeft ook niet weggeveegd te worden. In ieder geval niet, als we de gedichten gaan bespreken. Ik heb de homoseksuele blik altijd boeiend en spannend gevonden. Logisch natuurlijk, maar ik vind ook het verschil tussen de blik van de heteroseksuele vrouw en die van de homosekuele man op een geliefde of begeerde (mooi woord!) man interessant. Is er trouwens wel een verschil? Zo ja, waar zit dat in? Ook als er geen of amper verschil zou zijn, wil ik dat graag weten.
Er wordt (nog steeds) makkelijk over de homoseksuele kant van een blik heen gekeken, heb ik gemerkt. Dat zegt genoeg.
We moeten natuurlijk ook altijd over homoseksuele liefdes blijven schrijven. Wie zegt: ‘Alles is bereikt, dat hoeft niet meer,’ kijkt en denkt anders dan ik. Los van het feit dat niet alles bereikt is en het ook moeilijk is vast te stellen wanneer dat het geval is.
Kijk goed op scholen rond, leg je oren er te luisteren en trek je conclusies.
Je kunt streven naar een vanzelfsprekendheid zonder te benoemen, naar een toon van openheid, vrijheid en vanzelfsprekendheid. Voor mij een heel aantrekkelijke en natuurlijke toon. Even natuurlijk kan de toon zijn waarin het benoemen zelf ook vanzelfsprekend is.
In mijn eigen boeken wordt homoseksualiteit heel vanzelf ontdekt en verkend. Daarin ontwikkelt het zich en groeit het aan de hand van kleine en grote gebeurtenissen, van grote en kleine gevoelens in breed geleefde levens. Het gebeurt allemaal midden in een baai van heel uiteenlopende menselijke praktijken. Het is nooit iets geisoleerds.
Zowel Roelof te Napel als Radna Fabias zitten met hun neus op de tijd. Roelof won uiteindelijk de jongerenprijs die we zelf via een enquete onder onze leerlingen georganiseerd hadden. Het lag allemaal dicht bij elkaar. Lange tijd dacht ik dat Radna Fabias onder mijn eigen groepen zou winnen en ook Maria Barnas deed het goed.

Dichterlijkheid in dienst van zeggingskracht

Tags

, , , , ,

Een aantal jaren heb ik veel tijd besteed aan VERS. Dat is PIU geworden, Poezie In Uitvoering, na de afscha ffing van de VSB Poezieprijs.
Er is nu een nieuwe prijs voor recente poezie, De Grote Poezie Prijs. In zowel Belgie als Nederland kon ik doorgaan met lessen, waarin scholieren gedichten maken, geinspireerd op het werk van genomineerde dichters. Organisatorische kwesties speelden regelmatig op, soms lastig, maar het pakte meestal goed uit. Zo konden in Gentbrugge vierde klassen niet meedoen vanwege een schoolreis op de dag van de gedichtenshow in het theater. Typisch zoiets, door het probleem met die ene dag liep het vast, niets aan te doen.
Gelukkig reageerden leraren positief op het voorstel om de derde klassen mee te laten doen. In Nederland is dat heel vaak het deelnemende leerjaar.
Het werden zes klassen en ik kon aan de slag met gedichten waar ik veel in kwijt kon, als het ging om betekenis, achtergronden, klank, ritme, stijlfiguren. Er viel wat te vertellen, uit te wisselen en vooral voor te dragen met elkaar.
Overal sprongen er leerlingen uit, niet alleen in Gent, later in Antwerpen, in Amsterdam en Rotterdam.
A., een Syrische jongen uit Gent gebruikte een gedicht van Maria Barnas als inspiratie, ‘Het is oorlog’. Zij doelde op ruzie met haar kinderen die niet wilden eten, tijdens haar tijd in Berlijn. Oorlog. A. nam het letterlijker, in overeenstemming met zijn ervaringen, maar hij gebruikte dat gedicht van Maria wel, op allerlei niveaus, in een parallelle structuur. De echte oorlog, en de verwijzing naar eten.

Het is wanneer

Het is wanneer jij jouw maag hoort grommen
het is net als wanneer jij een pistool hoort knallen
jij wilt iets doen
Maar helaas voedsel is nog niet klaar
Helaas, jij hebt niets om je zelf te verdedigen
Dan zie jij een grote plaat met alles wat jij lekker vindt
Dan zie jij de film van jouw volledige leven|
Op dat moment kan jij alles eten
Het belangrijkste is dat het voedsel is
Op dat moment hou je van het leven
Met al haar problemen
Het belangrijkste is jouw leven
Ja het is honger
Ja het is oorlog

In de weken dat ik daar was kwam ik hem regelmatig tegen, alleen, altijd op zijn gemak, vrolijk met klasgenoten, het maakte niet uit.
Zijn gedicht ontroerde me en het deed me denken aan Rodaan al Galidi, die na acht jaar in Nederland genomineerd werd voor de VSB Poezieprijs. Nog wat minder gerijpt natuurlijk maar al diezelfde kracht van de eenvoud, de nieuwe taal uitgebeend tot de kern, aards, direct en verschrikkelijk menselijk. Tegelijkertijd zeker meerlagig, niet plat. Ik geloof dat hij nog maar een jaar of drie in dit taalgebied woont.
Anderen in zijn klas waren dichterlijker en ook inhoudelijk sterk, zijn leraar wees me daarop, terecht en ik vroeg me af in hoeverre ik me soms toch te veel laat leiden door achtergronden, en ik weet dat die kunnen vertekenen.
Ik ben voor de dichterlijkheid, die probeer ik ook over te brengen, in al zijn facetten. Zeker een dichterlijkheid die in dienst staat van zeggingskracht, van een persoonlijke toon, van een gevoeligheid, menselijkheid.
Zelf kon ik er niet omheen om hem uit te kiezen voor de gedichtenshow in het Arca theater en daar zag ik hoe populair zijn gedicht onder zijn medescholieren was. Sommigen dachten dat hij wel moest gaan winnen. Dat gebeurde niet, grappig genoeg werd het winnende gedicht ook geprezen om haar eenvoud, een heel dichterlijke eenvoud, van Noah (inspiratie Radna Fabias):

Vuur
Ik ben luid en het vuur knettert
ik verbrand alles op het pad
-het stopt niet- het stopt nooit-
ik ben de zon
ik ben vast de zwarte zon
binnen brand ik heviger dan buiten
buiten verlies ik mijn weg
ik ben verloren 
donker en duister, in de diepe nacht
donker en duister, maar zacht
ik ben van vuur
ik ben vuur
Een gedicht waarin ik ook een winnaar zag werd door de jury iets te pretentieus genoemd. Van Vuur had ik niet gedacht dat het zou winnen, al hield ik ook van dit gedicht vanaf het begin.
Voor de show in het Arca theater had ik de gedichten uitgekozen van twee jongens die vervolgens niet mee mochten komen, vanwege een schorsing.
Een geestig en grappig gedicht, geinspireerd door Xavier Roelens, met aan het begin een regel die een aantal keren herhaald wordt, viel daardoor af.
Later in Antwerpen maakte ik iets vergelijkbaars mee. Weer schorsingen van jongens die  ik had uitgekozen. Misschien niet de braafste jongens, wel jongens die te bereiken waren, met energie en geestige durf.
En dat in Belgie waarvan ze in Nederland denken dat het er allemaal nog veel gedisciplineerder aan toegaat.  Gemiddeld is dat denk ik ook wel zo, leerlingen zijn in de lessen wel iets geconcentreerder. Vanwege afwezigheid van leraren gaf ik ook wel gastlessen alleen en dat leverde nooit problemen op, ook niet met de potentiele boefjes. Die waren zelfs wel te porren om een tandje bij te zetten.
Volgens mij rotzooiden ze vooral buiten de lessen, er was sprake van een vechtpartij. Bij sommigen merkte ik wel drift en drang, maar met levenslustige gezichten en de positieve lading aan de winnende hand.
*
Ook indrukwekkend: M. uit Amsterdam. Een jongen die heel vriendelijk zijn eigen weg ging. Autistisch, wordt dan gezegd, heel positief over de lessen. Hij dook erop, deed drie opdrachten waar hij er maar een hoefde te doen. Dat had hij even gemist. Thuis maakte hij zijn werk af en hij stuurde het op. Vervolgens koos ik het voor de show in Amsterdam. Hij won. En zijn gedicht kreeg zelfs aandacht in het radioprogramma Met het oog op morgen.
Zijn gedicht ging over hemzelf. Over het gebrek aan contact met anderen, dat het lastig is contact te maken en de rust die hij krijgt door het te aanvaarden.
Ook niet heel dichterlijk, wel heel pakkend. Ontroerend en levenswijs, in zekere zin. In ieder geval verpletterend eerlijk en oprecht. En heus wel met dichterlijke elementen, in de korte regels, het ritme, de witregels.
In dezelfde klas was wel een heel poetisch gedicht gemaakt door een meisje. Meestal wint er maar een gedicht per groep maar in dit geval niet, de jury kon niet om M. en niet om het meisje heen.
*
In Rotterdam deed naast het Marnixgymnasium voor het eerst het Zuidergymnasium  mee, een nieuw gymnasium op Zuid, met veel leerlingen van niet-westerse afkomst, en ook een ministerszoon. Ik verheugde me op de gedichtenshow, twee gymnasia met allebei honderd leerlingen, samen in een revue, aan elkaar gewaagd, in een volle zaal.
Dat pakte ook zo uit, een klas op het Marnixgymnasium was wel druk tussen de voordrachten door, misschien de drukste in het hele jaar, maar ook in die groep werden sterke gedichten gemaakt. Opvallend: verschillende jongens schreven over hun vader. Over vaak bezet zijn, geen tijd hebben, humeurigheid, tot er tijd voor ontspanning, sporten en beweging komt. Zeker in de breedte wordt de kwaliteit van de gedichten ook daar niet minder.
Er is overal goed aan de gedichten gewerkt, alleen werd vooral in die ene klas soms luid op de voordrachten gereageerd, en duurde het even voor dat luwde.
Zoals vrijwel altijd deed ik zelf in veel voordrachten mee om tonen en klanken en ritmes en gevoeligheden en variaties aan te boren en bloot te leggen.
Dat is voor hen anders, dat is nieuw, juist ook de vrolijkheid, het gek doen, het anders doen, dat zijn ze niet gewend, zeker niet in een klas met heel verschillende achtergronden.
Een leraar zei: ‘De straatcultuur komt ook hier binnen.’ Ja, de straatcultuur openbaart zich in het gymnasium, onder jongens die goed kunnen leren. Ik weet niet hoe een wiskundeles verloopt, maar sommigen raken wat op drift in een vrijere, expressieve, creatieve cultuur. Juist in die actie-reactiemomenten. Niet tijdens de voordrachten zelf. Tot ik tijdverlies vreesde, ze tot de orde riep en ze aan de gedichten begonnen. Een paar lieten het lopen, heel weinig maar, onder het mom ‘ik heb mijn best gedaan’. Vrijwel iedereen maakte er wat van.
Tijdens de show in theater de Entree zag ik ook hoe de voordrachten doorwerkten. Een jongen die zich ook had laten inspireren door Xavier Roelens, door het gedicht met de herhalingsregels aan het begin, nam de vrijheid om in zijn voordracht te varieren, in stemming, in toon, vol durf, met een knipoog. Om die vrijheid had hij van mij een prijs mogen krijgen, nog los van de geestigheid, originaliteit, de persoonlijke verwijzingen en onverwachte wendingen, het taalspel ook, in zijn gedicht.
*
Op zondag 16 juni traden zes van deze leerlingen uit Rotterdam op tijdens Poetry International in de Doelen, ter opluistering van de uitreiking van de Grote PoeziePrijs en de Cees Buddinghprijs.
Verlegen, nerveus, onwennig, ook vrolijk met elkaar pratend tijdens het eten vooraf. Een meisje had als steun en toeverlaat een jonger zusje meegebracht, voor wie de risotto iets te nieuw was.
Ik vind elke mogelijkheid, elk podium om de gedichten van leerlingen te presenteren de moeite waard. Elke ervaring is er een, alleen al op een podium staan, en zo’n gelegenheid is niet de minste. Hoe nerveus de een of de ander ook was, iedereen wist dat te weerstaan. Gelukkig is dat vaak het geval: zenuwen winnen meestal niet.
Alles bij elkaar hebben deze leerlingen in een paar weken tijd toch heel wat stappen kunnen zetten.