Van alles meer

Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Wat ik grappig vind, is een kapelletje midden op Fuencarral, in dat hedonistische, consumerende feest, altijd overvol met mensen. Het is een open gevel, opgedragen aan de Virgin de la soledad.  Vooraan staat een min of meer levensgrote kartonnen afbeelding van de paus, als lokkertje. Je kunt er volgens mij kaarsen opsteken. Even verwijlen in gewijde sferen, het kan, maar rust zoeken kan niet echt, gezien die open gevel. Je kunt je niet verstoppen of wegduiken tussen banken.
Voor wie dat per se wil is een blok verder de ingang van de Sint Antoniuskerk te vinden, daar kun je je beter in jezelf terugtrekken.
De priester die voor de open gevel ronddribbelt in zijn vormeloze pij ziet er blozend en tijdloos uit, oud is hij zeker niet. Hij contrasteert scherp met de eigentijds gebeeldhouwde mensen (naar Gods evenbeeld?) die zich haastig langs hem reppen.
Van alles meer, dit jaar. Ook in Madrid is het naar verhouding heter, het zwembad is voller, sommigen uiten zich uitbundiger zoals ik al schreef. En ik kan van nog meer straatoptredens genieten, dans, performances, muziek van alle soorten. Klassieke muziek, als ik beneden kom en de straat op loop, is een klein orkestje het eerste waar met regelmaat ik op stuit. Volgens mij komen de meeste leden nog steeds uit Oost-Europa. Soms maakt een operazangeres deel van het clubje uit, ze zingt bekende aria’s.
Nog een mogelijkheid tot bezinning dus, midden op Fuencarral. Op het ogenblik zie ik in de buurt ook regelmatig  een Afrikaanse zanger die klinkt als Youssou ‘NDour, een onvervalste crooner, heel Amerikaans, een jongen en meisje met harp en contrabas en een heel relaxte singer-songwriter. Allemaal min of meer om de hoek,  grotere, open pleinen met veel ruimte  zijn de plekken voor de dansacts met meer mensen en voor acrobatische toeren.
*
Ik herken veel in een open brief van de pianist James Rhodes in El Pais, gericht aan Pedro Sanchez. Rhodes woont nu een jaar in Madrid, begrijp ik, en hij schrijft: ‘Este pais es mi casa’, dit land is mijn thuis. Hij schrijft hoe opgetogen hij was bij de presentatie van de regering Sanchez met elf vrouwen en zeven mannen. Ik krijg het gevoel dat hij bevestigd werd in dat idee “hier hoor ik thuis”. Vast ook door het onthaal van het schip met vluchtelingen in de eerste week, de toon van praten over deze onderwerpen.
‘Wat een schitterend, genereus, fantastisch en mooi land,’ roept hij uit.
Aan Sanchez durft hij wel te schrijven over de bescherming van jongeren die in de knel komen. Nu zal er oog voor zijn, nu zal er oor voor zijn, voor al diegenen die de laatste jaren in de verdrukking gekomen zijn.
Zo zullen er meer een beroep doen op deze nieuwe regering en ik begrijp het helemaal. En nu ook maar hopen dat de teleurstelling niet al snel weer de overhand zal krijgen.
Maar Sanchez staat niet sterk, met zijn minderheidsregering. Deze weken overlegt hij zich drie slagen in de rondte, met Macron, andere Europese leiders, met de Catalanen. Pablo Casado van de Partido Popular heeft het vluchtelingenprobleem al hoog op zijn agenda gezet, en Albert Rivera van Ciudadanos heeft al geroepen dat Sanchez het land uitlevert aan de Independistas.

Artikel over Pedro Sanchez in El Pais, begin augustus 2018

*
Je leest vaak over schrijvers dat ze niet lezen tijdens het werken aan een nieuw boek uit angst beinvloed of in de war te raken.
Zelf zoek ik nu boeken op die op de een of andere manier een politieke lading hebben. Tegelijkertijd met een literaire kracht, in principe artistiek geslaagd. In ieder geval niet mislukt.
Ik wil weten, hoe doen ze het? Hoe pakken ze het aan? Bang voor besmetting of naaping ben ik niet, ik zit genoeg in een eigen toon, heb allerlei specifieke keuzes gemaakt waaraan ik niet zal tornen. Er zitten elementen in die nooit zullen raken aan ander werk.
Dat wil niet zeggen dat ik niet heel geinspireerd kan raken door wat anderen doen. Alleen al doordat ik zie dat het goed kan uitpakken, die aandacht voor het politieke, het sociale, voor wat er in de wereld beweegt.
Als je er oog voor hebt zijn er genoeg boeken die daarvan getuigen.
De laatste weken en maanden heb ik Wat is de wat van Dave Eggers gelezen (het relaas van een vluchteling uit Zuid Soedan, waar gebeurd, in samenwerking met de man zelf geschreven, wel in romanvorm, unieke opzet). Ook hier nu Vernon God Little Van DBC Pierre (voormalige Booker Mannprijswinnaar, over een jongen die van massamoord wordt verdacht, direct en indirect over verziekte Amerikaanse verhoudingen), eerder het dunne kinderboekenweekgeschenk van Dolf Verroen, Oorlog en vriendschap, over een jongensvriendschap in de Tweede Wereldoorlog.
En nu lees ik Ik was getrouwd met een communist van Philip Roth, die in personen duikt en in de communistenjacht van de jaren vijftig en zestig.
Intussen werk ik elke dag een aantal uren aan het derde Jordideel.

 

Advertenties

Steeds vrijer en opener?

Tags

, , , , , , ,

Het lijkt wel of het zwembad in Casa de Campo, bij het metrostation Lago, steeds meer een gay-stempel krijgt.
Dat is misschien niet helemaal goed gezegd, het blijft er in ieder geval heel gemixt, gezinnen, al of niet gemengde vriendengroepen, pubers, ouderen, sporters, echt alles en iedereen.  Hoe kan het ook anders in een openbaar zwembad, en gelukkig maar.
Klopt het dan als ik zeg dat de homo’s zich steeds openlijker uiten? Niet alleen op een populair veldje, waar vaak amper een plekje te vinden is, zo druk is het er nu alle dagen. Ook in het grote bassin, verliefd gedrag, elkaar zoenen, elkaar omhelzen, strelen. Nooit aandachttrekkend, het gebeurt gewoon allemaal.
Op dat veldje gedragen mannen zich ook heel vrij met elkaar, niks terughoudendheid of voorzichtigheid, naar elkaar toe liggen, benen om elkaar heen, in elkaars armen, tegen elkaar aan, steeds vaker op elkaar gaan liggen, zoals anderen dat soms ook doen.
Nooit provocerend naar mijn gevoel, werkelijk vrij en onbevangen en gelukkig met elkaar.
Ik vind het er een feest, haast paradijselijk, dat bad omringd door bomen, daar waar iedereen zijn gang kan gaan, iedereen het naar zijn zin heeft, alleen of met anderen, lezend, muziek luisterend, zwemmend, in de zon liggend. Elke seconde geniet ik er.
Weinig of geen wanklanken, niemand zorgt voor problemen, terwijl er mensen van verschillende achtergronden rondlopen, ook moslimjongens.
Voor het eerst heb ik wel een mini-incidentje meegemaakt op het metrostationnetje, bij terugkeer naar het centrum.
Aan de overkant, voor de metro de andere kant op, zaten twee bebaarde jongens innig met hun armen om elkaar heen op een bankje te wachten.
Wat puberjongens en twee meisjes aan mijn kant van de rails deden wat lacherig, maakten wat toespelingen op die twee jongens. Twee grote, gespierde potige mannen liepen langs het clubje en zeiden: ‘En, hebben jullie ergens problemen mee?’
‘Nee, nee,’ zeiden twee jongens, beetje gegeneerd, ze bonden direct in.
‘Goed, goed,’ zeiden de twee mannen en liepen rustig door.
Opgelost, geen ontkomen aan daar, vredelievende, tolerante, open en opwekkende  sfeer gehandhaafd.
Ik denk nu vaak: geen wonder dat Madrid mijn Madrid is geworden. Het is allemaal vanzelf gegaan, ik ben nergens naar op zoek geweest. Vanzelf kwam ik op een dag in Chueca terecht, waar ik nu een appartementje kan gebruiken, in het zwembad van Casa de Campo, in Lavapies, in Cibeles 1, waar ook veel aandacht is voor stadscultuur, de ontwikkeling van Madrid, de homocultuur, noem maar op.

In Cibeles 1, begin augustus 2018

Doorkijkje in Cibeles 1

In Amsterdam kom ik weinig in zwembaden, maar zou er daar een zijn waar homo’s zo aanwezig zijn, op dit moment?
Hier gaat het niet alleen om de wijk Chueca, om het zwembad in Casa de Campo, om Cibeles 1, om Lavapies, die zichtbaarheid is breder.  Op Gran Via bijvoorbeeld lopen mannen ook hand in hand, maar ik geef toe, Chueca is vaak niet ver, daar verblijf ik nu eenmaal. Toch, het verschil met Amsterdam dat ik de laatste jaren signaleer, blijft.
Hopelijk houdt dat niet meer op, het genieten van de verworvenheden hoeft nooit meer af te brokkelen, en trekt Amsterdam geleidelijk weer bij.
*
Intussen gaat het leven in Nederland ook door en daar blijf ik niet van verstoken.
Tenminste niet als het de moeite waard is.
Zo kreeg ik een artikel uit BN-De Stem (regionale krant voor West-Brabant) doorgespeeld, met als titel ‘Jeugdboeken met een roze randje’.
Ook in andere regionale kranten zoals de Gelderlander is het te vinden, en volgens mij ook in het Algemeen Dagblad, zo’n brede samenwerking tegenwoordig. Dat levert een enorm bereik op, die regionale kranten hebben vaak ook aanzienlijke oplages, nog steeds.
Het gaat over boeken waarin homoseksuele karakters een rol spelen maar niet de hoofdrol hebben.  Een aardige invalshoek die alles te maken heeft met jonge mensen speels, zonder grote nadrukken, in het leven zelf met een diversiteit aan personen, wensen, verlangens vanzelfsprekend te laten kennismaken.
Voor mij draait het daarom in ieder geval.
Dit artikel richt zich vooral op kinderen van de basisschool, vanaf heel jong, en op jongeren in de eerste jaren van de middelbare school.
‘Heel veel geschikte boeken zijn er niet, dat valt nog best tegen,’ staat ergens, ik geloof als het gaat om 12+ verhalen. ‘Maar ze zijn er wel,’ is de volgende zin.
Dan volgt aandacht voor Echt waar waarin de ouders van hoofdpersoon Vincent homoseksueel zijn.
Het is grappig dat ik de laatste tijd Echt waar regelmatig tegenkom, zoals een half jaar geleden die recensie die ik niet kende en die ik treffend vond. Waarin allerlei elementen van het verhaal precies de waarde kregen die ze voor mij hadden. (Nu te zien onder nieuws op deze website.)
Ook zo’n moment dat ik me zeer begrepen voelde, net als laatst met Jordi op de site van Gay en school.

 

 

Politieke ontwikkelingen in Spanje

Tags

, , , , , , , , , , ,

Vier jaar geleden werd Pedro Sanchez leider van de PSOE, de sociaal-democratische partij van Spanje. Op dat moment was ik ook in Madrid en ik volgde dat op de voet, las de interviews met hem en meende dat hij de sociaal democratie een nieuw elan zou kunnen bezorgen. Hoopvol, voor een modern en vooruitstrevend Spanje.
Met het oog op komende verkiezingen van anderhalf jaar later vreesde ik wel dat hij te weinig tijd zou hebben om alle zaken goed te organiseren en zich te presenteren als toekomstig premier. En ik dacht ook: hij is te laat, de sociaal democratie doet het overal slecht, dat hangt in de lucht, het is besmettelijk. Dat laatste was veel ernstiger dan het eerste, minder tijdelijk. Hij kon heel makkelijk de goede man op het verkeerde tijdstip worden.
Die verkiezingen verloor hij inderdaad, de patstelling die erop volgde leverde een herkansing op die weinig beter afliep, al bleef hij wel de tweede partij met zijn PSOE.
Na heftige discussies in zijn partij verdween hij tijdelijk van het toneel, om vorig jaar toch weer terug te keren, ik heb dat een jaar geleden allemaal beschreven.
En nu ben ik dan toch tot mijn verrassing in het land aangekomen waar Pedro Sanchez premier is.
Twee maanden geleden diende hij een motie van wantrouwen jegens premier Rajoy van de conservatieve Partido Popular in vanwege corruptie en die motie werd aangenomen. In het politieke systeem van Spanje werkt het dan zo dat de indiener van de motie op grond van de steun die hij ook van andere partijen heeft gekregen automatisch premier wordt.
In de eerste week van zijn regering maakte hij mijn verwachtingen dubbel en dwars waar. In zijn kabinet benoemde hij elf vrouwen en zeven mannen, een unicum.
Op dit moment valt me hier wel op dat twee van die zeven mannen naast hem als grote en aandachttrekkende persoonlijkheden worden opgevoerd.
Zul je net zien.
Ook in die eerste week verleende hij een schip met 239 vluchtelingen dat door Italie was afgewezen toegang tot de haven van Valencia, een initiatief dat in die politieke bruidsdagen breed werd gesteund, zelfs door rechts.
Sterke start, vooral ook als teken van een menswaardige politiek. Nu moet hij daar gevolg aan geven en dat zal per definitie moeilijk worden. Dit is hem nu gegund maar voor de vluchtelingenproblematiek zijn makkelijke oplossingen ondenkbaar. Het zal veel overleg vragen, hij zal op zoek moeten gaan naar geschikte bondgenoten die ook nog niet buiten adem zijn (Merkel?) en creatieve oplossingen moeten zoeken, wie weet een mengeling van preventie en opvang hier in Europa.
Net deze week zijn er vragen gekomen over het gebruik van een regeringsvliegtuig door Sanchez. Hij is ermee naar een internationaal festival gegaan, waar een van zijn favoriete groepen optrad. Ik dacht: het zal toch niet. Hoe kan dit? Hij zal toch niet zo stom zijn om zijn krediet op zo’n manier te verspelen?
Het Moncloapaleis (de residentie van de premier) geeft nu aan dat de verklaring ligt in veiligheidsvoorschriften.
Ik heb het idee dat het een storm in een glas water is en dat alle nadruk alweer ligt op allerlei vraagstukken die er werkelijk toe doen. Elke dag komen er voorstellen naar buiten, over de gezondheidszorg voor ouderen, over pensioenen, over de publieke omroep.
*
Maakte ik vier jaar geleden het aantreden mee van Sanchez in zijn partij, nu is dat het geval met Casado, bij verrassing gekozen als de nieuwe leider van de Partido Popular.  Hij is 38 jaar, de vier belangrijkste partijen hier hebben nu allemaal een jonge (mannelijke)  leider, drie van hen zelfs veertig jaar of jonger (Sanchez is nu de oudste, hij is 46). Dit land heeft wel iets met jonge leiders, in ieder geval sinds de afschaffing van de dictatuur: Gonzalez begon op zijn veertigste aan het premierschap, en ook Zapatero, Suarez en Aznar waren net veertig of in de veertig. Het past wel bij wat ik proef: energie, vooruit willen, van de PSOE-kant zeker ook vernieuwing en modernisering.
Casado daarentegen is nu juist een vertegenwoordiger van rechts, de keuze voor hem wordt zelfs een keuze voor extreem rechts genoemd. Een echt populistische (nieuwe) partij zoals in andere landen van het huidige Europa heeft Spanje nog niet, wie weet zien we die nu binnen de oude PP ontstaan. Heel vreemd is dat niet, gezien de wortels van de partij.
De nieuwe leider ging direct naar een Spaanse enclave in Marokko, met het oog op de vluchtelingenstroom van Afrika naar Europa.
*
Zoals gezegd, ondanks alle vrouwen in de regering zijn vooral een paar mannen populair, allereerst Pedro Duque, voormalige astronaut (uniek in Spanje) die minister is van innovatie en wetenschap.
Intussen zie ik wel vrouwelijke ministers en vrouwen hoog in overheidsinstellingen met verve nieuwe plannen verdedigen. Een oudere dame maakte op mij de meeste indruk, zij besprak de toekomst van de publieke omroep. Een herkenbaar onderwerp voor ons Nederlanders, met ons aparte stelsel met de vele omroepen, rijk geschakeerd in ieder geval. Waardig, soeverein, rustig bepleitte zij een onafhankelijke en veelzijdige omroep (plural y independiente), dat zijn toch termen die wij ook al snel gebruiken als onze publieke omroep aan de orde komt.
Als het erop aan komt spelen toch overal dezelfde kernvragen, in Spanje, in Nederland, in elke zichzelf serieus nemende democratie.
Altijd grappig en ook veelbetekenend om fenomenen die wij ook maar al te goed kennen in een ander land te volgen. Om bij de televisie te blijven: deze keer bekeek ik hier deels twee van de laatste etappes van de Tour de France. Zoals in een ander jaar de Olympische spelen. Net als bij ons twee commentatoren tijdens de rit, daar valt niet aan te ontkomen. Er moet veel tijd volgepraat worden.
Volgens mij zijn ze hier nog doller op studiogesprekken dan bij ons, tussendoor komen die met een zekere regelmaat in beeld, ook tijdens een rechtstreeks sportverslag. Om over actuele en politieke onderwerpen maar te zwijgen, elke dag weer.
Heerlijk, die urenlange studiogesprekken met journalisten, met stellingen van de dag en inbelmogelijkheden, veel splitscreen, ik schreef daar eerder al over. Zelf volg ik hoogstens delen ervan, anders wordt het te tijdrovend. Voor mijn taalverwerving blijft het ongetwijfeld de moeite waard. Alles wordt hier uitentreuren uitgespit, wat dat betreft werkt de democratie op volle toeren, als bij ons en in vergelijkbare landen.
Soms vrees ik wel dat er iets te veel gepraat wordt, er moet erg veel zendtijd gevuld worden. Dan bestaat toch de kans dat er nog wel eens van een mug een olifant wordt gemaakt. Misschien liggen politici hier nog wel meer onder het vergrootglas dan bij ons. Sanchez is nu elke dag onderwerp in die ellenlange praatshows. Als er geen directe aanleiding is wordt er wel iets verzonnen. Zoals een stelling een dezer dagen: de komst van Sanchez is goed voor de Spaanse economie. En dan kunnen we weer uren vooruit.
In ieder geval weet ik nu dat Tom Dumoulin hier ook populair is en dat ook Kroiswajk (Kruiswijk) niet aan de aandacht is ontsnapt. En terecht, ze zijn uiteindelijk tweede en vijfde geworden in de tour.

Wat een zomer!

Tags

, , , , , ,

Het verschil tussen Madrid en Amsterdam is deze keer minder groot dan anders.
In Madrid is het weer in de zomer altijd min of meer stabiel. Het kan een keer bewolkt zijn maar dat is dan een uitzondering. Meestal duurt dat maar een paar uur. De temperaturen zijn altijd van een gelijk niveau, overdag vaak tussen de eenendertig en vijfendertig graden. De avonden altijd zwoel, soms tot laat tegen de dertig graden.
Nu ik net in Madrid ben gearriveerd heb ik al weken van lekker, warm, zonnig weer in Nederland en Amsterdam beleefd. Uitzonderlijk, zo lang achter elkaar.
De belangrijkste overeenkomsten met Madrid in deze zomer zijn de stabiliteit en de vaak strak blauwe luchten. Veel minder bewolking dan anders, laat staan regen.
Vlak voor mijn vertrek werd in Nederland een hittegolf aangekondigd, het zou nog meer net als in Madrid worden, met temperaturen boven de dertig graden. Dat heb ik dan net niet meegemaakt, want dat maakte al die weken in Nederland wat mij betreft zo aangenaam: overdag kwamen de temperaturen vrijwel niet boven de achtentwintig graden.
Tot en met 14 juli ben ik met werk en opdrachten bezig geweest, en zeker alles wat zich buiten of op bijzondere locaties of festiviteiten afspeelde, kreeg de warme saus van deze heerlijke zomer. Wat toch verplichtingen waren, werk, en prive liepen vrolijk door elkaar heen.
Prive een weekend met een boerderijfeest en een nacht kamperen begin juli, een paar dagen later de finale van Kasteeljuweel op het Muiderslot. Aan het eind van de middag oefenen op het toernooiveld voor de optredens in de Ridderzaal, in de zon natuurlijk.

winnaars Kasteeljuweel, 11 juli 2018 in de Ridderzaal van het Muiderslot

De zaterdag daarop workshops gegeven die individueel uitpakten op het festival vanwege honderd jaar AMVJ, verder prima. Kort een paar gemaakte gedichten gepresenteerd, een jongen trad op met wie ik een jaar geleden heb gewerkt en die van enthousiasme uit elkaar spat. Iemand die geniet van theater en spel en muziek en direct is begonnen er zoveel mogelijk van in praktijk te brengen.
Het weer kostte geen energie, het gaf vooral goed op temperatuur gebrachte, niet door wolken bezoedelde prikkels. Letterlijk, deze keer. Overal en altijd.
Tussendoor at ik als het kon buiten met vrienden of familie, en ontspande en las ik aan het begin van de avond in het Sarphatipark.
De enige keer dat het weer wat tegenzat was op de zondag van Junigedicht, in het Westerpark, in deze hele periode. Maar dat liep, eind juni, toch al niet helemaal zoals ik wilde. Te weinig mensen die ik kon aanspreken voor een workshop, kinderen zaten bij voorstellingen elders, voor zover ze daar al waren. Ik kon ze niet verwennen met koek en chocola en een sfeer scheppen aan een aparte tafel, alles anders dan anders. Goede herinneringen aan eerdere edities koesterend vermaakte ik me tot in de avond wel met optredens. Een hommage aan de recentelijk overleden Menno Wigman, van een vader en een zoon, ontroerde me en was alleen al de moeite waard.
*
Nu ben ik dan in Madrid in de situatie die ik in Amsterdam ook niet had kunnen ontlopen: temparaturen boven de dertig graden. Hier ver daarboven, zoals vanouds vijfendertig graden. En het gaat geloof ik nog warmer worden.
Geen probleem, mijn manier van leven hier is eraan aangepast: binnen in het appartement air-conditioning, buiten altijd op zoek naar de schaduw, zeker tussen twaalf en vier. Tussendoor zijn er koele gebouwen en parken waar het goed uit te houden, na half zes meestal het zwembad.
En de zwoele avonden zijn me vrijwel nooit te zwoel. De zekerheid daarvan is een van de redenen dat ik hier mijn plek heb gevonden. Een van de vele, dat wel.
In Nederland waren die zwoele avonden nou iets die er nog wel aan ontbraken, in deze opmerkelijke zomer. Die misschien steeds gewoner gaat worden.
Nee, ondanks alles konden we verreweg de meeste avonden niet zwoel noemen.
Gelukkig maar op zich, als de temperaturen overdag en in het kielzog daarvan ook ’s avonds heel hoog waren geworden, zou Nederland meer problemen met aanpassing hebben gehad, vermoed ik.
Nu viel zelfs het watertekort mee, tot mijn vertrek in ieder geval.

Gay en school over Jordi

Tags

, , , , ,

Het was weer eens tijd om op internet na te gaan of er wat over mijn werk te vinden is wat ik moet weten of wat ik niet mag missen.
Volgens mij begint het een halfjaarlijkse controle te worden, altijd als het wat rustiger wordt, een vakantie nadert of net begonnen is.
Het levert altijd wat op, iets waar ik misschien op kan voortborduren, wat ik kan gebruiken of dat me de weg wijst naar instellingen of media die voor mij van belang zijn.
De mooiste, nieuwe vondst komt van gay en school, over Jordi. Niet eerder gezien. In dit geval kan ik ook niet zien wanneer het gepubliceerd is.
Kort, sterk, aantrekkelijk, met drie aandachttrekkende kopjes.
2013 | Roman over het leven van een gewone brugklasser, die nog even niet opvalt en die vindt dat zijn beste vriend zo mooi danst als hij voetbalt.

Onopvallend in de brugklas

Jordi is een talentvolle brugklasser die niet al te veel wil opvallen. Groepsvorming, vriendschap, pesterijen, competitie en ouders zijn onderwerpen waar brugklassers mee moeten dealen, wat Jordi redelijk goed lukt. Een bomdreiging maakt het tweede deel van het boek tot een spannende detective, waarin alle verhoudingen op scherp komen te staan.

Een identiteit ontvouwt zich

Als het verhaal in dit boek verder zou gaan in de tweede klas, zou het waarschijnlijk niet meer gaan over een onopvallende Jordi. Dan zou inmiddels ontdekt zijn hoe bijzonder talentvol Jordi gitaar speelt en liedteksten schrijft. Ook zou wellicht duidelijk zijn dat hij (ook) op jongens valt.

Verfrissend probleemloze coming out

In dit boek krijgt Jordi’s genegenheid voor zijn beste vriend nog niet de naam homoseksualiteit. Het thema begint als een dun draadje, dat in de loop van het boek een belangrijker verhaallijn wordt. Het is verfrissend dat deze ontdekking niet of nauwelijks geproblematiseerd wordt. Verder dan een kus gaat dit boek niet. En trouwens: meisjes kunnen ook heel leuk lachen.

Op initiatieven als Gay en school ben ik al langer gespitst, al ben ik er in de drukte van alle activiteiten nog niet aan toegekomen om erachteraan te gaan.
Maar het uitkomen van Timothy’s komst over een aantal maanden en plannen rond eerdere boeken kunnen elkaar versterkende aanleidingen kunnen zijn.
Deze aandacht van dit platform voor Jordi lijkt me een mooie opmaat.
Heel grappig, dat de schrijver van deze tekst over Jordi een eventueel vervolg noemt, zonder dat hij weet dat dit er daadwerkelijk aan zit te komen.
Het moet zo wezen.
Bij Gay en school zou ik om te beginnen boeken als Dwaalsporen, zeker ook Tweesprong en De vijfde jongen onder de aandacht brengen. Dat zijn boeken waarin homoseksualiteit een vanzelfsprekende rol speelt, onder, naast, tussen of in onderwerpen die in feite drijvend zijn, zoals onvoorwaardelijke liefde en ethische vragen over eerlijk gedrag in Tweesprong, of culturele achtergronden in De vijfde jongen. Dat is mijn aanpak.
In feite gaat dat in Jordi misschien nog wel een stapje verder. Hier krijgen we het begin van iemands ontwikkeling te zien, op een heel open en ongedwongen manier. En inderdaad, het woord homoseksualiteit valt niet.
Nog niet, we zullen zien hoe dit zich verder ontwikkelt.
Ik ben blij dat gay en school het toch al heeft opgepikt. Dat vind ik een goed teken. Homoseksualiteit in het leven, in de wereld opgenomen, al of niet met name genoemd, in samenhang met andere levensaders, onderwerpen. Voor iedereen interessant.
Weer krijg ik te horen dat ik ‘niet-problematisch’ over homoseksualiteit schrijf.
Dat gebeurde me vele jaren geleden ook al. Volgens mij komt het voort uit mijn aanpak en manier van denken.
Op dit moment staat de film Love, Simon in de belangstelling. Deze film wordt zelfs revolutionair genoemd. En waarom? Vanwege het feit dat voor het eerst in een Hollywoodfilm een middelbare scholier niet moeilijk doet over zijn homoseksualiteit. Nooit vertoond, in een Hollywoodfilm dus, is het verhaal.
En wat blijkt vervolgens? Simon vertelt het echt niet zo makkelijk aan zijn ouders, en als hij dan wel zo ver is, tegenover zijn vader, schrikt die man zich lam.
Het is maar wat je revolutionair noemt.
Verder wel een prettige, sympathieke film, ik wil daar niets negatiefs over zeggen. En Simon heeft zelf geen probleem met zijn homoseksualiteit, en dat kan nieuw zijn voor een puber in een Hollywoodfilm, maar heel veel nieuws is hier toch niet onder de zon.
Begin dit jaar zag ik Call me by your name, ook goed gerecenseerd, maar niet revolutionair genoemd. Die film gaat over een jonge Amerikaanse academicus die de zomer doorbrengt bij een Italiaanse professor voor een onderzoek.
Idyllische omgeving, ontspannen atmosfeer, vrijzinnige mensen en in die situatie beleven de zeventienjarige zoon van de Italiaanse professor en de Amerikaan een even tedere als heftige liefde. Call me by your name is vooral een opwekkend liefdesverhaal, voor zolang het duurt. Misschien maken de ouders van de jongen deze film het meest bijzonder: de liefde- en begripvolle manier waarop ze reageren op wat hun zoon meemaakt. Zonder hem in de weg te zitten hebben ze alles door en hun wijsheid en levenslessen dringen ze niet op, ze begeleiden hoogstens op afstand.
Het is maar wat je wel of niet revolutionair noemt.
Een jaar geleden won Moonlight Oscars, de film over een zwarte Amerikaanse man die een homoseksuele liefde beleeft, in een ruwe omgeving waarin hij niet eenvoudig homoseksueel kan zijn.
Als hij zijn geliefde na jaren weer tegenkomt zegt hij dat hij in al die tijd door niemand is aangeraakt.
Deze verhalen moeten verteld worden, problematisch of niet. Heftige verhalen, sterke verhalen (dit bedoel ik letterlijk), aangrijpende verhalen, stoere verhalen, authentieke verhalen.
Dan praat je niet over probleemfilms, zoals een tijdlang gesproken is over probleemboeken als het om boeken voor jongeren ging.
Eerst zat er geen al te negatieve connotatie aan de term, eerder was het een verwijzing naar serieuze onderwerpen, geleidelijk aan veranderde dat wat en kreeg het de klank van zwaar op de hand, gewild, haast als een formule.
Zelf heb ik ze nooit willen schrijven, probleemboeken, ik wilde het leven induiken en vragen opwerpen, ervaringen en belevenissen laten spreken en als er problemen opdoken die niet omzeilen.
Net een andere aanpak, waarin ik nieuwe ontdekkingen blijf doen.

Leerlingen bereiken

Tags

,

Als ik aantekeningen doorlees van het afgelopen jaar kom ik vaak tegen dat ik blij was leerlingen te kunnen bereiken.
Dat is blijkbaar wat ik belangrijk vind. Leerlingen bereiken. En dat dan door rekening met hen te houden zonder allerlei concessies te moeten doen. Centraal moet blijven staan wat ik te bieden heb. Het plezier in taal, de mogelijkheden van woorden, van combineren, van creativiteit, het bevredigende van het uitdrukken van gedachten, ideeen, gevoelens, ervaringen. Het spel en het blootleggen van de humor vaak ook, iets nieuws of iets eigens ontdekken, iets van jezelf, in net even die andere kijk, die andere combinatie van woorden, die vergelijking, die personificatie, die klank, dat ritme.
Het seizoen zit er op een haar na op voor mij. Er springen allerlei momenten uit, het werk op Fons Vitae en de gedichten daar in het najaar, in de Bijlmer in de winter. VERS-werk met genomineerde dichters in onder andere Amersfoort, Hengelo, Sneek, Rotterdam en Gent tot diep in het voorjaar. Genoeg winnende gedichten, in de Bijlmer twee keer terwijl een topper, een jongen die ik verschrikkelijk goed vond niet bleek over te halen om voor te dragen. Voor hem niet de eer die hij had kunnen krijgen, met zijn creatieve, ongeevenaarde speelsheid. Ik ben benieuwd of de vanzelfsprekendheid waarmee hij werkte er ooit op de een of andere manier uit zal komen.
Niet te vergeten ook Barendrecht, met de workshop waarin direct gedichten gekozen moesten worden voor een revue. Dat was de keer dat we met zijn allen kozen, dat ik een aantal mensen hun goede gedichten liet voordragen. En dat er zo direct al een paar sterke voordragers kwamen bovendrijven, heel natuurlijk.
Zelf kon ik niet bij die revue daar aanwezig zijn, maar later zag ik in overzichten dat een van die sterke performers gewonnen had en vertelde iemand me spontaan een keer hoe overtuigend dat had geklonken, zonder speciale voorbereiding. Nee, dat was niet meer nodig geweest, sommigen hadden de goede toon heel snel weten te pakken.
En dan heb ik het nog niet over VERS debat en essay of het Haarlemcollege, dat zijn weer aparte, grotere ondernemingen. Bevredigend, opwekkend, nieuwsgierig makend naar de toekomst, naar vervolgen. Er is trouwens genoeg kleins, waar het zelfde voor geldt. Zoals in Zwijndrecht, daar heb ik een paar keer heerlijke workshops theater mede aan de hand van gedichten gegeven; dat kan gaan uitgroeien.
*
Leerlingen konden me heel blij maken. Zoals tijdens de voorronde van VERS debat en essay in Den Haag.  Een paar jongens noemden me tijdens de debatten, er sprak waardering uit, het kan niet anders dan dat ze hadden begrepen waar het om draaide, in die weelde van uitdrukkingsmogelijkheden, in het scala van traditie en vernieuwing en nog veel meer. In de zoektocht naar eigenheid, waarin het modieuze dat anderen proberen op te dringen, er niet toe doet. Waarin jijzelf bepaalt wat er toe doet, wat van nu is, wat de tijd en de cultuur bepaalt of verder brengt. Hen had ik weten te bereiken, dat kan niet anders.
Kritiek op mezelf: ik wil het allemaal heel goed doen, en door stevige voorbereidingen lukt dat in principe eigenlijk altijd. Het levert veel op, naast de resultaten ook weinig of geen gedoe met anderen, weinig lastige discussies. Fijn als er weinig of geen energie hoeft naar het rechtzetten van mistige communicatie, om maar wat te noemen.
Als er toch eens wat misgaat, door misverstanden, wil ik dat altijd helder krijgen. Wat is er precies gebeurd, wie heeft wat van wie opgepikt, van die dingen.
Prima, maar dat moet ik niet overdrijven, zo erg is het meestal niet. En ik moet er ook niet mee zitten wanneer het lijkt alsof ik een draadje heb laten vallen, ook als dat niet zo is.
Geeft niet, maakt niet uit, soms denk ik te snel dat iets kleins uiteindelijk relatief grote gevolgen kan krijgen, maar in de praktijk valt dat natuurlijk mee.

De omvang van een boek

Tags

, , , ,

Pas half mei had ik door eerdere drukte het manuscript van Timothy’s komst aangepast. Een maand eerder liet mijn uitgeefster weten dat ze er ondanks eerdere ideeen de voorkeur aan gaf om het boek in het voorjaar van 2019 uit te geven. Dan kon ze zelf de voorbereiding daarvan begeleiden, na haar zwangerschapsverlof.
Ik vind dat meer dan uitstekend, begin september is ze weer terug. Ook al heb ik vertrouwen in vervangers, ik wil heel graag met haarzelf dit proces afronden.
Deze gang van zaken nu sluit ook aan bij mijn plan om niet te veel tijd te laten bestaan tussen het uitkomen van het tweede en het derde Jordiboek. Ooit in mijn fantasie, als een stunt, maar een half jaar. Verrassing, ineens zou er dan zomaar een fors boek achter Timothy’s komst aankomen. Dat zou wel wat hebben, maar zo belangrijk is het uiteindelijk ook weer niet. Als er straks maar drie sterke Jordiboeken bestaan die zin hebben in de wereld en er vol vertrouwen in stappen.
Nu staat me voor ogen: voorjaar 2019 Timothy’s komst (werktitel), najaar 2020 hoe dat derde Jordiboek ook heet.
Als boek twee uitkomt, zal ik in ieder geval ver zijn met boek drie, dat blijft in ieder geval een heel plezierige gedachte.
*
Op dit moment praat ik regelmatig over de omvang van een boek, over het aantal woorden van een manuscript. Hoe ver ben ik nu met het laatste? Hoe verhoudt dat zich tot vorige boeken? Hoe dik moet het boek in dit geval worden?
Ik wil een zekere omvang van het derde Jordiboek. Je kunt natuurlijk zeggen: het is wat het is, als je alles gezegd hebt wat je kwijt wil, is het klaar. Maar soms past bij een idee, een opzet, een bedoeling haast letterlijk een bepaalde zwaarte. Alsof er iets niet klopt als het dun uitvalt, of in ieder geval in relatieve zin aan de dunne kant is.
Het moet een boek worden met meerdere, samenhangende elementen, allerlei ontwikkelingen krijgen afronding, althans voor de middelbare schooltijd.
De dikte, de zwaarte maakt deel uit van het uitroepteken dat het boek moet worden.
Een dun boek kan er ook staan maar daarmee kan deze trilogie niet eindigen.
Het manuscript beslaat nu zeventig duizend woorden. Maar het laatste deel moet nog geschreven worden. Daarnaast heb ik geen idee hoeveel ik nog zal willen of moeten schrappen uit wat ik nu al heb.
Het boek dikker maken dan de eerste twee zal zeker lukken zoals het er nu voorstaat, in dit opzicht het eerste doel. Minimaal twee honderd vijftig bladzijden, zou ik nu zeggen, liever drie honderd. Jordi telt tweehonderd en drie en twintig bladzijden.
Mijn dikste tot nu toe komt uit op drie honderd en zeventig trouwens, dat is De vijfde jongen. Een losstaand boek zoals mijn meeste, wat mij betreft klopt ook in dit geval de omvang.
*
Een collega-poeziedocent van mij vertelde dit voorjaar dat ze nu een manuscript heeft van achttien duizend woorden. Voor haar klopt dit aantal. Langer maken zou voor haar al snel iets geforceerds hebben.
Een lastige omvang, niet eens een novelle zou ik zeggen. Zelf spreekt ze van een lang kort verhaal.
In een gesprek haalde ik er pas geleden Le petit prince bij. Kinderboek kun je zeggen, maar dan wel kinderboek ook voor volwassenen. Dat moet je kunnen zeggen over elk goed kinderboek, maar goed, even als voorbeeld van een sterk, onafhankelijk boek met relatief een beperkt aantal woorden.
Wat kun je doen met achttien duizend woorden als je er een boek van wilt maken? Ruim opzetten, grote letters, zo mogelijk tekeningen?
De kwestie is interessant, ik heb er ook met meerdere mensen over gesproken. Niemand weet het precies. Welke lengte moet een tekst hebben om er een boek van te maken? Is er een minimum, hoe kijken uitgevers daar tegenaan? Of moet je in het geval van achttien duizend woorden er nog een paar verhalen bij schrijven zodat je er een verhalenbundel van kunt maken?
Misschien is dat de oplossing.
Los van publicatie in tijdschriften misschien, of is het daarvoor juist weer te lang?

Kijkers in de les

Tags

, ,

Een collega poeziedocent wilde bij me komen kijken. Eigenlijk vind  ik dat prima, en toch denk ik dan ook even: wanneer, waar, hoe, nu, straks?
Ik geloof in datgene waar ik mee bezig ben; over reacties, van leraren en zeker ook van leerlingen, heb ik niet te klagen, de resultaten blijven voor zichzelf spreken. Ik zou kunnen denken: hoe meer mensen zien wat ik doe en er kennis van nemen, hoe beter. Laat mensen komen, laat mensen kijken. Laten we erover spreken, erover nadenken samen. Als er niemand van de school of van de instelling waar ik werk aanwezig is, vind ik dat altijd vervelend: wat ik doe hangt niet als los zand tussen andere activiteiten. Ik wil dat ze het zien, linken kunnen leggen, kunnen gebruiken, kunnen inpassen in andere lessen.
En ik ben ook wel wat gewend; ooit kwam zelfs de directeur van het VSB-fonds bij me kijken. Het zou kunnen dat een (nieuwe) collega als waarnemer het spannendste is. Je zult net die ene wat mindere les meemaken als er een toeschouwer aanwezig is. Precies de reden waarom ik het ook eng zou vinden om aan een televisiequiz mee te doen. Ik zou ver kunnen komen maar het kan ook helemaal mis gaan.
Daar moet je lak aan hebben natuurlijk, goed, het is niet het belangrijkste. Als het erop aankomt en het echt moet, laat ik me niet tegenhouden, ook niet door allerlei vage calculaties.
Het beste is misschien dat iemand onaangekondigd langskomt. Dan kan ik er niet over nadenken, dan neem ik de situatie zoals die is en gooi ik er hoogstens een extra schepje bovenop. En dan gaat het natuurlijk goed, zoals laatst nog met het bezoekje dat ik kreeg tijdens een theaterworkshop rond gedichten.
Alles bij elkaar gedraag ik me op dit punt een beetje tegenstrijdig.
Nee, ik ben geen robot, niet los van elke denkbare spanning. Ben blij met wat ik doe, wil het beste bereiken met de groepen waarmee ik werk. Ik weet dat ik een eind kom, maar op te veel zelfverzekerdheid zit bij mij een rem.
Degenen die te zelfverzekerd zijn, zijn niet de prettigste types, zo legde ik het deze week uit.
Aan innerlijke twijfel zal ik evenmin ten onder gaan, ik heb genoeg vertrouwen in mijn houding, aanpak, kennis en inzet. De onzekerheid sluipt er vooral in als ik even wat minder zicht heb op de opinies en reacties van anderen. Daar kan ik me zoveel mogelijk van losmaken maar ze doen er wel toe, zeker de opinies van sommigen.
*
Fijn als iemand die erover kan oordelen, als dichter, geeerd en gelauwerd, ook als poeziedocent inmiddels gewaardeerd, mij op een avond tot drie keer toe prijst. Ook juist ten overstaan van anderen, die minder op de hoogte zijn, hij is zeer genereus.
Mijn opdrachten, mijn voorbereidingen en aanpak van de lessen.
Hij heeft er eerder op gehint, nu was de waardering nog uitgesprokener, en ook de herhaling maakte duidelijk dat het niet om een oppervlakkige waarneming gaat. Zijdelings noemde hij een voorbereidingsbijeenkomst waarin ik een opdracht presenteerde die vanuit sommige hoeken wat kritiek kreeg. Ik zou te veel bekend veronderstellen, geloof ik. En te veel stadse omstandigheden als bekend veronderstellen buiten de grote steden. Daar was hij het absoluut niet mee eens, bleek nu. Dat voorval was ik inmiddels min of meer vergeten.
‘Het lijkt je ook makkelijk af te gaan,’ zei hij.
Natuurlijk wist hij ook wel dat dit niet de hele waarheid is.
Misschien doelt hij op een vanzelfsprekendheid, ik doe de dingen die ik wil doen. Geen twijfel over.  Exacte omstandigheden en de status van wie ook maken me weinig of niets uit. Dit is wat ertoe doet, in mijn ogen. Waar ik op uit ben is mijn niveau vasthouden en versterken, en mijn arsenaal, het inspelen op situaties vergroten, uitbreiden.
Hij noemde de ogenschijnlijke simpelheid van mijn opdrachten, gebruikte zelfs de term no-nonsense voor mijn aanpak.
Ik bereid me altijd goed voor, met ruimte voor onverwachte wendingen en variaties, probeer de situatie een lichtheid te geven als daarvoor kansen zijn. Ik weet waar ik heen wil, kan genieten van wat er gebeurt en vooral van wat leerlingen maken.
Laat ik de waardering van iemand die ik graag mag koesteren. Die is heel waardevol.
Zelf heeft hij ook veel in zijn mars, anderen zien dat ook.
Hij is iemand die ik ook als mens prettig vind, met wie ik graag praat. Hij roept altijd vragen op die ook mij raken, duidelijk bedoeld om verder te komen.
Deze man heeft een sterke opmerkzaamheid, hij ziet veel en voelt veel aan, en is niet alleen op zichzelf gericht.
Heerlijk om mee te maken.

Concentratievermogen

Tags

, , ,

Over leraren gesproken: sommigen die lessen geven aan ‘lagere niveau’s’ zijn erg gespitst op de korte spanningsboog, het beperkte concentratievermogen.
Terecht natuurlijk, je moet het lot niet tarten. Maar je kunt ook weer zo ver gaan, dat je leerlingen juist beperkt. Pas hadden in een klas een paar vlotte, populaire, misschien wat wilde jongens veel plezier in performen, voordragen, maar de leraar suggereerde dat we verder moesten.
Ik zeg niet dat we er heel lang mee moesten doorgaan, maar voor mijn gevoel gaf de man het iets te weinig ruimte. Even haalde hij mij ook uit mijn ritme, maar goed, dat bleef bij een momentopname. Ingrijpen in mijn lessen doen leraren nooit, maar die korte spanningsboog is een van de grote aandachtspunten, dat is duidelijk.
Regelmatig geef ik ook lessen alleen, maar ik wel eigenlijk dat er altijd iemand van de school bij aanwezig is, ik wil graag dat ze zien en weten wat ik doe.
Wat ook vaak gebeurt in als lastig bekend staande klassen: leraren of leraressen die wat mij betreft erg negatief over het gedrag van vooral sommige leerlingen blijven.
Vorige week nog, een lerares ergerde zich, riep sommige leerlingen een paar keer tot de orde, dat vond ik prima, het hielp me ongetwijfeld om mijn lestijd zonder veel morsen te benutten. Ze kon me ook duidelijk volgen in wat ik deed, in die zin droeg ze bij aan een positieve lading. Maar het jammere vond ik dat ze tussen die ingrepen door niet mee lachte, nooit goedkeurend knikte of plezier toonde. Haar aandacht voor degenen die eventueel zand in de machine zouden kunnen gooien was mij iets te groot.
Jammer, het was zo’n klas die ik wel mocht, mede dankzij haar liep het in mijn ogen best goed maar wat haar leerlingen presteerden leek ze niet helemaal te kunnen zien. Bij mijn tweede en laatste bezoek aan die klas bleek dat helemaal. Het werd een productief uurtje, waarin iedereen zijn of haar gedicht maakte op grond van het voorwerk van de vorige keer. Na een korte instructie van mij ging iedereen aan de slag, ik liep rond, beantwoordde vragen, las en gaf adviezen en uiteindelijk was zelfs het meest ongeconcentreerde joch trots op zichzelf. De juf zelf bemoeide zich nu niet met de les, en achteraf erkende ze dat iedereen er inderdaad in was geslaagd een goed, afgerond gedicht te schrijven. Heel typerend, dat deed ze wat schoorvoetend. Terwijl wat mij betreft ook de meest weerbarstige leerlingen openbraken. De primus inter pares moest na afloop even nablijven. Ik geef toe: ik zal ook niet alles hebben gezien, in ieder geval leverde hij een gedicht in dat ik voor de show had kunnen uitkiezen. Alleen had dat geen zin, want hij mocht niet mee. Tegen mij zei hij: ‘Ze heeft het altijd op mij  voorzien, ze moet altijd mij hebben.’
Een klassieker, ik begrijp zo’n leerkracht ook wel weer, ik zie deze leerlingen maar twee keer en mag dan proberen iets zinnigs met ze te doen. Zij heeft een hele geschiedenis met ze, en natuurlijk was het geen makkelijke klas, dat voel ik ook wel aan.
Toch blijft het jammer: ze kon niet zien dat er misschien wel zeven of acht echt geslaagde gedichten door haar klas werden gemaakt. Ik kon daar niet eens op die toon met haar over spreken. Terwijl ze ongetwijfeld een heel goeie lerares is.
*
In een andere klas zei een leraar na afloop dat hij tijdens het schrijven van de gedichten goed had rondgekeken. Zelf had ik weer veel rondgelopen, sommigen vroegen veel aandacht door telkens te willen laten lezen, en ik moest regelmatig flink aan de bak om ze op het goede spoor te krijgen.  Mede daardoor zag ik en paar mensen min of meer over het hoofd. Ze leken rustig door te werken maar volgens de leraar hadden ze weinig uitgevoerd. Jammer, uiteindelijk is mijn doel altijd wel aan iedereen voldoende aandacht te besteden. En al helemaal aan degenen die niet vooruit komen. Soms moet ik degenen die te veel aandacht vragen afstoppen. In grote klassen blijft dat een opgave. Degenen die zelfstandig met hulp van mijn instructie en het opdrachtvel een eind komen, koester ik. Het is soms woekeren met vijftig minuten en een volle klas.
Soms is zelfstandig werken niet vooruit komen. Blijkbaar had ik dat hier gemist. Deze jongens hadden zich haast onhoorbaar en onzichtbaar gemaakt, en ik was de hele tijd bezig.
‘Het is niet zo gek,’ zei de leraar. ‘Een van deze jongens heeft in korte tijd zowel zijn vader als zijn moeder aan kanker verloren.’
Ik kon mijn oren niet geloven. Dat gebeurt vaker, onvoorstelbare geschiedenissen soms, een heb ik zelfs in een fictieversie gebruikt in ‘Timothy’s komst’ maar dit sloeg alles. Een jongen van amper dertien.
‘Hij woont nu met twee oudere broers, ook nog maar net van deze school af,’ vertelde de leraar. Die boers waren nu achttien, een tweeling.
Een onwaarschijnlijk verhaal. Nog een geluk dat die twee net oud genoeg waren om als voogd voor hun jongere broertje te kunnen optreden. Nu konden ze bij elkaar blijven wonen. Later sprak ik de mentor van deze jongen nog. Ze had ook veel contact met een tante van hem, om die jongens niet te veel te belasten.
Bij zo’n verhaal moet ik altijd denken aan De cementen tuin van Ian McEwan. Daarin verzwijgen een broer en een zus de dood van hun ouders om samen met drie jongere siblings bij elkaar te kunnen blijven.
Zo’n verhaal moet ik eigenlijk weten. Ik probeer iedereen te stimuleren, stel ook eisen, als deel van de goede betrekkingen, ik wil iets bereiken.
Als mensen niets uitvoeren, zit ik daar wel achteraan. Soms krijg ik net op tijd te horen dat iemand bijvoorbeeld autistisch is en een speciale behandeling vraagt. Dat gebeurt in alle niveau’s, onder jongere en ouderejaars.
Ik kan natuurlijk ook te voorzichtig worden, met die mogelijkheid van een speciale situatie in het achterhoofd.
Het beste is als ik zoiets van te voren te horen krijg. Dat moet mogelijk zijn, weten met wie je rekening moet houden.
Misschien maar goed dat ik deze jongen en zijn vriendje met rust heb gelaten.

Leraren die steunen en versterken

Tags

, ,

Uit lessen met wat ze noemen ‘lager niveau’ kunnen sprekende, fantasierijke en levenswijze gedichten voortkomen. Voor mij relativeert dat alles. Er zijn acht soorten intelligentie, waar ik de ene intelligentie tegenkom, mis ik de andere en omgekeerd.
Natuurlijk, de een kan naar het vwo en de ander redt het daar niet. Inmiddels weet ik wel dat het niet het hele verhaal is.
Vorige week werkte ik op een Wellant praktijkschool, daar moest ik snel werken, na een lesuur moest er resultaat zijn. Dat eiste vaart, het pakte goed uit. Puttend uit mijn praktijken van de laatste maanden bood ik een korte introductie met fragmenten van gedichten waaraan ik veel kon ophangen, in een wisselwerking met de leerlingen. Soms lazen ook zij regels. Daarna volgde een opdracht met vragen waardoor leerlingen snel een onderwerp, invalshoeken, woorden, ideeen en korte regels konden verzamelen.
Na dat uurtje had ik meestal nog wel gelegenheid om met de leerlingen gedichten af te maken, uit te diepen of eraan te schaven. Dat gebeurde in een losse werksfeer, ik benaderde leerlingen individueel tijdens andere lessen, ging niet eens apart zitten met hen. Dat kon daar, in feite een doorbreking van het formele lessenpatroon. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het korte concentratievermogen van de leerlingen, zo kun je dat op een plezierige manier aanpakken en pareren.
Voor mij klopte op deze school alles: leraren die mij begrepen, dicht bij hun leerlingen stonden maar ze wel tot de orde riepen als daar aanleiding voor was. Dat laatste bleef ruim binnen de perken, weinig gedoe, de leerlingen bleven voor mij altijd bereikbaar.
Leraren die me begrijpen (daar zijn er gelukkig genoeg van) werken met me mee, versterken wat ik doe, steunen me als dat het effect van het werk vergroot, ze vinden het interessant en leerzaam en zijn blij dat ik er ben. Dan versterkt de ene energie de andere, ook nog eens positieve energie.
Leerlingen van deze school wonnen eerste prijzen met hun gedichten tijdens een revue begin deze week. Dit tot teleurstelling  van de kant van een andere, deelnemende collegaschool.
Iemand daar bleek zelfs gesuggereerd te hebben dat een winnend gedicht te goed was om door een leerling zelf geschreven te zijn.
Ik wist zeker dat het betreffende meisje het gedicht wel helemaal zelf had gemaakt, ik had er met mijn neus bovenop gestaan, had druk rondgelopen en veel gezien. Bovendien kon ik traceren hoe ze de opdracht uitgevoerd had. Ik had kunnen volgen hoe ze met het verzamelde materiaal op grond van de opdrachten stappen zette en aan het gedicht bouwde.
Voor de zekerheid heb ik wel uitgebreid (internet)onderzoek gedaan en ik heb geen spoor kunnen vinden. Doodeenvoudig om met hard bewijs te kunnen komen, mocht dat nodig zijn.
Ik werk er natuurlijk hard aan om leerlingen tot iets moois te brengen, wil het niveau vasthouden, verbeteren en aan elke situatie aanpassen.
Soms denk ik: kan dat elke keer weer lukken? En als dat dan gebeurt, kan het resultaat op een onverwachte wijze ter discussie gesteld worden.
Alsof het ook te goed kan worden.
*
Kritisch blijven hoort erbij, ook als het heel goed gaat. Je kunt nooit denken dat je er bent. Toch, als lessen in alle opzichten een succes blijken te zijn en gedichten in de prijzen vallen, kunnen kanttekeningen wel verbazen. Zo hoorde ik over deze laatste lessen (en opdrachten) dat ik, hoe goed ook, veel op woorden gericht ben. En wellicht minder op emoties, of op ervaringen.
Gerichtheid op woorden klopt maar daar blijf ik niet in hangen. Soms vraag ik niet nadrukkelijk naar emoties maar in vervolgvragen, haast terloops maar wel belangrijk. Binnen de beperkte tijd had ik ook deze keer aandacht voor fantasie, verbeeldingskracht, voor vergelijkingen, overdrachtelijkheid, of bijvoorbeeld personificatie (al noem ik dat dan niet zo). Woorden zijn niet zomaar woorden, ze verwijzen ergens naar, ik laat er vaak op voortborduren. De opdrachten leiden, direct of indirect, ook naar ervaringen. In dit geval bijvoorbeeld via termen als buitenleven, buitenwerk, actie, buiten actief zijn, vriendschap.
Kanttekeningen als er geen directe aanleiding voor lijkt te zijn, zijn ook relativerend.

Het winnende gedicht waarvan de oorspronkelijkheid werd betwist:
De wereld wordt ouder
maar vriendschap blijft hetzelfde
de leeftijd maakt niet uit
oma’s dansen springend bij het kampvuur
in het grote verlaten bos

In hun oceaanblauwe ogen
is het geluk goed te zien
ze luisteren niet naar de negatieve mensen
ze genieten lachend van het leven

En dan nog een gedicht dat niet eens in de prijzen is gevallen maar alles zegt over emotie, over authenticiteit, over de eigen ervaring, in alle eenvoud:
Benzine

benzine geeft me stress
benzine is blijdschap
benzine is kracht

opgegroeid met benzine
gevallen met benzine

rennen voor benzine
vechten voor benzine
actie voor benzine

leven met benzine
de geur van benzine groeit tijdloos
ik ben benzine
mijn bloed is benzine
Dat woord benzine was verschrikkelijk belangrijk voor deze jongen. Hij zei dat hij ermee opgegroeid was, dat het er altijd was geweest, en dat het er altijd zou zijn.
Juist dit naar boven krijgen en tot uitdrukking laten brengen, daar gaat het in ieder geval ook om voor mij.

Deze dan nog:
Het kind

Ik droom met plezier
verzorg mijn lach
het kind ontmoet hoop
de wind geeft het aan mij
gezondheid oogst plezier
het wandelende kind speelt in het park
een gelukkige lakenwitte droom geeft hoop
als het droomt vliegt het kind weg van geluk
ik luister naar mijn droom
het kind ontmoet zichzelf
een droom vindt geluk
het kind droomt gelukkig
en dat ben ik