bescheidenheid en opspelend ego

Tags

, , , ,

De finale van VERS debat en essay zit erop, 17 april al. Veel eerder dan andere jaren -directer volgend op de laatste voorrondes van begin april. Dat heeft zijn voordelen, ik zat er nog middenin.
Deze keer in het OBA-theater, voor mij is die finale altijd een bijzondere gebeurtenis. Stiekem beschouw ik VERS debat en essay als een geestelijk kind. Niet zo vreemd, ik geef vrijwel alle lessen en workshops (alleen niet in het geval van parallelle lessen eigenlijk). Inhoudelijk heb ik het ontwikkeld, het materiaal gemaakt, zoals een werkbundel met gedichten, instructievellen voor debat en voor essay, een werkvel met begrippenparen dat ik bij de introductie gebruik. En ik blijf altijd bezig met het formuleren van nieuwe stellingen, allereerst voor de workshops. En vervolgens ook voor de lijsten met stellingen voor de voorrondes en voor de finale.
Zeker dat laatste doe ik niet alleen, zeker niet als de finale eraan komt, gelukkig niet. Het is goed om verantwoordelijkheden te delen, graag met mijn opdrachtgevers, zoals het nu gaat. Een paar jaar geleden moest ik daar wel eens aan wennen, dan vergden discussies veel tijd, nu loopt dat vrij soepel. Kwestie van redelijke mensen onderling.
Zo’n finaledag begeleid ik zelf ook een literaire stadswandeling, net als zeventien anderen, en die dag kent zijn eigen organisatie, buiten mij om. De zaal, de jury, de voorstelling met acts als Ellen ten Damme (dit jaar), presentator Rick de Leeuw, noem maar op.
Het brengt me soms in een spagaat. Aan de ene kant de bescheidenheid, een van de velen zijn, een van de docenten die workshops of lessen geeft in een brede en grote activiteit, zoals de situatie vaak is. Aan de andere kant het opspelende ego, voortkomend uit verantwoordelijkheidsgevoel, de -lichte- nervositeit over het verloop.
Bij de gedichtenshows wil ik graag met sterke gedichten voor de dag komen, die opgepikt worden, waar anderen van genieten, die laten zien wat we kunnen bereiken en wat leerlingen in zich hebben. In de praktijk betekent dat toch dat ik graag wil winnen, als staat het er in principe los van.
Mijn eigen oordeel over de gang van zaken en de resultaten staat in zekere zin wel bovenaan, daar kan ik het wel mee redden, maar als anderen het te weinig zien is dat toch lastig, jammer, soms zelfs vervelend. En het zou me onzeker kunnen maken over het verdere verloop.
Een mens wil begrepen worden, gezien worden, en hij wil dat zijn prestaties op waarde geschat worden.
Het houdt me wel bezig, in hoeverre geldt dit nou echt voor mij? En wat zit erachter? Ik ben niet alleen afhankelijk van mezelf en tot op zekere hoogte is dat maar goed ook.
In het geval van VERS debat en essay speelt dat allemaal op een iets andere manier dan bij de gedichtenshows. (Boeken en theaterpresentaties laat ik hier even buiten beschouwing, dat zijn weer andere verhalen).
Hier, bij VERS debat en essay dus, gaat het me meer om het totaal, het slagen van de activiteit als zodanig. Het aangeleverde werk moet heel goed zijn, het moet aan hoge standaarden voldoen, en het gaat me er minder of niet om of ik de winnaar van het debat of van het essay aangeleverd heb.
*
In de nazit kwam het toch ter sprake: wie heeft de winnaars geleverd? Van alle groepen in de finale had ik er maar een niet gehad, en laat daar nou net de uiteindelijke winnaar van het debat uit voortkomen!
Haar vaardigheden waren haar al vooruitgesneld, het betreffende meisje uit Hengelo deed het heel goed, het plezier spatte ervan af, altijd hout snijdende argumenten voorhanden, sterk, zelfbewust zonder ooit hakkerig te worden of iemand onderuit te halen door trucjes of valsigheden. Bij haar winst kon ik me alles voorstellen. In de slotronde legde een jongen uit Antwerpen het net tegen haar af. (Ik kan toch mensen noemen die hem hadden willen laten winnen, hij sprak heel rustig, weloverwogen, kwam ook met goede argumenten, heel welsprekend en authentiek, zonder enig vertoon, dat spreekt sommigen erg aan).
Uitstekend, prima, ik kon heel goed leven met de winnaars -de essayprijs gewonnen door een jongen van een andere Antwerpse school, met wie ik wel had gewerkt. Met een geengageerd essay over zijn afkomst.
Ik was blij met de totale show, blij met wat VERS debat en essay in de breedte heeft opgeleverd, blij met al diegenen die stappen hebben gezet. Opnieuw zijn er genoeg mensen die onverwacht uit de hoek zijn gekomen, in positieve zin, leerlingen die anderen en zichzelf verrast hebben, een andere kant van zichzelf hebben ontdekt. Bijna allemaal hebben ze gedichten ontdekt die hen hebben geraakt. Dat alleen al. En velen hebben die ontdekking weten te verbinden met heel persoonlijke ervaringen,  gedachten of waarnemingen.
Soms snap ik niet hoe bepaalde teksten niet in de finale terecht zijn gekomen. De concurrentie is zo groot dat een minder element of passage al genoeg is om daarvoor af te vallen. Of ze zijn eigenlijk compleet gelijkwaardig en onvergelijkbaar en dan moet er toch een gekozen worden.
Een Belgische docente had gehoord dat ik vrijwel alle lessen voor VERS debat en essay geef en ze vroeg naar de reden.
Hier speelt volgens mij de combinatie van kunst en beschouwing, analyse. Er zit een academische kant aan en dat bevalt me. Gezien mijn achtergrond, sociale pedagogiek, kunsteducatie, het past me. Voor velen heeft het iets onmogelijks, dat debatteren over kunst of een kunstvorm, maar ik vind het erg de moeite waard en heb er een manier voor gevonden (het gaat mij meer om gedachtevorming dan om gelijk krijgen of gelijk hebben, het gaat om welsprekendheid, om geestkracht op zich, om nadenken, ik hou van de filosofische poot, het draait om verkenning met filosofische implicaties, maar haast onuitgesproken, inherent). Er zit voor mij altijd een maatschappelijke kant aan, het gaat ook om de betekenis van kunst en cultuur in de samenleving, over veranderingen in de wereld, om wat mensen van belang vinden. Dat zit allemaal in de stellingen verborgen.
Aan de hand van de gedichten gaat het om verandering, vernieuwing, het ongewone, het traditionele, het klankrijke, leerlingen krijgen een gevarieerd aanbod en ze doen er zelf wat mee, ze leggen verbindingen, dat gebeurt allemaal impliciet.
Al wil ik het soms wel benoemen, om het bewustzijn te vergroten.
Bescheidenheid en de ego-schaduw van de verantwoordelijkheid, de letterlijke betrokkenheid in dit geval. Veel mensen met wie ik te maken heb weten helemaal niet wat ik precies doe. Het blijft gek als andere docenten die ook een literaire stadswandeling begeleid hebben me vragen: ‘Blijf je voor de finale?’
Niet onbegrijpelijk -we kunnen geen van allen altijd aanwezig zijn bij shows waaraan we meegewerkt hebben. In dit geval pakt de vraag een tikje vervreemdend uit, dat is niet anders. Ik leg meestal kort uit wat ik doe voor deze activiteit en zeker zal blijven voor de finale.
Het werd een mooie finale waarvan ik de twee volle uren genoot. Ze had een prettig ritme waardoor het niet uitmaakte dat het best lang duurde. (Mensen die daar bang voor waren geweest, merkten ook dat het niet uitmaakte). De opbouw vraagt om een zekere lengte, het afvalsysteem met de daar bijhorende spanning. En ja, het is toch ook het sluitstuk van een heel traject, waarvoor velen van heinde en verre naar Amsterdam komen.
Er hing een aangename, opgewekte en opwekkende sfeer, onder de finalisten zelf en onder het publiek, hun supportende klasgenoten. Het ene warmhartige weerzien na het andere. Jongens die roepen: ‘Waarom hadden we jou niet bij de stadswandeling?’
Heerlijk om te horen, laten we wel zijn.
Het smaakt weer naar meer en dat kleurt voor mij zo’n dag ook.
En na afloop deze keer weinig gedoe over stellingen of andere keuzes, ook lekker.

Advertenties

Waarschuwingen en verwachtingen

Tags

, ,

De laatste tijd ben ik heel regelmatig gewaarschuwd voor een klas -altijd wel, het hoort erbij. Als het in een bepaalde periode vaker gebeurt, zal dat wel toeval zijn. Op dit moment lijkt dat het geval, maar ik houd het ook niet precies bij.
Vervolgens valt het meestal mee, zeker als er meer lessen zijn, dan kun je wat opbouwen.
Pas op het Coornhertlyceum gebeurde het ook weer, voor de laatste VERSlessen, ik zag die klas alleen maar een blok van drie aaneengesloten lesuren.
Deze keer was het werkelijk een pittig groepje, ongedurig, met elkaar bezig, of sommigen juist in zichzelf gekeerd, brutaal -als ik vroeg om hun naam op een vel te schrijven dit niet doen.
Het eerste uur ging wel, met voordrachten en snelle opdrachten, een paar jongens wilden veel spelen. Tijdens het tweede uur won het obstinate gedrag, bij het opstarten van een slotopdracht die moest uitmonden in het schrijven van een gedicht. Traag reageren, slecht luisteren en daardoor onnodige vragen blijven stellen. Maar na de pauze, in het derde en laatste uur kwamen ze toch los en op gang. zelfs balsturige jongens van wie ik het helemaal niet verwacht had. Misschien inmiddels gewend aan een creatieve manier van kijken met ruimte voor een eigen inbreng.
Even niet de gebruikelijke voorgekauwde woordjes en uitdrukkingswijzen maar net even een wat andere aanpak en opbouw. Onaffe regels, woorden weglaten, nieuwe woordcombinaties maken, opmerkelijke vergelijkingen, wonderlijke personificaties, noem maar op. Wie het door heeft, kan bij mij zijn rebelsheid wel kwijt.
Toch weer, eind goed al goed. Iedereen kreeg op het laatst een goed geschreven gedicht rond, niet allemaal even bijzonder maar een flink aantal werkte er zelfs goed aan. Als afsluiting hield ik een kort praatje waarin ik zei: 2 -1 voor jullie. dat begrepen ze niet direct, ik bedoelde 1 uur aardig, een uur matig, een uur goed. het positieve en het minder positieve benoemd.
Na deze les zaten er vier maanden VERS op, met genomineerden van de laatste VSB-poezieprijs als inspiratiebronnen. Maanden reizen door het taalgebied en vele klassen in veel steden. Ik ben geen werkelijk vervelende klassen tegengekomen, af en toe hier en daar wat moeilijk bereikbare of ongeconcentreerde figuren. Alles bij elkaar weinig.
Deze laatste klas was eigenlijk verreweg de lastigste, op de valreep werd ik nog even op de proef gesteld. Achteraf is het toch redelijk goed afgelopen en ik vraag me af: wat was hier nou eigenlijk aan de hand?
Ik bespeurde onderlinge onveiligheid -vaak de reden van het niet prettig functioneren van een klas. De verstarring onder jongens, het gewilde gelach, geforceerd bij elkaar in de smaak willen vallen, het obligate gegiebel en gegiechel onder meisjes. Hier viel echt wat te doorbreken. Tussendoor, in de pauze en na afloop, hoorde ik achtergronden. Zoals verwend gedrag, alles krijgen, maar ook verwaarlozing. in dit geval in welvarende milieus, ouders die weinig tijd hebben, en op school leraren die niet opgewassen zijn tegen hun taken.
De goeden niet te na gesproken natuurlijk, die zijn er ook genoeg. Voor hen maak ik een diepe buiging.
*
Op die dag was er een aankomend leraar wiskunde bij de les aanwezig die in de pauze tegen mij zei: ‘Je kunt je toch wel voorstellen dat ze niet op poezie zitten te wachten.’
‘Nee,’ zei ik, ‘daar kan ik me niets bij voorstellen. daar ga  ik niet zomaar in mee.’
Er zat een lerares bij met een open, gevoelige manier van kijken die me begreep.
‘Nee, jij gaat er niet  zomaar in mee,’ zei ze, ‘dat is passie.’
Het zijn allemaal van die voor de hand liggende opinies, maar zo vanzelfsprekend zijn ze niet. Ze worden allemaal selffulfilling prophecy. Leerlingen pikken feilloos op wat docenten in hun hoofd hebben.
Taal is plezier, taal is jezelf uiten, jezelf en de wereld verkennen, nieuwe wegen inslaan, jezelf verrassen, nieuwe perspectieven en mogelijkheden blootleggen. Als we dat nou eens uitdragen. taal is er voor iedereen, of je nou van wiskunde houdt of van geschiedenis.  Waar komt het idee vandaan dat ‘het niks voor mij is’?
Je moet haast vol opgedrongen vooroordelen zitten om afwijzend te blijven.
Als ik zie wat er de afgelopen maanden gemaakt is, en alle eerdere jaren, blijken veel leerlingen dat door te krijgen. Wat tijd en aandacht leveren wat op. dan kan ik de veelzijdigheid en het plezier laten zien. Iedereen denkt na en heeft gevoelens, en een behoefte zich uit te drukken. ook als die wat weggedrukt is.
Niet iedereen heeft eenzelfde behoefte maar dat hoeft ook niet. Het is juist de moeite waard om die verschillen boven water te krijgen.
In een klas die vooral met zichzelf bezig is en met zichzelf worstelt, komen die doorsnee-opinies makkelijk bovendrijven. Natuurlijk bieden wij niet de gemiddelde manier van lezen, van delen, van uitwisselen, maar dat staat los van welke verwachtingen ook.
Waar nieuwsgierigheid en levendigheid ruimte krijgen, verloopt ons werk soepeler.
Dat is ook het mooiste wat er is: leerlingen die niet in voor de hand liggende gedragingen blijven hangen.

 

Een collagevoorstelling over chaos en orde

Tags

, , , ,

De theaterproductie van de eindexamenklas op het Haarlemcollege draait inmiddels ook alweer een paar maanden, het is een prettig klein clubje.
Ik kan me aardig uitleven in onze collagevoorstelling. Het script had ik pas begin januari gereed. Het bestaat uit teksten van Ovidius -Metamorfoses, Victory over the sun en nog een aparte tekst van Chlebnikov, van Ostayen, lichte verwijzingen naar La Divina Comedia, absurdisme. Inmiddels wordt de betekenis door de leerlingen goed opgepikt. Misschien vooral intuitief, maar volgens mij vatten ze de onderliggende laag, waar ik trouwens regelmatig naar verwijs, vaak terloops, nooit in een lange beschouwing.
Als ik het mag zeggen gaat het over de chaos die we proberen te bedwingen. De orde die we proberen te scheppen, via taal, via daden, via macht. Hoe het telkens weer misgaat, door verleidingen en misleidingen, misverstanden. Vaak ook door vernieuwingen en veranderingen, die ofwel nodig of onontkoombaar zijn of allebei. Altijd weer die terugkerende chaos. En hoe we keer op keer weer opnieuw een leefbare omgeving proberen op te bouwen.
Ik moest er stevig mee aan de slag in de afgelopen maanden, meer dan vorig jaar in deze periode. Dat leek lastig te combineren maar de samenwerking en de communicatie met de andere begeleiders was zodanig dat er geen werk- en repetitietijd verloren hoefde te gaan.
In ieder geval heb ik er alles aan gedaan om er zoveel mogelijk bij te zijn. Neem het tripje vanuit Gent, waarbij de tijd kromp. Achteraf zeer de moeite waard, elk uur telde.
*
De laatste weken kon ik veel repetities bijwonen maar moest ik soms iets eerder weg. Zoals de donderdag voor Pasen, met net te weinig tijd voor de reis tussen twee activiteiten. Deze keer alleen maar binnen Haarlem tussen theater op het Haarlemcollege en gedichten op het Coornhertlyceum. Prettig dat er onderling veel begrip is voor dit soort situaties, het kan niet anders, ik ben een soort handelsreiziger in cultureel-educatieve activiteiten. Ik miste tien minuten repetitie.
Die ochtend werd een oefening in geduld, zeker de eerste uren.
Een jongen en een meisje spelden Pyramus en Thisbe en toevallig hebben ze iets met elkaar gehad. Of niet zo toevallig. Een paar weken geleden was het afgelopen en ze deden er nogal laconiek over.
Maar die ochtend tikte de jongen ongedurig met een schaar op een hoge ronde tafel aan de zijkant van het toneel. Hij is wat ongrijpbaar, soms vrolijk, benaderbaar, de andere keer maf, onberekenbaar, dan staat ie ineens achter je en zegt ie iets geks. Ik mag hem wel, en het meisje ook, ze is heel serieus, kalm en stiekem kolkt er toch iets, dat merk je. Nooit een pittige of felle reactie in spel, aanwijzingen pikt ze met een begrijpend knikje op.
Ze begonnen de scene, maar al snel stond de jongen huilend in de coulissen, nog voor ze het fragment op een kerkhof konden afspelen.
Het meisje bleef eerst rustig, maar tegen de tijd dat de jongen weer verder kon, zat zij met een paar vriendinnen zacht huilend in een kleedkamer, verstild. Niks aandachttrekkend of dramatisch, wat ik ook wel eens meemaak.
Uiteindelijk konden we Priamus en Thisbe niet spelen en verloren we veel tijd. Gelukkig lukte het nog wel om opnames te maken van twee andere scenes, op deze dag waar we zoveel mogelijk uit moesten zien te halen.
Achteraf ben ik blij dat we tijd gaven aan de emoties van die twee, en dat we niet toegaven aan de spanningen die met de tijdsdruk samenhingen.
Geduld, ja, geduld, een relativering van het presteren, die ik wel ken.
Aan de andere kant wil ik altijd zo veel, en wil ik zeker uit de activiteiten met leerlingen alles halen wat er te halen valt.

 

Herkenning, ontdekking, verwerking

Tags

, ,

Wel weer even afkicken van de dynamiek van die wintermaanden, maar het wordt me makkelijk gemaakt. Sinds half maart pendel ik veel tussen Haarlem, Den Haag en Rotterdam, Hengelo tussendoor. Veel dagen werk ik in twee steden, soms op drie plekken zoals een aantal dagen geleden.
Die levendigheid voedt me telkens weer, van plek naar plek trekken, trein in trein uit, van station naar school of ander gebouw, met een bus of lopend. Ik heb er eigenlijk altijd zin in, veel mensen zien, inkijkjes krijgen. Elke klas of groep is een avontuur, meestal in meerdere etappes. Vrijwel overal kom ik vaker, met allerlei mensen heb ik over meerdere weken contact, we werken altijd naar een concreet resultaat.
Hoe springerig het ook toegaat, we overstijgen de eenmalige vluchtigheden.
Vaak wil ik meer bieden dan de tijd me toestaat, soms kan ik niet naar revues toe om de uiteindelijke optredens van leerlingen te zien. Dat is jammer maar daar moet ik niet te veel bij stilstaan.
Bij VERS debat en essay vind ik het elke keer weer een klein feest om gedichten te presenteren, voor te dragen, alleen en met leerlingen, en in korte tijd een grote variatie aan vormen, inhouden en verrassingen te bieden.
Sterke momenten uit het niets scheppen, in een klik met iemand een voordracht presenteren vol actie en reactie. Leerlingen interviewen over hun keuzes van gedichten en ze laten vertellen over iets wat er voor hen werkelijk toe doet. Zoals dichter en jurylid Peter Swanborn laatst zei in Antwerpen tijdens een voorronde: ‘In veel essays wordt niet alleen herkenning uitgedrukt, vaak worden we ook deelgenoot gemaakt van ontdekkingen.’ Velen maken gebruik van de gelegenheid om via het essay een kleine reis in eigen geest, in eigen leven te maken.
Zo namen in Antwerpen een aantal jongens hun migrantenafkomst als uitgangspunt en wisten aan de hand van hun gekozen gedichten hun verhaal te vertellen. Over ouders en grootouders die andere werelden met zich meedragen, over thuis voelen en niet thuis voelen, over een plaats verwerven en de problemen daarbij. Iemand kwam ook terug op de aanslagen van een paar jaar geleden in Brussel, hoe die doorwerken, wie waarop aangekeken wordt. Dan speelt er naast herkenning en ontdekking ook verwerking. Op een open en vrije manier, waarin niemand zich beperkt voelt in zijn uitdrukkingsmogelijkheden.
Sommigen schrijven over winst en verlies, en ze onthouden ons niet hun persoonlijke drama’s. Alles kan een creatieve draai krijgen, verwarring of de kijk op de dood: ‘Als  ik dan toch dood moet, dan liefst op een bijzondere, opvallende manier’.
*
Heerlijk als ik voel: ik dans hier voor een groep, er vloeit iets, er stroomt wat, woorden, ideeen. Ik probeer vaak nieuwe opdrachten uit, ik ga niet risicoloos te werk. Zoals pas een spel waarbij ik zeven woorden opgaf, bv. raadsel, vernieuwing, engagement, die vervolgens ieder gekoppeld konden worden aan een van evenveel voorgelezen gedichten. Het leverde een open discussie op over interpretaties, verschillende manieren van kijken. Ik had zelf mijn koppelingen gemaakt, en die kon ik verdedigen, maar die waren niet zaligmakend en onwrikbaar.
Een week later al hoorde ik dat er vaker mee was gewerkt. Zo’n bevestiging geeft vertrouwen en prikkelt me, net zoals wanneer een leraar het woord ‘inspirerend’ laat vallen.
Om organisatorische redenen moest ik kort geleden op een school beginnen met het debatteren in plaats van met het essay. Snel wilde ik toch wat gedichten presenteren en ik vroeg leerlingen om direct aan te geven bij welke stelling uit een lijst een bepaald gedicht als illustratiemateriaal zou kunnen dienen.
Weer zo’n voorbeeld waarin een atypische situatie een nieuwe oefening in denken en kijken oplevert die de deelnemers later kunnen benutten.
Voorbeelden in een debat werken, daar kun je op wijzen en dat wordt ook wel opgepikt maar zo kwam ik op een geschikte oefening daarvoor. Puur doordat ik voor de gelegenheid moest afwijken van de logische opbouw.
Een oefening die nu wel in bagage zit en die ik ook kan laten uitvoeren in het geval van een gebruikelijke aanpak.
*
Het kan heel leerzaam voor me zijn als collega’s of andere geinteresseerden komen kijken bij een workshop die ik geef. Zoals laatst bij een theaterworkshop rond gedichten.
Ik had er plezier in, het ging heel goed, de leerlingen waren in het begin wat voorzichtig maar kwamen al doende wel los. De collega verwoordde wat er gebeurde: ‘Losjes liet je zien hoe het altijd anders kan, beter kan, hoe er altijd meer kan. Telkens als mensen dachten rond een scene ”Dit is het wel,” kregen ze te horen: ”Speel dit eens zo, doe dit eens meer, vergroot dat eens uit, kies eens voor andere emoties”. En vervolgens bleek het ook anders en beter te kunnen.’
Dit soort opmerkingen brengen mijzelf verder, het verheldert wat anderen zien, hoe anderen kijken en wat er precies gebeurt. Het zegt wat over het spoor waarop ik zit.
Je wordt echt niet alleen wijzer van kritiek, ook positieve opmerkingen kunnen inzicht geven, anderen verwoorden het al snel anders dan jezelf zou doen. Dat alleen al.
Later in diezelfde workshop stegen leerlingen boven zichzelf uit bij het voorbereiden en uitspelen van groepsscenes gebaseerd op gedichten, op het Daltoncollege in Barendrecht. Creatief, vindingrijk, cooperatief, en in een tweede ronde verbeterden ze zich vrijwel allemaal. En dat voor mensen voor wie de workshop toch vooral een verkenning, een kennismaking was.
Daar in Barendrecht pakte alles goed uit, met dank aan de leerlingen.

Weer heen en weer en zo wil ik het

Tags

, ,

De periode van het heen en weer gaan tussen Nederland en Belgie is weer ten einde.
Op vijftien januari ging ik voor het eerst naar Gent, inmiddels zijn we meer dan twee maanden verder.
Elk jaar kent wel zijn eigen ritmes, zo ben ik nu een keer of vijf op zondagmiddag richting Gent of Antwerpen gereisd, om daar op maandagochtend vroeg te beginnen.
Die zondagen kregen iets vergelijkbaars, vanzelf, iets ritueels, ik genoot daarvan. Nog wat boodschappen doen, iets regelen, spullen verzamelen en inpakken. En dan ontspannen naar de trein, in de zekerheid dat er niets mis kon gaan. Hoogstens wat vertraging, lichte ergernis niet uitgesloten maar die is ingecalculeerd. Die horen bij mijn leven als treinreiziger, waar ik ooit vol overtuiging en met plezier voor heb gekozen. Die overtuiging en het plezier zijn niet stuk te krijgen.
In feite vind ik het allemaal dagen die in het teken staan van mijn vrije leven, heel voelbaar, en tegelijkertijd zijn ze wel verbonden met verplichtingen. Verplichtingen die me niet hinderen, dat zal het zijn.
Geen enkele vrijheid is totaal, daar ben ik ook helemaal niet op uit.
Een keer of drie, vier ben ik heel kort teruggekomen uit een van de Belgische steden, dat leek op vorig jaar. Bij een van die gelegenheden kromp de tijd zo, dat ik dacht: waar ben ik aan begonnen?
Begin februari, ik werkte een hele week in Gent, maar had op woensdagmiddag en op donderdag vrij. Bij het samenstellen van mijn schema was ik daar niet onderuit gekomen.
Op donderdag maakte ik inmiddels theater met een eindexamengroep in Haarlem en ik kon elke werkochtend goed gebruiken. Dus dacht ik: het is de moeite waard om heen en weer te gaan.
Vervolgens bleek die woensdagmiddag heel geschikt voor overleg in Gent. Zeer tot mijn genoegen, maar hier begon de tijd te krimpen.
Een uur of vier later dan gepland zat ik in de trein. Eenmaal onderweg voor een kort nachtje thuis hoorde ik dat ik de volgende ochtend in Haarlem met een verkort rooster te maken zou krijgen. Krimp.
Ik begon al te denken: is dit (nog wel) de moeite? Volgende bericht: wegens ziekte van mijn compaan zou ik niet met hem mee naar Haarlem kunnen rijden en zou ik per openbaar vervoer moeten reizen. Iets tijdrovender, nooit een punt (nee echt, mijn liefde blijft) maar in dit geval kwam die extra krimp in de tijd  toch wel ongelegen.
De overstap in Antwerpen verliep deze keer redelijk soepel, dat was dan weer een kleine meevaller. We maakten vaart naar Roosendaal, ik zat inmiddels teksten door te nemen, tot de trein met een harde schok in het midden van niets, donker inmiddels, tot stilstand kwam. Half acht. Zo’n beetje op de grens van Nederland en Belgie. Niemand zei iets. Doodse stilte. De andere reizigers deden of hun neus bloedde, dat was mijn uitleg van hun gezichtsuitdrukkingen. Ik wilde dat er iemand in opstand kwam, als vertegenwoordiging van mijn eigen ongenoegen. Die plotselinge stilstand gaf me het idee, dat het oponthoud heel lang kon gaan duren. Alsof die schok de ernst weergaf, het onvoorziene. Verder onberedeneerd, teken van onzekerheid.
Zelf zat ik me te verbijten, terwijl de tijd verder kromp, werken lukte niet meer. Uit verveling keek ik op mijn smartphone, mijn zussen stuurden elkaar vrolijke, zorgeloze berichtjes vanaf hun boerderijen in Nederland en Brazilie.
Van de weeromstuit begon ik me in korte berichtjes af te reageren. Zo werken die apparaten, daar lokken ze toe uit, als je rusteloos wordt.
Na ruim een half uur begon de trein weer te rijden. Conducteurs passeerden alsof er niets was gebeurd. Ik vroeg wat er aan de hand was geweest; het bleek om een computerstoring te zijn gegaan. Technische vooruitgang: zonder computer was er vast niets aan de hand geweest.
En waarom waren wij reizigers niet op de hoogte gehouden? Antwoord: het oproep- of omroepsysteem zou de Belgische politie gestoord hebben. Een grenskwestie dus, dat computerprobleem zelf vast ook. Niet voor niets dat het juist op de grens zo liep, de systemen botsen wel eens. Natuurlijk vond ik het antwoord vreemd  en onbevredigend (ze hadden best manieren kunnen vinden om ons in te lichten), maar goed, ik begreep genoeg.
Krimpen van de tijd, eten schoot erbij in, laat in de avond thuis gekomen haalde ik dat provisorisch in en sliep ik nog een uur of zes.
De volgende ochtend kon ik in Haarlem wel goed werken, al was het korter dan gepland. Efficient gebruik van de tijd ten top, de tijd dijde weer wat uit.
Uiteindelijk vond ik het tripje absoluut de moeite waard. Bij een volgende gelegenheid gaat het weer zo. Rond het middaguur zat ik toch weer tevreden in de trein.
’s Middags was ik om vijf uur in Gent terug, het was zacht weer en ik liep op mijn gemak vanaf Station Dambrugge naar het Monasterium, mijn logeeradres.
En ik dacht: zo wil ik het toch? Jazeker, zo wil ik het.
Tijd krimpt en tijd dijt uit, krimpt en dijt uit, het relativeert en als je je geduld bewaart komt het aan het eind goed.  Op zijn minst tijdelijk.

Gesprek over het tweede Jordiboek

Tags

,

Fijn als mensen zeggen dat ze genoten hebben van een boek van mij, en het is zeker heel opwekkend als mijn uitgever het woord genieten gebruikt in verband met een te bespreken manuscript.
De laatste maanden hebben we elkaar een paar keer intensief gesproken, naast vluchtiger ontmoetingen tussen een heleboel andere mensen. Die laatste hebben ook hun betekenis. Kristien is goed op de hoogte van de plannen voor de Jordi-trilogie, ook van het derde boek, dat iets speciaals moet worden met de verschillende vertellagen, die wel samenhangen en uiteindelijk samenkomen en elkaar versterken. Jordi die zich gereed maakt voor de rest van zijn leven, zoekt naar waar het werkelijk om gaat, seksueel, sociaal, als mens, politiek. Nieuwe vormen, verrassende combinaties, onverwachte inzichten en vergezichten.
Doordat ze op de hoogte is, krijgt het tweede Jordi-boek tijdens onze gesprekken zijn plek in een groter geheel, het krijgt een breder perspectief. We zijn het helemaal eens, ik moet nog wat kleine dingen veranderen, vooral in het begin, de laatste restjes flashback worden gesloopt. Flashbacks die me wel veel gebracht hebben: een fijn ritme van relatief korte hoofdstukken, allemaal van vergelijkbare lengte. In totaal zijn het er ruim tachtig. Zelf hebben ze het uiteindelijk niet gered, totaal niet zelfs, maar zonder de eerste versie vol flashbacks zou dit boek niet zijn geworden wat het nu is.
We hebben uitgebreid gesproken over een nieuwe laag in het boek, de Tsjechische laag zou ik die kunnen noemen, met de seksueel-erotische driehoeksscene erin. Zo zou ik die kunnen noemen. Een gebeurtenis met drie mensen, die ik niet alleen seksueel en ook niet alleen erotisch kan noemen.
Jordi is op dat moment 14,5 jaar oud, de anderen een jaar of twee ouder. Voor je het weet komt dan nu de alomtegenwoordige ‘me too’- discussie in het vizier, -als je het algemeen stelt gaat die over verschillen in macht en perceptie bij seksuele verhoudingen.
Zoals Kristien zegt gaat het mij daar niet om, en dan is er wel wat voor te zeggen om te zorgen daar niet ingezogen te worden. Door een heersende discussie zou zo’n fragment in een totaal misplaatst daglicht kunnen komen te staan.
We zijn het er wel over eens dat de scene moet blijven, dat hij belangrijk en sterk is, het is een kwestie van kijken naar de leeftijden. Ik heb al gezien dat het helemaal geen probleem is als de twee anderen nog net geen zestien zijn. Anderhalf jaar ouder.
Het voorval met zijn drieen speelt zich af op de dag dat de wereld opgeschrikt wordt door een afschuwelijke gebeurtenis. Jordi is gelukkig en wordt bang. Die twee maken hem gelukkig, wat ze meemaken is seksueel, sensueel, niets plats. Wat is seks? De drie blijven dicht bij elkaar.
De beschrijving van zijn ontwikkeling krijgt kanten die wat mij betreft nieuw zijn. De zoektocht, de onvastheid en tegelijk de oorspronkelijkheid. Daar kunnen wij goed over praten. Discussies over zo’n scene geven kleur, ze bevallen me, ze laten zien hoe ik (weer) de tijd, deze tijd, en de tijdloosheid probeer te raken.
De veranderingen die ik nog aan moet brengen hoeven me niet veel tijd te kosten, ze vergen alleen nog even een stevige concentratie, dat wel. Kristien opperde dat het boek in het najaar zou kunnen uitkomen, zij gaat in mei met zwangerschapsverlof maar ze is niet van de wereld. Ze noemde zelfs 2019 als jaar van uitgave voor het derde Jordi-boek.
Wie weet. Bij nader inzien vraag ik me af of dat kan lukken. Ook al heb ik al meer dan twee honderd pagina’s, ik moet nog veel uitzoeken en overdenken, schiften en uitwerken. Het einde van dit derde boek moet nog helemaal rondgemaakt worden.
Ik ben er nog niet en ik heb mezelf wel een forse taak gesteld. Het wordt nog een heel gevecht, het afmaken van deze trilogie, spannend en enerverend.
Tegelijk is er wel degelijk uitzicht inmiddels, ik kijk toch meer naar het werk uit dan dat ik er tegenop zie. Spannend of eruit komt wat ik voor ogen heb.
De komende tijd lijk ik al mijn activiteiten zonder problemen te kunnen combineren. Denk ik nu, eind januari, maar het blijft nog heel druk de komende maanden, en al hoef ik geen ingewikkelde ingrepen meer te plegen in Timothy’s komst (nog steeds de werktitel van het tweede Jordi-boek), vroeg of laat moet ik me er toch op concentreren. Een week of meer al gauw. Dat lijkt nu niks, maar ik kan er ook niet te lang mee wachten. En in drukte is een week of tien dagen al snel veel.
Toch, het is allemaal te doen en ik kom er wel uit.
*
Nog even het poezieontbijt op het Comeniuscollege in Hilversum.
Ik moest tien groepen langs in twee uur.  Mijn redding was de gedachte: die leerlingen krijgen allerlei ervaringen en ik ben er een van. Ik kan niet bij iedereen in het begin zijn, mijn komst zal dus voor iedereen een andere betekenis krijgen.
Voor sommigen zal het inspiratie kunnen betekenen voordat ze zelf aan de slag gaan, voor anderen hopelijk een impuls terwijl ze al bezig zijn, voor weer anderen een toetsing achteraf van wat ze gemaakt hebben.
En vast nog wat tussenvormen.
Ik gebruikte, korte krachtige gedichten, waar ik heel snel veel aan kon opbouwen omtrent ritme, opbouw, woordgebruik, stijlfiguren als alliteratie en metaforen. En waar ik ook wat van kon maken bij het voordragen. Zo kon ik overal binnen tien minuten veel doen, lekker flitsend, volgens mij werkte het.
Niet te gauw denken dat iets niet kan, er is vrijwel altijd een oplossing of geschikte aanpak te vinden. En juist als je die vindt bij een wat ongebruikelijke opdracht, heb je daar later vaak het meest aan.

Stoere jongens

Tags

, ,

Het bereiken van de boefjes, ofwel ‘stoere jongens’.
Lerares in Rotterdam: ‘Je hebt de stoere jongens mee.’
De reputaties van klassen snellen soms vooruit. Vlak voor kerstmis kreeg ik een klas op het Erasmiaans gymnasium waarvan gezegd werd: heel erg druk zijn ze, een heel drukke klas. het werd verschillende keren bevestigd.
Niets van gemerkt. In ieder geval vond  ik het een heel plezierige klas, heel levendig. Ik had geen last van stoorzenders.
Dit gebeurt vaker. Omgekeerd ook wel eens.
*
Het verschil tussen Rotterdam en Hengelo, als het gaat om stoerheid: in Rotterdam pakt Omar het onderwerp drugscriminaliteit aan, in Hengelo schrijft Rick over drinken dat zuipen wordt tijdens het uitgaan.
Allebei schrijven ze er serieus over, in de zin van ‘echt proberen uit te drukken wat er voor hen speelt, wat hen bezighoudt, wat hun cultuur is.
*
De gymnasia veranderen. Je komt er nog steeds nerds tegen, in allerlei gedaanten trouwens, ze zijn echt niet allemaal hetzelfde, dat zou een grove generalisatie zijn.
Daarnaast zijn de stoere werelden van petjes en straattaal en flirten met duistere cultuurtjes ook daar doorgedrongen, via alle denkbare media en kanalen waar iedereen zich op begeeft.
*
Misschien ben ik nu weer in de meest dynamische periode van het jaar aangeland. Een aantal jaren is dat toch wel de periode tussen januari en april, in zekere opzichten.
Neem de afgelopen week: Gent, Hengelo, Haarlem, Sneek.
Naar Sneek gingen we met zijn vieren op de dag van de storm. ’s Ochtends was daar nog geen enkel teken van. Wel ging een trein niet verder dan Steenwijk, vanwege een “ongeval met een persoon op het spoor”.
We maakten een rondje Nederland, afwisselend met trein en bus, op het laatst alleen met de bus. Amsterdam, Almere, Zwolle, Steenwijk, Heerenveen, Sneek, Leeuwarden, Alkmaar, Uitgeest, Haarlem, Amsterdam. Dat waren onze stops en/of overstapplaatsen. Net geen Elfstedentocht.
Kwam haast in een roes, om zes uur ’s ochtends in de trein op Amsterdam Centraal ingestapt en ’s avonds om negen uur op Amsterdam Zuid uit een bus gestapt.
Tussendoor zes uur lessen gegeven in Sneek. Van de storm zelf hebben we niets gemerkt, die heerste tijdens die lessen, alleen de gevolgen hebben we ondervonden, vanwege alle uitgevallen treinen
*
Ja, ik ben zeker in een dynamische periode verzeild geraakt.
Komende week: op maandag manuscriptbespreking in Amsterdam Noord. Dinsdagochtend theaterregie en begeleiding in Haarlem, tussen de middag een voorbereidingsgesprek op Amsterdam centraal over lessen rond de Februaristaking,  ’s middags naar Gent.
Op woensdag daar vijf lessen.
Op donderdagochtend in Hilversum poezieontbijt.  En ’s middags een workshop in een bibliotheek in Amsterdam Noord. ’s Avonds uitreiking van de VSB-poezieprijs in Den Haag.
Ook weer in vier dagen een aardig rondje.
Ik verheug me erg op deze week. De variatie alleen al. Als ik mijn leven eens wat minder vind, moet ik dit nalezen. Zo kan het gaan, als je je met kunst en cultuur en educatie bezig houdt.
*
ik ga ervan uit dat mijn enthousiasme in de klassen op wederzijdsheid is gebaseerd. Ik kan het alleen zijn als er van de andere kant op de een of andere manier wat -veel- terugkomt.
Soms stuit ik op een vlakke reactie -nu heb ik het over leraren, althans in mijn ogen. Maar niet iedereen uit zich hetzelfde als ik. dat moet i kwel bedenken, in alle eenvoud.
Als ik in een klas ben, zijn zij even het belangrijkste.
Dat telt, zo werkt het, zo ben ik, op een andere manier kan ik het niet.

Kleine groepjes

Tags

, ,

Op sommige scholen maak ik met leerlingen gedichten af in kleine groepjes. Vooral als ze er bij andere vakken op doorgaan, en iedereen iets geschikts moet hebben.
Dat doe ik graag, dan leer ik de leerlingen nog beter kennen. Ze staan open, ik kan ze heel direct begeleiden. Soms is de sfeer vrolijk, soms wat serieuzer, altijd ontspannen, en verreweg de meesten gaan lekker aan de slag, gemotiveerd.
In de Bijlmer kwam het meisje met de tranen ook langs, haar gedicht was tenslotte niet af, en deze keer was ze heel opgewekt. Duidelijk ook dat ze me niets kwalijk nam. Heel rustig bouwde ze nu aan haar gedicht, ze begreep hoe ze kon vermijden er geen verhaaltje van te maken: sweat watra/ zoet en sterk/ water in kalebas, roze en blauw/ een gebed, zachte woorden/ (….) laat jezelf drogen/ laat het oude jaar uit je/ huid verdwijnen/ laat het nieuwe jaar in je huid/ trekken/ nieuw jaar, nieuw begin, nieuw leven/ sweat watra.
Dat levert dan de rust van een kleiner clubje op.
Tussendoor vertellen leerlingen soms hele verhalen, vaak naar aanleiding van het onderwerp voor hun gedicht. Zoals het meisje dat door haar moeder verlaten werd. Een ander meisje liet pas veel van haar persoonlijkheid zien, om te beginnen noemde ze zichzelf  “complex”. Door rustig door te vragen probeerde ik haar wat eenzelvige arrogantie te doorbreken. Eigenlijk was ze dat helemaal niet, ze was vooral aandoenlijk en bijzonder en grappig. Als ik haar vroeg of ze akkoord ging met een werkvoorstel van me, stak ze met een strak gezicht haar duim op. ‘Betekent dat “Ja”?’ vroeg ik. ‘Je gelaatsuitdrukking correspondeert niet met het gebaar van je duim.’
Ze knikte, steeds vriendelijker. Het duurde even, maar uiteindelijk zette ze wel stappen en leverde ook zij een redelijk gedicht af. Ik was blij met de aandacht die ik haar had kunnen geven, hoe kort ook.
Bij veel andere leerlingen verloopt het proces meestal wat soepeler. In die kleine groepjes komen we snel op haalbare verbeteringen in tekst, in vorm, in ritmes, in schrappen van het te clichematige.
Als ik zo een paar dagen bezig ben op een school gebeurt het wel dat sommigen
komen vragen wanneer zij aan de beurt zijn. Dan weet ik dat het rondzingt, dat het trilt in de lucht.
*
Aan het begin van de afgelopen week, op maandag, konden in Alphen aan de Rijn lessen niet doorgaan vanwege sneeuwval. Scholieren moesten op tijd naar huis, iets wettelijks. Zelf had ik in de ochtend de school vanuit Amsterdam via Schiphol makkelijk weten te bereiken, maar ik kwam in halflege klassen terecht.
’s Middags ging het hele programma niet door, de bussen richting Schiphol waren afgeladen. In de winter ben ik erop bedacht dat er altijd wat mis kan gaan vanwege het weer, maar in de praktijk valt het altijd erg mee. Deze keer dus niet, op een school waar we voor het eerst het VERS debat en essay programma uitvoerden. Vaak zijn verloren gegane uren later amper of niet in te halen. Zo ook in dit geval.
De afgelopen week werkte ik drie dagen op die school in Alphen. Op dinsdag kreeg ik drie klassen elk een blok, zonder een leraar van de school erbij.
Dit gebeurt vaker, op diverse plekken heerst een lerarentekort, en soms vullen wij gaten op. Ik weet niet precies hoe de leerlingen deze introductie-uren voor VERS debat en essay ervaren hebben, maar mijn indruk was dat de opbouw goed uit de verf kwam. De voordrachten, de variatie aan gedichten, de uitwisseling met de leerlingen, de begeleiding bij de start van de essay-opdracht, net weer wat verbeterd en verscherpt. Iedereen deed goed mee.
Donderdag stond in het teken van debattrainingen -door allerlei omstandigheden kreeg ik die dag maar liefst zes klassen elk een uur. Na dinsdag had ik er alle vertrouwen in maar in de snelle, korte debatten bleven de negatieve, makkelijke opinies over poezie (niet voor jongeren, saai, onbelangrijk) makkelijk overeind. Te weinig mensen wisten de motivatie te vinden om welsprekend tegengas te geven, tenminste in een aantal groepen. De culturele geladenheid ontbrak, op donderdag in Alphen.  Mede doordat het organisatorisch rommelde op de school, het lerarentekort, opstappende functionarissen, overspannen leerkrachten. Dat werkte door, onvermijdelijk. Wij hadden er ook mee te maken, onze contactpersoon was al weken afwezig, met alle verwarringen van dien. En zo kreeg ik dus te maken met zes klassen op die dag, elk een lesuur. Een van die klassen had ik op maandag gemist door de sneeuwval, voor hen was alles vreemd en nieuw. Twee andere klassen hadden wel een introductie gehad maar niet van mij, in dit geval door roostertechnische zaken.
Verschrikkelijk werd het niet maar het was natuurlijk niet ideaal.
Nog een waarneming: positief geformuleerde stellingen leveren positiever getoonzette debatten op. Interessant, het verschil in debat dat de stelling Poezie is dood oplevert tegenover de stelling Poezie leeft!!!
*
En dan die jongen in Alphen, ook op donderdag, die op zijn smartphone bleef kijken. Dat deed hij, terwijl ik net een debatje nabesprak over kansen en betekenis van poezie in deze samenleving, in het licht van ontwikkelingen in de cultuur. De continue aanwezigheid van beeldschermen, de behoefte aan de onophoudelijke voeding van contacten, reacties en beelden. Wordt het concentratievermogen daardoor beinvloed, of de aandacht voor diepgravende  onderwerpen? Worden we vluchtiger, hoe houden onze intellectuele en culturele interesses zich?
Ik sprak hem niet aan, ik praatte wel door en hij bleef kijken. Steeds meer alsof zijn neus bloedde.
Het werd een spel, de klas had het door, merkte ik, tenminste sommigen, indirect had ik het over hem, ook daarna heb ik hem er niet over aangesproken. Een veelbetekenend moment, voor de goede verstaander, en dat moest in tact blijven.
Het gaat er mij niet om om meningen op te dringen. Wel om het bewustzijn te stimuleren van gedragingen en hoe die beinvloed worden, en het nadenken over eventuele gevolgen, zowel in positieve als negatieve zin. 

 

Onbekende woorden.

Tags

,

Toernee langs allerlei scholen, in de weken voor kerstmis. Bijlmer, Nieuw-west, Amersfoort, Alphen aan de Rijn, Rotterdam.
In 3 HAVO-klassen in Amersfoort werkte ik met gedichten van genomineerden van de VSB-poezieprijs (waarschijnlijk de laatste ooit -als dat zo is ga ik door met vele, mooie herinneringen, op scholen, in lessen, in revues, finales, docentenbijeenkomsten).
Velen wisten niet wat gemoedstoestand en dynamiek betekenden. Later werd dat op andere scholen bevestigd.
In Nieuw west en de Bijlmer: gerafeld bleek onbekend. Terwijl ze allemaal met gerafelde spijkerbroeken in de klas zitten. Zoeven: onbekend. Gehucht: onbekend.
Ook bij sommigen onbekend: hevig.
Goed om bij stil te staan. Af en toe ben ik echt verbaasd. En soms sta  ik versteld van de taalvaardigheid, het komt allemaal voor.
*
Een meisje op Hervormd Lyceum West schrijft een goed gedicht. We bespreken het, ik stel een paar verbeteringen voor, ze stemt in.
Als ze inlevert, blijkt ze de veranderingen niet te hebben doorgevoerd. Ik ga naar haar toe en vraag vriendelijk naar de reden.
‘Ik wil niet gekozen worden om voor te dragen,’ zegt ze.
Vergis ik me of stuiten we hier steeds vaker op? Zeker in klassen waar mensen zich niet veilig voelen ten opzichte van elkaar. Die onveiligheid belemmert ons het meest.
*
In  de Bijlmer: een meisje vertelde boeiend over een ritueel in haar familie ( in feite: haar cultuur) met oud en nieuw. Baden. Door oma, oom, tante of moeder overgoten worden met water, geurig, kleurig water. Ter reiniging vanwege een nieuw begin, gereed maken voor het nieuwe jaar. Ik kon me helemaal voorstellen hoe ze er een beeldend, sterk gedicht van zou kunnen maken, poetisch, niet verhalend.
Toen het erop aan kwam, bleef ze hangen, ze wist niet hoe het moest. Ze had wat doorsneezinnetjes geschreven over een vriendin.
‘Maar je vertelde zo helder over dat ritueel met oud en nieuw,’ zei ik. ‘Kort en krachtig, met rake woorden, dat kan een heel sterk gedicht worden. Je hoeft niets meer te verzinnen.’
Teleurgesteld en wat bozig maakte ze een prop van haar papier, en ik zag zelfs een paar tranen.
Als zoiets gebeurt, vraag ik me toch af of ik soms te ver ga met mijn aansporingen en mijn pogingen om mensen verder te brengen. Dat probeer ik altijd te doen met positief klinkende woorden. Wat ik zeg moet werkelijk bemoedigend zijn. Maar dat hoeft niet altijd zo over te komen.
Toch blijkt achteraf vaak dat een reactie typerend is voor de betreffende persoon. Leraren herkennen het patroon. Ook deze keer, de tranen kwamen bekend voor, voortkomend uit een wat dwingende onzekerheid. Zoiets kan ik vermoeden, maar ik check het wel altijd even.
Hoe graag ik ook complimenten geef, ik blijf wel altijd eerlijk. Ook weer nooit onnodig grievend natuurlijk. maar als mensen spelletjes spelen (achterbaksheid en leugenachtigheid zijn heus wel te traceren) of overduidelijk gemakzuchtig zijn, spreek ik ze daar wel op aan. dan krijgen ze zogezegd passend commentaar.
Daar geloof ik in. Geloofwaardigheid wekt vertrouwen.
Als een stevige toon terecht is levert dat wat op. En wanneer mensen braaf cliche’s opschrijven, probeer ik dat met vriendelijke woorden wel voluit aan te kaarten en te verhelderen. Dat is in dat geval de passende toon.

‘Ze vertrouwen je.’

Tags

, ,

Met het oog op lessen op Fons Vitae (vanwege een brand tijdelijk ondergebracht in een voormalig ROCgebouw bij het Amstelstation) heb ik nieuwe opdrachten gemaakt.
Bij elk van zes te lezen gedichten stel ik telkens specifieke vragen.
Dat liep heel goed, we lazen, zij schreven antwoorden op, die bespraken we vervolgens, en hup, volgende ronde. Alles stond op een paper, met aan het eind de slotopdracht, het schrijven van een gedicht, met al het verkregen materiaal als inspiratie.
Op de tweede dag zei een lerares in de pauze tegen me: ‘Ik zie nu al dat de leerlingen je vertrouwen.’ Dat haalde ze uit die tussengesprekjes over de antwoorden op de vragen. Een van de mooiste opmerkingen die je kunt horen over lessen.
Als het even kon, complimenteerde ik leerlingen met hun vondsten -dat kon vaak en ik kon ook verhelderen wat er sterk aan was. Er ontstond een sfeer van verwachtingsvolle, speelse drang om iets te maken, zo’n klas was het.
Ik weet niet of de lerares al doende ook hooggespannen verwachtingen had gekregen -na afloop zei ze dat ze hier en daar toch nog wel cliche’s was tegengekomen.
Natuurlijk zitten er in een grote klas altijd wel zulke regels tussen, maar ik dacht dat het wel meeviel.  In ieder geval had ik genoten van hun inzet en inspanningen. Wat mij betreft had de klas zich wel degelijk waargemaakt.
Achteraf bleek dat te kloppen – tijdens de revue maakten deze en ook de andere klas waarmee ik had gewerkt veel enthousiasme los vanwege de poetische kracht van hun gedichten. Ze wonnen er prijzen mee. ‘Echte poezie, bijzonder,’ werd er gezegd.
Dit willen we bereiken. En ik dacht: hier ben ik elke keer weer op uit. En ik zal nooit ophouden ervan te genieten. Een zin die ik af en toe mag herhalen.
Ook het niveau van de gedichten van Kasteeljuweel op het Muiderslot waren dit najaar weer van hoog niveau, daar hoef ik niet aan te twijfelen. Als het zo doorgaat, wordt het een mooi jaar.