Gay en school over Jordi

Tags

, , , , ,

Het was weer eens tijd om op internet na te gaan of er wat over mijn werk te vinden is wat ik moet weten of wat ik niet mag missen.
Volgens mij begint het een halfjaarlijkse controle te worden, altijd als het wat rustiger wordt, een vakantie nadert of net begonnen is.
Het levert altijd wat op, iets waar ik misschien op kan voortborduren, wat ik kan gebruiken of dat me de weg wijst naar instellingen of media die voor mij van belang zijn.
De mooiste, nieuwe vondst komt van gay en school, over Jordi. Niet eerder gezien. In dit geval kan ik ook niet zien wanneer het gepubliceerd is.
Kort, sterk, aantrekkelijk, met drie aandachttrekkende kopjes.
2013 | Roman over het leven van een gewone brugklasser, die nog even niet opvalt en die vindt dat zijn beste vriend zo mooi danst als hij voetbalt.

Onopvallend in de brugklas

Jordi is een talentvolle brugklasser die niet al te veel wil opvallen. Groepsvorming, vriendschap, pesterijen, competitie en ouders zijn onderwerpen waar brugklassers mee moeten dealen, wat Jordi redelijk goed lukt. Een bomdreiging maakt het tweede deel van het boek tot een spannende detective, waarin alle verhoudingen op scherp komen te staan.

Een identiteit ontvouwt zich

Als het verhaal in dit boek verder zou gaan in de tweede klas, zou het waarschijnlijk niet meer gaan over een onopvallende Jordi. Dan zou inmiddels ontdekt zijn hoe bijzonder talentvol Jordi gitaar speelt en liedteksten schrijft. Ook zou wellicht duidelijk zijn dat hij (ook) op jongens valt.

Verfrissend probleemloze coming out

In dit boek krijgt Jordi’s genegenheid voor zijn beste vriend nog niet de naam homoseksualiteit. Het thema begint als een dun draadje, dat in de loop van het boek een belangrijker verhaallijn wordt. Het is verfrissend dat deze ontdekking niet of nauwelijks geproblematiseerd wordt. Verder dan een kus gaat dit boek niet. En trouwens: meisjes kunnen ook heel leuk lachen.

Op initiatieven als Gay en school ben ik al langer gespitst, al ben ik er in de drukte van alle activiteiten nog niet aan toegekomen om erachteraan te gaan.
Maar het uitkomen van Timothy’s komst over een aantal maanden en plannen rond eerdere boeken kunnen elkaar versterkende aanleidingen kunnen zijn.
Deze aandacht van dit platform voor Jordi lijkt me een mooie opmaat.
Heel grappig, dat de schrijver van deze tekst over Jordi een eventueel vervolg noemt, zonder dat hij weet dat dit er daadwerkelijk aan zit te komen.
Het moet zo wezen.
Bij Gay en school zou ik om te beginnen boeken als Dwaalsporen, zeker ook Tweesprong en De vijfde jongen onder de aandacht brengen. Dat zijn boeken waarin homoseksualiteit een vanzelfsprekende rol speelt, onder, naast, tussen of in onderwerpen die in feite drijvend zijn, zoals onvoorwaardelijke liefde en ethische vragen over eerlijk gedrag in Tweesprong, of culturele achtergronden in De vijfde jongen. Dat is mijn aanpak.
In feite gaat dat in Jordi misschien nog wel een stapje verder. Hier krijgen we het begin van iemands ontwikkeling te zien, op een heel open manier. En inderdaad, het woord homoseksualiteit valt niet.
Nog niet, we zullen zien hoe dit zich verder ontwikkelt.
Ik ben blij dat gay en school het toch al heeft opgepikt. Dat vind  ik een goed teken. Homoseksualiteit in het leven, in de wereld opgenomen, al of niet met name genoemd, in samenhang met andere levensaders, onderwerpen. Voor iedereen interessant.
Weer krijg ik te horen dat ik ‘niet-problematisch’ over homoseksualiteit schrijf.
Dat gebeurde me vele jaren geleden ook al. Volgens mij komt het voort uit mijn aanpak en manier van denken.
Op dit moment staat de film Love, Simon in de belangstelling. Deze film wordt zelfs revolutionair genoemd. En waarom? Vanwege het feit dat voor het eerst in een Hollywoodfilm een middelbare scholier niet moeilijk doet over zijn homoseksualiteit. Nooit vertoond, in een Hollywoodfilm dus, is het verhaal.
En wat blijkt vervolgens? Simon vertelt het echt niet zo makkelijk aan zijn ouders, en als hij dan wel zo ver is, tegenover zijn vader, schrikt die man zich lam.
Revolutionair dus.
Verder wel een prettige, sympathieke film hoor, ik wil daar niets negatiefs over zeggen. En Simon heeft zelf geen probleem met zijn homoseksualiteit, en dat kan nieuw zijn voor een puber in een Hollywoodfilm, maar heel veel nieuws is hier toch niet onder de zon.
Begin dit jaar zag ik Call me by your name, ook goed gerecenseerd, maar niet revolutionair genoemd. Die film gaat over een jonge Amerikaanse academicus die de zomer doorbrengt bij een Italiaanse professor voor een onderzoek.
Idyllische omgeving, ontspannen atmosfeer, vrijzinnige mensen en in die situatie beleven de zeventienjarige zoon van de Italiaanse professor en de Amerikaan een even tedere als heftige liefde. Call me by your name is vooral een opwekkend liefdesverhaal, voor zolang het duurt. Misschien maken de ouders van de jongen deze film het meest bijzonder: de liefde- en begripvolle manier waarop ze reageren op wat hun zoon meemaakt. Zonder hem in de weg te zitten hebben ze alles door en hun wijsheid en levenslessen dringen ze niet op, ze begeleiden hoogstens op afstand.
Het is maar wat je wel of niet revolutionair noemt.
Een jaar geleden won Moonlight Oscars, de film over een zwarte Amerikaanse man die een homoseksuele liefde beleeft, in een ruwe omgeving waarin hij niet eenvoudig homoseksueel kan zijn.
Als hij zijn geliefde na jaren weer tegenkomt zegt hij dat hij in al die tijd door niemand is aangeraakt.
Deze verhalen moeten verteld worden, problematisch of niet. Heftige verhalen, sterke verhalen (dit bedoel ik letterlijk), aangrijpende verhalen, stoere verhalen, authentieke verhalen.
Dan praat je niet over probleemfilms, zoals een tijdlang gesproken is over probleemboeken als het om boeken voor jongeren ging.
Eerst zat er geen al te negatieve connotatie aan de term, eerder was het een verwijzing naar serieuze onderwerpen, geleidelijk aan veranderde dat wat en kreeg het de klank van zwaar op de hand, gewild, haast als een formule.
Zelf heb ik ze nooit willen schrijven, probleemboeken, ik wilde het leven induiken en vragen opwerpen, ervaringen en belevenissen laten spreken en als er problemen opdoken die niet omzeilen.
Net een andere aanpak, waarin ik nieuwe ontdekkingen blijf doen.

Advertenties

Leerlingen bereiken

Tags

,

Als ik aantekeningen doorlees van het afgelopen jaar kom ik vaak tegen dat ik blij was leerlingen te kunnen bereiken.
Dat is blijkbaar wat ik belangrijk vind. Leerlingen bereiken. En dat dan door rekening met hen te houden zonder allerlei concessies te moeten doen. Centraal moet blijven staan wat ik te bieden heb. Het plezier in taal, de mogelijkheden van woorden, van combineren, van creativiteit, het bevredigende van het uitdrukken van gedachten, ideeen, gevoelens, ervaringen. Het spel en het blootleggen van de humor vaak ook, iets nieuws of iets eigens ontdekken, iets van jezelf, in net even die andere kijk, die andere combinatie van woorden, die vergelijking, die personificatie, die klank, dat ritme.
Het seizoen zit er op een haar na op voor mij. Er springen allerlei momenten uit, het werk op Fons Vitae en de gedichten daar in het najaar, in de Bijlmer in de winter. VERS-werk met genomineerde dichters in onder andere Amersfoort, Hengelo, Sneek, Rotterdam en Gent tot diep in het voorjaar. Overal winnende gedichten, in de Bijlmer twee keer terwijl een topper, een jongen die ik verschrikkelijk goed vond niet bleek over te halen om voor te dragen. Voor hem niet de eer die hij had kunnen krijgen, met zijn creatieve, ongeevenaarde speelsheid. Ik ben benieuwd of de vanzelfsprekendheid waarmee hij werkte er ooit op de een of andere manier uit zal komen.
Niet te vergeten ook Barendrecht, met de workshop waarin direct gedichten gekozen moesten worden voor een revue. Dat was de keer dat we met zijn allen kozen, dat ik een aantal mensen hun goede gedichten liet voordragen. En dat er zo direct al een paar sterke voordragers kwamen bovendrijven, heel natuurlijk.
Zelf kon ik niet bij die revue daar aanwezig zijn, maar later zag ik in overzichten dat een van die sterke performers gewonnen had en vertelde iemand me spontaan een keer hoe overtuigend dat had geklonken, zonder speciale voorbereiding. Nee, dat was niet meer nodig geweest, sommigen hadden de goede toon heel snel weten te pakken.
En dan heb ik het nog niet over VERS debat en essay of het Haarlemcollege, dat zijn weer aparte, grotere ondernemingen. Bevredigend, opwekkend, nieuwsgierig makend naar de toekomst, naar vervolgen. Er is trouwens genoeg kleins, waar het zelfde voor geldt. Zoals in Zwijndrecht, daar heb ik een paar keer heerlijke workshops theater mede aan de hand van gedichten gegeven; dat kan gaan uitgroeien.
*
Leerlingen konden me heel blij maken. Zoals tijdens de voorronde van VERS debat en essay in Den Haag.  Een paar jongens noemden me tijdens de debatten, er sprak waardering uit, het kan niet anders dan dat ze hadden begrepen waar het om draaide, in die weelde van uitdrukkingsmogelijkheden, in het scala van traditie en vernieuwing en nog veel meer. In de zoektocht naar eigenheid, waarin het modieuze dat anderen proberen op te dringen, er niet toe doet. Waarin jijzelf bepaalt wat er toe doet, wat van nu is, wat de tijd en de cultuur bepaalt of verder brengt. Hen had ik weten te bereiken, dat kan niet anders.
Kritiek op mezelf: ik wil het allemaal heel goed doen, en door stevige voorbereidingen lukt dat in principe eigenlijk altijd. Het levert veel op, naast de resultaten ook weinig of geen gedoe met anderen, weinig lastige discussies. Fijn als er weinig of geen energie hoeft naar het rechtzetten van mistige communicatie, om maar wat te noemen.
Als er toch eens wat misgaat, door misverstanden, wil ik dat altijd helder krijgen. Wat is er precies gebeurd, wie heeft wat van wie opgepikt, van die dingen.
Prima, maar dat moet ik niet overdrijven, zo erg is het meestal niet. En ik moet er ook niet mee zitten wanneer het lijkt alsof ik een draadje heb laten vallen, ook als dat niet zo is.
Geeft niet, maakt niet uit, soms ben ik net iets te bang dat iets kleins uiteindelijk relatief grote gevolgen kan krijgen, maar in de praktijk valt dat natuurlijk mee.

De omvang van een boek

Tags

, , , ,

Pas half mei had ik door eerdere drukte het manuscript van Timothy’s komst aangepast. Een maand eerder liet mijn uitgeefster weten dat ze er ondanks eerdere ideeen de voorkeur aan gaf om het boek in het voorjaar van 2019 uit te geven. Dan kon ze zelf de voorbereiding daarvan begeleiden, na haar zwangerschapsverlof.
Ik vind dat meer dan uitstekend, begin september is ze weer terug. Ook al heb ik vertrouwen in vervangers, ik wil heel graag met haarzelf dit proces afronden.
Deze gang van zaken nu sluit ook aan bij mijn plan om niet te veel tijd te laten bestaan tussen het uitkomen van het tweede en het derde Jordiboek. Ooit in mijn fantasie, als een stunt, maar een half jaar. Verrassing, ineens zou er dan zomaar een fors boek achter Timothy’s komst aankomen. Dat zou wel wat hebben, maar zo belangrijk is het uiteindelijk ook weer niet. Als er straks maar drie sterke Jordiboeken bestaan die zin hebben in de wereld en er vol vertrouwen in stappen.
Nu staat me voor ogen: voorjaar 2019 Timothy’s komst (werktitel), najaar 2020 hoe dat derde Jordiboek ook heet.
Als boek twee uitkomt, zal ik in ieder geval ver zijn met boek drie, dat blijft in ieder geval een heel plezierige gedachte.
*
Op dit moment praat ik regelmatig over de omvang van een boek, over het aantal woorden van een manuscript. Hoe ver ben ik nu met het laatste? Hoe verhoudt dat zich tot vorige boeken? Hoe dik moet het boek in dit geval worden?
Ik wil een zekere omvang van het derde Jordiboek. Je kunt natuurlijk zeggen: het is wat het is, als je alles gezegd hebt wat je kwijt wil, is het klaar. Maar soms past bij een idee, een opzet, een bedoeling haast letterlijk een bepaalde zwaarte. Alsof er iets niet klopt als het dun uitvalt, of in ieder geval in relatieve zin aan de dunne kant is.
Het moet een boek worden met meerdere, samenhangende elementen, allerlei ontwikkelingen krijgen afronding, althans voor de middelbare schooltijd.
De dikte, de zwaarte maakt deel uit van het uitroepteken dat het boek moet worden.
Een dun boek kan er ook staan maar daarmee kan deze trilogie niet eindigen.
Het manuscript beslaat nu zeventig duizend woorden. Maar het laatste deel moet nog geschreven worden. Daarnaast heb ik geen idee hoeveel ik nog zal willen of moeten schrappen uit wat ik nu al heb.
Het boek dikker maken dan de eerste twee zal zeker lukken zoals het er nu voorstaat, in dit opzicht het eerste doel. Minimaal twee honderd vijftig bladzijden, zou ik nu zeggen, liever drie honderd. Jordi telt tweehonderd en drie en twintig bladzijden.
Mijn dikste tot nu toe komt uit op drie honderd en zeventig trouwens, dat is De vijfde jongen. Een losstaand boek zoals mijn meeste, wat mij betreft klopt ook in dit geval de omvang.
*
Een collega-poeziedocent van mij vertelde dit voorjaar dat ze nu een manuscript heeft van achttien duizend woorden. Voor haar klopt dit aantal. Langer maken zou voor haar al snel iets geforceerds hebben.
Een lastige omvang, niet eens een novelle zou ik zeggen. Zelf spreekt ze van een lang kort verhaal.
In een gesprek haalde ik er pas geleden Le petit prince bij. Kinderboek kun je zeggen, maar dan wel kinderboek ook voor volwassenen. Dat moet je kunnen zeggen over elk goed kinderboek, maar goed, even als voorbeeld van een sterk, onafhankelijk boek met relatief een beperkt aantal woorden.
Wat kun je doen met achttien duizend woorden als je er een boek van wilt maken? Ruim opzetten, grote letters, zo mogelijk tekeningen?
De kwestie is interessant, ik heb er ook met meerdere mensen over gesproken. Niemand weet het precies. Welke lengte moet een tekst hebben om er een boek van te maken? Is er een minimum, hoe kijken uitgevers daar tegenaan? Of moet je in het geval van achttien duizend woorden er nog een paar verhalen bij schrijven zodat je er een verhalenbundel van kunt maken?
Misschien is dat de oplossing.
Los van publicatie in tijdschriften misschien, of is het daarvoor juist weer te lang?

Kijkers in de les

Tags

, ,

Een collega poeziedocent wilde bij me komen kijken. Eigenlijk vind  ik dat prima, en toch denk ik dan ook even: wanneer, waar, hoe, nu, straks?
Ik geloof in datgene waar ik mee bezig ben; over reacties, van leraren en zeker ook van leerlingen, heb ik niet te klagen, de resultaten blijven voor zichzelf spreken. Ik zou kunnen denken: hoe meer mensen zien wat ik doe en er kennis van nemen, hoe beter. Laat mensen komen, laat mensen kijken. Laten we erover spreken, erover nadenken samen. Als er niemand van de school of van de instelling waar ik werk aanwezig is, vind ik dat altijd vervelend: wat ik doe hangt niet als los zand tussen andere activiteiten. Ik wil dat ze het zien, linken kunnen leggen, kunnen gebruiken, kunnen inpassen in andere lessen.
En ik ben ook wel wat gewend; ooit kwam zelfs de directeur van het VSB-fonds bij me kijken. Het zou kunnen dat een (nieuwe) collega als waarnemer het spannendste is. Je zult net die ene wat mindere les meemaken als er een toeschouwer aanwezig is. Precies de reden waarom ik het ook eng zou vinden om aan een televisiequiz mee te doen. Ik zou ver kunnen komen maar het kan ook helemaal mis gaan.
Daar moet je lak aan hebben natuurlijk, goed, het is niet het belangrijkste. Als het erop aankomt en het echt moet, laat ik me niet tegenhouden, ook niet door allerlei vage calculaties.
Het beste is misschien dat iemand onaangekondigd langskomt. Dan kan ik er niet over nadenken, dan neem ik de situatie zoals die is en gooi ik er hoogstens een extra schepje bovenop. En dan gaat het natuurlijk goed, zoals laatst nog met het bezoekje dat ik kreeg tijdens een theaterworkshop rond gedichten.
Alles bij elkaar gedraag ik me op dit punt een beetje tegenstrijdig.
Nee, ik ben geen robot, niet los van elke denkbare spanning. Ben blij met wat ik doe, wil het beste bereiken met de groepen waarmee ik werk. Ik weet dat ik een eind kom, maar op te veel zelfverzekerdheid zit bij mij een rem.
Degenen die te zelfverzekerd zijn, zijn niet de prettigste types, zo legde ik het deze week uit.
Aan innerlijke twijfel zal ik evenmin ten onder gaan, ik heb genoeg vertrouwen in mijn houding, aanpak, kennis en inzet. De onzekerheid sluipt er vooral in als ik even wat minder zicht heb op de opinies en reacties van anderen. Daar kan ik me zoveel mogelijk van losmaken maar ze doen er wel toe, zeker de opinies van sommigen.
*
Fijn als iemand die erover kan oordelen, als dichter, geeerd en gelauwerd, ook als poeziedocent inmiddels gewaardeerd, mij op een avond tot drie keer toe prijst. Ook juist ten overstaan van anderen, die minder op de hoogte zijn, hij is zeer genereus.
Mijn opdrachten, mijn voorbereidingen en aanpak van de lessen.
Hij heeft er eerder op gehint, nu was de waardering nog uitgesprokener, en ook de herhaling maakte duidelijk dat het niet om een oppervlakkige waarneming gaat. Zijdelings noemde hij een voorbereidingsbijeenkomst waarin ik een opdracht presenteerde die vanuit sommige hoeken wat kritiek kreeg. Ik zou te veel bekend veronderstellen, geloof ik. En te veel stadsheid bieden voor het platteland. Daar was hij het absoluut niet mee eens, bleek nu. Dat voorval was ik inmiddels min of meer vergeten.
‘Het lijkt je ook makkelijk af te gaan,’ zei hij.
Natuurlijk wist hij ook wel dat dit niet de hele waarheid is.
Misschien doelt hij op een vanzelfsprekendheid, ik doe de dingen die ik wil doen. Geen twijfel over.  Exacte omstandigheden en de status bij wie ook maken me weinig of niets uit. Dit is wat ertoe doet, in mijn ogen. Waar ik op uit ben is mijn niveau vasthouden en versterken, en mijn arsenaal, het inspelen op situaties vergroten, uitbreiden.
Hij noemde de ogenschijnlijke simpelheid van mijn opdrachten, gebruikte zelfs de term no-nonsense voor mijn aanpak.
Ik bereid me altijd goed voor, met ruimte voor onverwachte wendingen en variaties, probeer de situatie een lichtheid te geven als daarvoor kansen zijn. Ik weet waar ik heen wil, kan genieten van wat er gebeurt en vooral van wat leerlingen maken.
Laat ik de waardering van iemand die ik graag mag koesteren. Die is heel waardevol.
Zelf heeft hij ook veel in zijn mars, anderen zien dat ook.
Hij is iemand die ik ook als mens prettig vind, met wie ik graag praat. Hij roept altijd vragen op die ook mij raken, duidelijk bedoeld om verder te komen.
Deze man heeft een sterke opmerkzaamheid, hij ziet veel en voelt veel aan, en is niet alleen op zichzelf gericht.
Heerlijk om mee te maken.

Concentratievermogen

Tags

, , ,

Over leraren gesproken: sommigen die lessen geven aan ‘lagere niveau’s’ zijn erg gespitst op de korte spanningsboog, het beperkte concentratievermogen.
Terecht natuurlijk, je moet het lot niet tarten. Maar je kunt ook weer zo ver gaan, dat je leerlingen juist beperkt. Pas hadden in een klas een paar vlotte, populaire, misschien wat wilde jongens veel plezier in performen, voordragen, maar de leraar suggereerde dat we verder moesten.
Ik zeg niet dat we er heel lang mee moesten doorgaan, maar voor mijn gevoel gaf de man het iets te weinig ruimte. Even haalde hij mij ook uit mijn ritme, maar goed, dat bleef bij een momentopname. Ingrijpen in mijn lessen doen leraren nooit, maar die korte spanningsboog is een van de grote aandachtspunten, dat is duidelijk.
Regelmatig geef ik ook lessen alleen, maar ik wel eigenlijk dat er altijd iemand van de school bij aanwezig is, ik wil graag dat ze zien en weten wat ik doe.
Wat ook vaak gebeurt in als lastig bekend staande klassen: leraren of leraressen die wat mij betreft erg negatief over het gedrag van vooral sommige leerlingen blijven.
Vorige week nog, een lerares ergerde zich, riep sommige leerlingen een paar keer tot de orde, dat vond ik prima, het hielp me ongetwijfeld om mijn lestijd zonder veel morsen te benutten. Ze kon me ook duidelijk volgen in wat ik deed, in die zin droeg ze bij aan een positieve lading. Maar het jammere vond ik dat ze tussen die ingrepen door niet mee lachte, nooit goedkeurend knikte of plezier toonde. Haar aandacht voor degenen die eventueel zand in de machine zouden kunnen gooien was mij iets te groot.
Jammer, het was zo’n klas die ik wel mocht, mede dankzij haar liep het in mijn ogen best goed maar wat haar leerlingen presteerden leek ze niet helemaal te kunnen zien. Bij mijn tweede en laatste bezoek aan die klas bleek dat helemaal. Het werd een productief uurtje, waarin iedereen zijn of haar gedicht maakte op grond van het voorwerk van de vorige keer. Na een korte instructie van mij ging iedereen aan de slag, ik liep rond, beantwoordde vragen, las en gaf adviezen en uiteindelijk was zelfs het meest ongeconcentreerde joch trots op zichzelf. De juf zelf bemoeide zich nu niet met de les, en achteraf erkende ze dat iedereen er inderdaad in was geslaagd een goed, afgerond gedicht te schrijven. Heel typerend, dat deed ze wat schoorvoetend. Terwijl wat mij betreft ook de meest weerbarstige leerlingen openbraken. De primus inter pares moest na afloop even nablijven, ik geef toe: ik zal ook niet alles hebben gezien, in ieder geval leverde hij een gedicht in dat ik voor de show had kunnen uitkiezen. Alleen had dat geen zin, want hij mocht niet mee. Tegen mij zei hij: ‘Ze heeft het altijd op mij  voorzien, ze moet altijd mij hebben.’
Een klassieker, ik begrijp zo’n leerkracht ook wel weer, ik zie deze leerlingen maar twee keer en mag dan proberen iets zinnigs met ze te doen. Zij heeft een hele geschiedenis met ze, en natuurlijk was het geen makkelijke klas, dat voel ik ook wel aan.
Toch blijft het jammer: ze kon niet zien dat er misschien wel zeven of acht echt geslaagde gedichten door haar klas werden gemaakt. Ik kon daar niet eens op die toon met haar over spreken. Terwijl ze ongetwijfeld een heel goeie lerares is.
*
In een andere klas zei een leraar na afloop dat hij tijdens het schrijven van de gedichten goed had rondgekeken. Zelf had ik weer veel rondgelopen, sommigen vroegen veel aandacht door telkens te willen laten lezen, en ik moest regelmatig flink aan de bak om ze op het goede spoor te krijgen.  Mede daardoor zag ik en paar mensen min of meer over het hoofd. Ze leken rustig door te werken maar volgens de leraar hadden ze weinig uitgevoerd. Jammer, uiteindelijk is mijn doel altijd wel aan iedereen voldoende aandacht te besteden. En al helemaal aan degenen die niet vooruit komen. Soms moet ik degenen die te veel aandacht vragen afstoppen. In grote klassen blijft dat een opgave. Degenen die zelfstandig met hulp van mijn instructie en het opdrachtvel een eind komen, koester ik. Het is soms woekeren met vijftig minuten en een volle klas.
Soms is zelfstandig werken niet vooruit komen. Blijkbaar had ik dat hier gemist. Deze jongens hadden zich haast onhoorbaar en onzichtbaar gemaakt, en ik was de hele tijd bezig.
‘Het is niet zo gek,’ zei de leraar. ‘Een van deze jongens heeft in korte tijd zowel zijn vader als zijn moeder aan kanker verloren.’
Ik kon mijn oren niet geloven. Dat gebeurt vaker, onvoorstelbare geschiedenissen soms, een heb ik zelfs in een fictieversie gebruikt in ‘Timothy’s komst’ maar dit sloeg alles. Een jongen van amper dertien.
‘Hij woont nu met twee oudere broers, ook nog maar net van deze school af,’ vertelde de leraar. Die boers waren nu achttien, een tweeling.
Een onwaarschijnlijk verhaal. Nog een geluk dat die twee net oud genoeg waren om als voogd voor hun jongere broertje te kunnen optreden. Nu konden ze bij elkaar blijven wonen. Later sprak ik de mentor van deze jongen nog. Ze had ook veel contact met een tante van hem, om die jongens niet te veel te belasten.
Bij zo’n verhaal moet ik altijd denken aan De cementen tuin van Ian McEwan. Daarin verzwijgen een broer en een zus de dood van hun ouders om samen met drie jongere siblings bij elkaar te kunnen blijven.
Zo’n verhaal moet ik eigenlijk weten. Ik probeer iedereen te stimuleren, stel ook eisen, als deel van de goede betrekkingen, ik wil iets bereiken.
Als mensen niets uitvoeren, zit ik daar wel achteraan. Soms krijg ik net op tijd te horen dat iemand bijvoorbeeld autistisch is en een speciale behandeling vraagt. Dat gebeurt in alle niveau’s, onder jongere en ouderejaars.
Ik kan natuurlijk ook te voorzichtig worden, met die mogelijkheid van een speciale situatie in het achterhoofd.
Het beste is als ik zoiets van te voren te horen krijg. Dat moet mogelijk zijn, weten met wie je rekening moet houden.
Misschien maar goed dat ik deze jongen en zijn vriendje met rust heb gelaten.

Leraren die steunen en versterken

Tags

, ,

Uit lessen met wat ze noemen ‘lager niveau’ kunnen sprekende, fantasierijke en levenswijze gedichten voortkomen. Voor mij relativeert dat alles. Er zijn acht soorten intelligentie, waar ik de ene intelligentie tegenkom, mis ik de andere en omgekeerd.
Natuurlijk, de een kan naar het vwo en de ander redt het daar niet. Inmiddels weet ik wel dat het niet het hele verhaal is.
Vorige week werkte ik op een Wellant praktijkschool, daar moest ik snel werken, na een lesuur moest er resultaat zijn. Dat eiste vaart, het pakte goed uit. Puttend uit mijn praktijken van de laatste maanden bood ik een korte introductie met fragmenten van gedichten waaraan ik veel kon ophangen, in een wisselwerking met de leerlingen. Soms lazen ook zij regels. Daarna volgde een opdracht met vragen waardoor leerlingen snel een onderwerp, invalshoeken, woorden, ideeen en korte regels konden verzamelen.
Na dat uurtje had ik meestal nog wel gelegenheid om met de leerlingen gedichten af te maken, uit te diepen of eraan te schaven. dat gebeurde in een losse werksfeer, ik benaderde leerlingen individueel tijdens andere lessen, ging niet eens apart zitten met hen. Dat kon daar, in feite een doorbreking van het formele lessenpatroon. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het korte concentratievermogen van de leerlingen, zo kun je dat op een plezierige manier aanpakken en pareren.
Voor mij klopte op deze school alles: leraren die mij begrepen, dicht bij hun leerlingen stonden maar ze wel tot de orde riepen als daar aanleiding voor was. Dat laatste bleef ruim binnen de perken, weinig gedoe, de leerlingen bleven voor mij altijd bereikbaar.
Leraren die me begrijpen (daar zijn er gelukkig genoeg van) werken met me mee, versterken wat ik doe, steunen me als dat het effect van het werk vergroot, ze vinden het interessant en leerzaam en zijn blij dat ik er ben. Dan versterkt de ene energie de andere, ook nog eens positieve energie.
Leerlingen van deze school wonnen eerste prijzen met hun gedichten tijdens een revue begin deze week. Dit tot teleurstelling  van de kant van een andere, deelnemende collegaschool.
Iemand daar bleek zelfs gesuggereerd te hebben dat een winnend gedicht te goed was om door een leerling zelf geschreven te zijn.
Ik wist zeker dat het betreffende meisje het gedicht wel helemaal zelf had gemaakt, ik had er met mijn neus bovenop gestaan, had druk rondgelopen en veel gezien. Bovendien kon ik traceren hoe ze de opdracht uitgevoerd had. Ik had kunnen volgen hoe ze met het verzamelde materiaal op grond van de opdrachten stappen zette en aan het gedicht bouwde.
Voor de zekerheid heb ik wel uitgebreid (internet)onderzoek gedaan en ik heb geen spoor kunnen vinden. Doodeenvoudig om met hard bewijs te kunnen komen, mocht dat nodig zijn.
Ik werk er natuurlijk hard aan om leerlingen tot iets moois te brengen, wil het niveau vasthouden, verbeteren en aan elke situatie aanpassen.
Soms denk ik: kan dat elke keer weer lukken? En als dat dan gebeurt, kan het resultaat op een onverwachte wijze ter discussie gesteld worden.
Alsof het ook te goed kan worden.
*
Kritisch blijven hoort erbij, ook als het heel goed gaat. Je kunt nooit denken dat je er bent. Toch, als lessen in alle opzichten een succes blijken te zijn en gedichten in de prijzen vallen, kunnen kanttekeningen wel verbazen. Zo hoorde ik over deze laatste lessen (en opdrachten) dat ik, hoe goed ook, veel op woorden gericht ben. En wellicht minder op emoties, of op ervaringen.
Gerichtheid op woorden klopt maar daar blijf ik niet in hangen. Soms vraag ik niet nadrukkelijk naar emoties maar in vervolgvragen, haast terloops maar wel belangrijk. Binnen de beperkte tijd had ik ook deze keer aandacht voor fantasie, verbeeldingskracht, voor vergelijkingen, overdrachtelijkheid, of bijvoorbeeld personificatie (al noem ik dat dan niet zo). Woorden zijn niet zomaar woorden, ze verwijzen ergens naar, ik laat er vaak op voortborduren. De opdrachten leiden, direct of indirect, ook naar ervaringen. In dit geval bijvoorbeeld via termen als buitenleven, buitenwerk, actie, buiten actief zijn, vriendschap.
Kanttekeningen als er geen directe aanleiding voor lijkt te zijn, zijn ook relativerend.

Het winnende gedicht waarvan de oorspronkelijkheid werd betwist:
De wereld wordt ouder
maar vriendschap blijft hetzelfde
de leeftijd maakt niet uit
oma’s dansen springend bij het kampvuur
in het grote verlaten bos

In hun oceaanblauwe ogen
is het geluk goed te zien
ze luisteren niet naar de negatieve mensen
ze genieten lachend van het leven

En dan nog een gedicht dat niet eens in de prijzen is gevallen maar alles zegt over emotie, over authenticiteit, over de eigen ervaring, in alle eenvoud:
Benzine

benzine geeft me stress
benzine is blijdschap
benzine is kracht

opgegroeid met benzine
gevallen met benzine

rennen voor benzine
vechten voor benzine
actie voor benzine

leven met benzine
de geur van benzine groeit tijdloos
ik ben benzine
mijn bloed is benzine
Dat woord benzine was verschrikkelijk belangrijk voor deze jongen. Hij zei dat hij ermee opgegroeid was, dat het er altijd was geweest, en dat het er altijd zou zijn.
Juist dit naar boven krijgen en tot uitdrukking laten brengen, daar gaat het in ieder geval ook om voor mij.

Deze dan nog:
Het kind

Ik droom met plezier
verzorg mijn lach
het kind ontmoet hoop
de wind geeft het aan mij
gezondheid oogst plezier
het wandelende kind speelt in het park
een gelukkige lakenwitte droom geeft hoop
als het droomt vliegt het kind weg van geluk
ik luister naar mijn droom
het kind ontmoet zichzelf
een droom vindt geluk
het kind droomt gelukkig
en dat ben ik

bescheidenheid en opspelend ego

Tags

, , , ,

De finale van VERS debat en essay zit erop, 17 april al. Veel eerder dan andere jaren -directer volgend op de laatste voorrondes van begin april. Dat heeft zijn voordelen, ik zat er nog middenin.
Deze keer in het OBA-theater, voor mij is die finale altijd een bijzondere gebeurtenis. Stiekem beschouw ik VERS debat en essay als een geestelijk kind. Niet zo vreemd, ik geef vrijwel alle lessen en workshops (alleen niet in het geval van parallelle lessen eigenlijk). Inhoudelijk heb ik het ontwikkeld, het materiaal gemaakt, zoals een werkbundel met gedichten, instructievellen voor debat en voor essay, een werkvel met begrippenparen dat ik bij de introductie gebruik. En ik blijf altijd bezig met het formuleren van nieuwe stellingen, allereerst voor de workshops. En vervolgens ook voor de lijsten met stellingen voor de voorrondes en voor de finale.
Zeker dat laatste doe ik niet alleen, zeker niet als de finale eraan komt, gelukkig niet. Het is goed om verantwoordelijkheden te delen, graag met mijn opdrachtgevers, zoals het nu gaat. Een paar jaar geleden moest ik daar wel eens aan wennen, dan vergden discussies veel tijd, nu loopt dat vrij soepel. Kwestie van redelijke mensen onderling.
Zo’n finaledag begeleid ik zelf ook een literaire stadswandeling, net als zeventien anderen, en die dag kent zijn eigen organisatie, buiten mij om. De zaal, de jury, de voorstelling met acts als Ellen ten Damme (dit jaar), presentator Rick de Leeuw, noem maar op.
Het brengt me soms in een spagaat. Aan de ene kant de bescheidenheid, een van de velen zijn, een van de docenten die workshops of lessen geeft in een brede en grote activiteit, zoals de situatie vaak is. Aan de andere kant het opspelende ego, voortkomend uit verantwoordelijkheidsgevoel, de -lichte- nervositeit over het verloop.
Bij de gedichtenshows wil ik graag met sterke gedichten voor de dag komen, die opgepikt worden, waar anderen van genieten, die laten zien wat we kunnen bereiken en wat leerlingen in zich hebben. In de praktijk betekent dat toch dat ik graag wil winnen, als staat het er in principe los van.
Mijn eigen oordeel over de gang van zaken en de resultaten staat in zekere zin wel bovenaan, daar kan ik het wel mee redden, maar als anderen het te weinig zien is dat toch lastig, jammer, soms zelfs vervelend. En het zou me onzeker kunnen maken over het verdere verloop.
Een mens wil begrepen worden, gezien worden, en hij wil dat zijn prestaties op waarde geschat worden.
Het houdt me wel bezig, in hoeverre geldt dit nou echt voor mij? En wat zit erachter? Ik ben niet alleen afhankelijk van mezelf en tot op zekere hoogte is dat maar goed ook.
In het geval van VERS debat en essay speelt dat allemaal op een iets andere manier dan bij de gedichtenshows. (Boeken en theaterpresentaties laat ik hier even buiten beschouwing, dat zijn weer andere verhalen).
Hier, bij VERS debat en essay dus, gaat het me meer om het totaal, het slagen van de activiteit als zodanig. Het aangeleverde werk moet heel goed zijn, het moet aan hoge standaarden voldoen, en het gaat me er minder of niet om of ik de winnaar van het debat of van het essay aangeleverd heb.
*
In de nazit kwam het toch ter sprake: wie heeft de winnaars geleverd? Van alle groepen in de finale had ik er maar een niet gehad, en laat daar nou net de uiteindelijke winnaar van het debat uit voortkomen!
Haar vaardigheden waren haar al vooruitgesneld, het betreffende meisje uit Hengelo deed het heel goed, het plezier spatte ervan af, altijd hout snijdende argumenten voorhanden, sterk, zelfbewust zonder ooit hakkerig te worden of iemand onderuit te halen door trucjes of valsigheden. Bij haar winst kon ik me alles voorstellen. In de slotronde legde een jongen uit Antwerpen het net tegen haar af. (Ik kan toch mensen noemen die hem hadden willen laten winnen, hij sprak heel rustig, weloverwogen, kwam ook met goede argumenten, heel welsprekend en authentiek, zonder enig vertoon, dat spreekt sommigen erg aan).
Uitstekend, prima, ik kon heel goed leven met de winnaars -de essayprijs gewonnen door een jongen van een andere Antwerpse school, met wie ik wel had gewerkt. Met een geengageerd essay over zijn afkomst.
Ik was blij met de totale show, blij met wat VERS debat en essay in de breedte heeft opgeleverd, blij met al diegenen die stappen hebben gezet. Opnieuw zijn er genoeg mensen die onverwacht uit de hoek zijn gekomen, in positieve zin, leerlingen die anderen en zichzelf verrast hebben, een andere kant van zichzelf hebben ontdekt. Bijna allemaal hebben ze gedichten ontdekt die hen hebben geraakt. Dat alleen al. En velen hebben die ontdekking weten te verbinden met heel persoonlijke ervaringen,  gedachten of waarnemingen.
Soms snap ik niet hoe bepaalde teksten niet in de finale terecht zijn gekomen. De concurrentie is zo groot dat een minder element of passage al genoeg is om daarvoor af te vallen. Of ze zijn eigenlijk compleet gelijkwaardig en onvergelijkbaar en dan moet er toch een gekozen worden.
Een Belgische docente had gehoord dat ik vrijwel alle lessen voor VERS debat en essay geef en ze vroeg naar de reden.
Hier speelt volgens mij de combinatie van kunst en beschouwing, analyse. Er zit een academische kant aan en dat bevalt me. Gezien mijn achtergrond, sociale pedagogiek, kunsteducatie, het past me. Voor velen heeft het iets onmogelijks, dat debatteren over kunst of een kunstvorm, maar ik vind het erg de moeite waard en heb er een manier voor gevonden (het gaat mij meer om gedachtevorming dan om gelijk krijgen of gelijk hebben, het gaat om welsprekendheid, om geestkracht op zich, om nadenken, ik hou van de filosofische poot, het draait om verkenning met filosofische implicaties, maar haast onuitgesproken, inherent). Er zit voor mij altijd een maatschappelijke kant aan, het gaat ook om de betekenis van kunst en cultuur in de samenleving, over veranderingen in de wereld, om wat mensen van belang vinden. Dat zit allemaal in de stellingen verborgen.
Aan de hand van de gedichten gaat het om verandering, vernieuwing, het ongewone, het traditionele, het klankrijke, leerlingen krijgen een gevarieerd aanbod en ze doen er zelf wat mee, ze leggen verbindingen, dat gebeurt allemaal impliciet.
Al wil ik het soms wel benoemen, om het bewustzijn te vergroten.
Bescheidenheid en de ego-schaduw van de verantwoordelijkheid, de letterlijke betrokkenheid in dit geval. Veel mensen met wie ik te maken heb weten helemaal niet wat ik precies doe. Het blijft gek als andere docenten die ook een literaire stadswandeling begeleid hebben me vragen: ‘Blijf je voor de finale?’
Niet onbegrijpelijk -we kunnen geen van allen altijd aanwezig zijn bij shows waaraan we meegewerkt hebben. In dit geval pakt de vraag een tikje vervreemdend uit, dat is niet anders. Ik leg meestal kort uit wat ik doe voor deze activiteit en zeker zal blijven voor de finale.
Het werd een mooie finale waarvan ik de twee volle uren genoot. Ze had een prettig ritme waardoor het niet uitmaakte dat het best lang duurde. (Mensen die daar bang voor waren geweest, merkten ook dat het niet uitmaakte). De opbouw vraagt om een zekere lengte, het afvalsysteem met de daar bijhorende spanning. En ja, het is toch ook het sluitstuk van een heel traject, waarvoor velen van heinde en verre naar Amsterdam komen.
Er hing een aangename, opgewekte en opwekkende sfeer, onder de finalisten zelf en onder het publiek, hun supportende klasgenoten. Het ene warmhartige weerzien na het andere. Jongens die roepen: ‘Waarom hadden we jou niet bij de stadswandeling?’
Heerlijk om te horen, laten we wel zijn.
Het smaakt weer naar meer en dat kleurt voor mij zo’n dag ook.
En na afloop deze keer weinig gedoe over stellingen of andere keuzes, ook lekker.

Waarschuwingen en verwachtingen

Tags

, ,

De laatste tijd ben ik heel regelmatig gewaarschuwd voor een klas -altijd wel, het hoort erbij. Als het in een bepaalde periode vaker gebeurt, zal dat wel toeval zijn. Op dit moment lijkt dat het geval, maar ik houd het ook niet precies bij.
Vervolgens valt het meestal mee, zeker als er meer lessen zijn, dan kun je wat opbouwen.
Pas op het Coornhertlyceum gebeurde het ook weer, voor de laatste VERSlessen, ik zag die klas alleen maar een blok van drie aaneengesloten lesuren.
Deze keer was het werkelijk een pittig groepje, ongedurig, met elkaar bezig, of sommigen juist in zichzelf gekeerd, brutaal -als ik vroeg om hun naam op een vel te schrijven dit niet doen.
Het eerste uur ging wel, met voordrachten en snelle opdrachten, een paar jongens wilden veel spelen. Tijdens het tweede uur won het obstinate gedrag, bij het opstarten van een slotopdracht die moest uitmonden in het schrijven van een gedicht. Traag reageren, slecht luisteren en daardoor onnodige vragen blijven stellen. Maar na de pauze, in het derde en laatste uur kwamen ze toch los en op gang. zelfs balsturige jongens van wie ik het helemaal niet verwacht had. Misschien inmiddels gewend aan een creatieve manier van kijken met ruimte voor een eigen inbreng.
Even niet de gebruikelijke voorgekauwde woordjes en uitdrukkingswijzen maar net even een wat andere aanpak en opbouw. Onaffe regels, woorden weglaten, nieuwe woordcombinaties maken, opmerkelijke vergelijkingen, wonderlijke personificaties, noem maar op. Wie het door heeft, kan bij mij zijn rebelsheid wel kwijt.
Toch weer, eind goed al goed. Iedereen kreeg op het laatst een goed geschreven gedicht rond, niet allemaal even bijzonder maar een flink aantal werkte er zelfs goed aan. Als afsluiting hield ik een kort praatje waarin ik zei: 2 -1 voor jullie. dat begrepen ze niet direct, ik bedoelde 1 uur aardig, een uur matig, een uur goed. het positieve en het minder positieve benoemd.
Na deze les zaten er vier maanden VERS op, met genomineerden van de laatste VSB-poezieprijs als inspiratiebronnen. Maanden reizen door het taalgebied en vele klassen in veel steden. Ik ben geen werkelijk vervelende klassen tegengekomen, af en toe hier en daar wat moeilijk bereikbare of ongeconcentreerde figuren. Alles bij elkaar weinig.
Deze laatste klas was eigenlijk verreweg de lastigste, op de valreep werd ik nog even op de proef gesteld. Achteraf is het toch redelijk goed afgelopen en ik vraag me af: wat was hier nou eigenlijk aan de hand?
Ik bespeurde onderlinge onveiligheid -vaak de reden van het niet prettig functioneren van een klas. De verstarring onder jongens, het gewilde gelach, geforceerd bij elkaar in de smaak willen vallen, het obligate gegiebel en gegiechel onder meisjes. Hier viel echt wat te doorbreken. Tussendoor, in de pauze en na afloop, hoorde ik achtergronden. Zoals verwend gedrag, alles krijgen, maar ook verwaarlozing. in dit geval in welvarende milieus, ouders die weinig tijd hebben, en op school leraren die niet opgewassen zijn tegen hun taken.
De goeden niet te na gesproken natuurlijk, die zijn er ook genoeg. Voor hen maak ik een diepe buiging.
*
Op die dag was er een aankomend leraar wiskunde bij de les aanwezig die in de pauze tegen mij zei: ‘Je kunt je toch wel voorstellen dat ze niet op poezie zitten te wachten.’
‘Nee,’ zei ik, ‘daar kan ik me niets bij voorstellen. daar ga  ik niet zomaar in mee.’
Er zat een lerares bij met een open, gevoelige manier van kijken die me begreep.
‘Nee, jij gaat er niet  zomaar in mee,’ zei ze, ‘dat is passie.’
Het zijn allemaal van die voor de hand liggende opinies, maar zo vanzelfsprekend zijn ze niet. Ze worden allemaal selffulfilling prophecy. Leerlingen pikken feilloos op wat docenten in hun hoofd hebben.
Taal is plezier, taal is jezelf uiten, jezelf en de wereld verkennen, nieuwe wegen inslaan, jezelf verrassen, nieuwe perspectieven en mogelijkheden blootleggen. Als we dat nou eens uitdragen. taal is er voor iedereen, of je nou van wiskunde houdt of van geschiedenis.  Waar komt het idee vandaan dat ‘het niks voor mij is’?
Je moet haast vol opgedrongen vooroordelen zitten om afwijzend te blijven.
Als ik zie wat er de afgelopen maanden gemaakt is, en alle eerdere jaren, blijken veel leerlingen dat door te krijgen. Wat tijd en aandacht leveren wat op. dan kan ik de veelzijdigheid en het plezier laten zien. Iedereen denkt na en heeft gevoelens, en een behoefte zich uit te drukken. ook als die wat weggedrukt is.
Niet iedereen heeft eenzelfde behoefte maar dat hoeft ook niet. Het is juist de moeite waard om die verschillen boven water te krijgen.
In een klas die vooral met zichzelf bezig is en met zichzelf worstelt, komen die doorsnee-opinies makkelijk bovendrijven. Natuurlijk bieden wij niet de gemiddelde manier van lezen, van delen, van uitwisselen, maar dat staat los van welke verwachtingen ook.
Waar nieuwsgierigheid en levendigheid ruimte krijgen, verloopt ons werk soepeler.
Dat is ook het mooiste wat er is: leerlingen die niet in voor de hand liggende gedragingen blijven hangen.

 

Een collagevoorstelling over chaos en orde

Tags

, , , ,

De theaterproductie van de eindexamenklas op het Haarlemcollege draait inmiddels ook alweer een paar maanden, het is een prettig klein clubje.
Ik kan me aardig uitleven in onze collagevoorstelling. Het script had ik pas begin januari gereed. Het bestaat uit teksten van Ovidius -Metamorfoses, Victory over the sun en nog een aparte tekst van Chlebnikov, van Ostayen, lichte verwijzingen naar La Divina Comedia, absurdisme. Inmiddels wordt de betekenis door de leerlingen goed opgepikt. Misschien vooral intuitief, maar volgens mij vatten ze de onderliggende laag, waar ik trouwens regelmatig naar verwijs, vaak terloops, nooit in een lange beschouwing.
Als ik het mag zeggen gaat het over de chaos die we proberen te bedwingen. De orde die we proberen te scheppen, via taal, via daden, via macht. Hoe het telkens weer misgaat, door verleidingen en misleidingen, misverstanden. Vaak ook door vernieuwingen en veranderingen, die ofwel nodig of onontkoombaar zijn of allebei. Altijd weer die terugkerende chaos. En hoe we keer op keer weer opnieuw een leefbare omgeving proberen op te bouwen.
Ik moest er stevig mee aan de slag in de afgelopen maanden, meer dan vorig jaar in deze periode. Dat leek lastig te combineren maar de samenwerking en de communicatie met de andere begeleiders was zodanig dat er geen werk- en repetitietijd verloren hoefde te gaan.
In ieder geval heb ik er alles aan gedaan om er zoveel mogelijk bij te zijn. Neem het tripje vanuit Gent, waarbij de tijd kromp. Achteraf zeer de moeite waard, elk uur telde.
*
De laatste weken kon ik veel repetities bijwonen maar moest ik soms iets eerder weg. Zoals de donderdag voor Pasen, met net te weinig tijd voor de reis tussen twee activiteiten. Deze keer alleen maar binnen Haarlem tussen theater op het Haarlemcollege en gedichten op het Coornhertlyceum. Prettig dat er onderling veel begrip is voor dit soort situaties, het kan niet anders, ik ben een soort handelsreiziger in cultureel-educatieve activiteiten. Ik miste tien minuten repetitie.
Die ochtend werd een oefening in geduld, zeker de eerste uren.
Een jongen en een meisje spelden Pyramus en Thisbe en toevallig hebben ze iets met elkaar gehad. Of niet zo toevallig. Een paar weken geleden was het afgelopen en ze deden er nogal laconiek over.
Maar die ochtend tikte de jongen ongedurig met een schaar op een hoge ronde tafel aan de zijkant van het toneel. Hij is wat ongrijpbaar, soms vrolijk, benaderbaar, de andere keer maf, onberekenbaar, dan staat ie ineens achter je en zegt ie iets geks. Ik mag hem wel, en het meisje ook, ze is heel serieus, kalm en stiekem kolkt er toch iets, dat merk je. Nooit een pittige of felle reactie in spel, aanwijzingen pikt ze met een begrijpend knikje op.
Ze begonnen de scene, maar al snel stond de jongen huilend in de coulissen, nog voor ze het fragment op een kerkhof konden afspelen.
Het meisje bleef eerst rustig, maar tegen de tijd dat de jongen weer verder kon, zat zij met een paar vriendinnen zacht huilend in een kleedkamer, verstild. Niks aandachttrekkend of dramatisch, wat ik ook wel eens meemaak.
Uiteindelijk konden we Priamus en Thisbe niet spelen en verloren we veel tijd. Gelukkig lukte het nog wel om opnames te maken van twee andere scenes, op deze dag waar we zoveel mogelijk uit moesten zien te halen.
Achteraf ben ik blij dat we tijd gaven aan de emoties van die twee, en dat we niet toegaven aan de spanningen die met de tijdsdruk samenhingen.
Geduld, ja, geduld, een relativering van het presteren, die ik wel ken.
Aan de andere kant wil ik altijd zo veel, en wil ik zeker uit de activiteiten met leerlingen alles halen wat er te halen valt.

 

Herkenning, ontdekking, verwerking

Tags

, ,

Wel weer even afkicken van de dynamiek van die wintermaanden, maar het wordt me makkelijk gemaakt. Sinds half maart pendel ik veel tussen Haarlem, Den Haag en Rotterdam, Hengelo tussendoor. Veel dagen werk ik in twee steden, soms op drie plekken zoals een aantal dagen geleden.
Die levendigheid voedt me telkens weer, van plek naar plek trekken, trein in trein uit, van station naar school of ander gebouw, met een bus of lopend. Ik heb er eigenlijk altijd zin in, veel mensen zien, inkijkjes krijgen. Elke klas of groep is een avontuur, meestal in meerdere etappes. Vrijwel overal kom ik vaker, met allerlei mensen heb ik over meerdere weken contact, we werken altijd naar een concreet resultaat.
Hoe springerig het ook toegaat, we overstijgen de eenmalige vluchtigheden.
Vaak wil ik meer bieden dan de tijd me toestaat, soms kan ik niet naar revues toe om de uiteindelijke optredens van leerlingen te zien. Dat is jammer maar daar moet ik niet te veel bij stilstaan.
Bij VERS debat en essay vind ik het elke keer weer een klein feest om gedichten te presenteren, voor te dragen, alleen en met leerlingen, en in korte tijd een grote variatie aan vormen, inhouden en verrassingen te bieden.
Sterke momenten uit het niets scheppen, in een klik met iemand een voordracht presenteren vol actie en reactie. Leerlingen interviewen over hun keuzes van gedichten en ze laten vertellen over iets wat er voor hen werkelijk toe doet. Zoals dichter en jurylid Peter Swanborn laatst zei in Antwerpen tijdens een voorronde: ‘In veel essays wordt niet alleen herkenning uitgedrukt, vaak worden we ook deelgenoot gemaakt van ontdekkingen.’ Velen maken gebruik van de gelegenheid om via het essay een kleine reis in eigen geest, in eigen leven te maken.
Zo namen in Antwerpen een aantal jongens hun migrantenafkomst als uitgangspunt en wisten aan de hand van hun gekozen gedichten hun verhaal te vertellen. Over ouders en grootouders die andere werelden met zich meedragen, over thuis voelen en niet thuis voelen, over een plaats verwerven en de problemen daarbij. Iemand kwam ook terug op de aanslagen van een paar jaar geleden in Brussel, hoe die doorwerken, wie waarop aangekeken wordt. Dan speelt er naast herkenning en ontdekking ook verwerking. Op een open en vrije manier, waarin niemand zich beperkt voelt in zijn uitdrukkingsmogelijkheden.
Sommigen schrijven over winst en verlies, en ze onthouden ons niet hun persoonlijke drama’s. Alles kan een creatieve draai krijgen, verwarring of de kijk op de dood: ‘Als  ik dan toch dood moet, dan liefst op een bijzondere, opvallende manier’.
*
Heerlijk als ik voel: ik dans hier voor een groep, er vloeit iets, er stroomt wat, woorden, ideeen. Ik probeer vaak nieuwe opdrachten uit, ik ga niet risicoloos te werk. Zoals pas een spel waarbij ik zeven woorden opgaf, bv. raadsel, vernieuwing, engagement, die vervolgens ieder gekoppeld konden worden aan een van evenveel voorgelezen gedichten. Het leverde een open discussie op over interpretaties, verschillende manieren van kijken. Ik had zelf mijn koppelingen gemaakt, en die kon ik verdedigen, maar die waren niet zaligmakend en onwrikbaar.
Een week later al hoorde ik dat er vaker mee was gewerkt. Zo’n bevestiging geeft vertrouwen en prikkelt me, net zoals wanneer een leraar het woord ‘inspirerend’ laat vallen.
Om organisatorische redenen moest ik kort geleden op een school beginnen met het debatteren in plaats van met het essay. Snel wilde ik toch wat gedichten presenteren en ik vroeg leerlingen om direct aan te geven bij welke stelling uit een lijst een bepaald gedicht als illustratiemateriaal zou kunnen dienen.
Weer zo’n voorbeeld waarin een atypische situatie een nieuwe oefening in denken en kijken oplevert die de deelnemers later kunnen benutten.
Voorbeelden in een debat werken, daar kun je op wijzen en dat wordt ook wel opgepikt maar zo kwam ik op een geschikte oefening daarvoor. Puur doordat ik voor de gelegenheid moest afwijken van de logische opbouw.
Een oefening die nu wel in bagage zit en die ik ook kan laten uitvoeren in het geval van een gebruikelijke aanpak.
*
Het kan heel leerzaam voor me zijn als collega’s of andere geinteresseerden komen kijken bij een workshop die ik geef. Zoals laatst bij een theaterworkshop rond gedichten.
Ik had er plezier in, het ging heel goed, de leerlingen waren in het begin wat voorzichtig maar kwamen al doende wel los. De collega verwoordde wat er gebeurde: ‘Losjes liet je zien hoe het altijd anders kan, beter kan, hoe er altijd meer kan. Telkens als mensen dachten rond een scene ”Dit is het wel,” kregen ze te horen: ”Speel dit eens zo, doe dit eens meer, vergroot dat eens uit, kies eens voor andere emoties”. En vervolgens bleek het ook anders en beter te kunnen.’
Dit soort opmerkingen brengen mijzelf verder, het verheldert wat anderen zien, hoe anderen kijken en wat er precies gebeurt. Het zegt wat over het spoor waarop ik zit.
Je wordt echt niet alleen wijzer van kritiek, ook positieve opmerkingen kunnen inzicht geven, anderen verwoorden het al snel anders dan jezelf zou doen. Dat alleen al.
Later in diezelfde workshop stegen leerlingen boven zichzelf uit bij het voorbereiden en uitspelen van groepsscenes gebaseerd op gedichten, op het Daltoncollege in Barendrecht. Creatief, vindingrijk, cooperatief, en in een tweede ronde verbeterden ze zich vrijwel allemaal. En dat voor mensen voor wie de workshop toch vooral een verkenning, een kennismaking was.
Daar in Barendrecht pakte alles goed uit, met dank aan de leerlingen.