Tags

, , , ,

Bij mij loopt prive door alles heen. Ik kan ook zeggen dat werk door alles heen loopt. En schrijven loopt door alles heen. Ik kan werk en schrijven onderscheiden maar het hoeft niet. Schrijven is ook werk, maar werk is lang niet altijd schrijven.
Schrijven is zo met mijn wezen verbonden dat het moeilijk louter als werk te beschouwen is. Het is meer, ik kan het ook altijd en overal doen.
Als ik in het Monasterium logeer of in een ander hotel, lopen hard werken en een vakantiegevoel door elkaar heen.
Ontspanning en vrije tijd lopen ook door alles heen. Elke dag is anders, vaste uren voor iets bestaan niet. Wel afspraken en verplichtingen op een of ander moment. Altijd heb ik discipline nodig, ook bij ontspanning. Altijd moet ik zelf bepalen dat iets nodig is. En het dan doen. Die discipline. Op weg gaan naar een klus, door een stad dwalen of naar de bioscoop gaan. Af en toe ontstaat er een patroontje maar dat duurt nooit lang, en altijd doemen er aandachttrekkende variaties op.
Voor alles is tijd, in een vlotte afwisseling. Een enkele keer een dag niks. Soms vroeg opstaan, soms extreem vroeg, soms later.
Over golvingen in een periode gesproken, ik vond dat de afgelopen tijd de kant van het leven met vrienden en familie zich aardig door de weken heen verspreidde.
Leven met vrienden en familie is weer iets anders dan het uitgebreidere sociale leven met etentjes, bijeenkomsten, werkafspraken, weet ik wat voor gelegenheden.
Neem vorige week: de finale van Kasteeljuweel op het Muiderslot, altijd feestelijk, twee dagen naar Deventer, afsluiting met leerlingen in een gymzaal daar, heel uitzonderlijk, een zaterdag in Alkmaar bij de opening van een conceptwinkel en trefpunt van mijn Belgische uitgeverij, een zondag met een brunch onder vrienden. De diversiteit bevalt me.
Ook niet-vrienden kunnen dicht bij me staan. Soms is niet duidelijk of er sprake is van vriendschap. Dat hoeft geen bezwaar te zijn.
Veel is vloeibaar.
In ieder geval kreeg alles zijn plek de afgelopen maanden, een familiereunie, familieafspraken in kleine kring, film en theater met vrienden, al kwam ik daar door het vele onderweg-zijn niet al te vaak aan toe.
Het is goed, genoeg ook op mezelf.
*
Het literaire leven (in een eenvoudige, onopgesmukte betekenis) zit in alles. In lezen, in denken, in de lessen en de workshops, in het reizen, in het kijken. In nieuws, in naar de radio luisteren. In leven. De laatste weken, maanden bijna, in het contact, in de uitwisseling met de redacteur van En toen kwam Timothy.
Het zit in het schrijven zelf allereerst. Het zit in een dag waarop de uitgeverij een rol speelt, zoals in Alkmaar. Natuurlijk ook in krantenstukken waarin schrijvers over hun aanpak en het ontstaan van hun boeken worden geinterviewd (pas een hele serie in de Volkskrant). Soms heel herkenbaar, zeker als je zelf in een afrondingsfase zit en je er intensief mee bezig bent (‘Heb je de titel zelf verzonnen?’).
Afgelopen zaterdag zat ik, nota bene op weg naar Alkmaar, naar veel bekenden van de uitgeverij, vlak voor Hannah Bervoets en haar vriendin. Innig.
Ik volg haar, ik weet veel van haar, nou veel, het een en ander, ik vind het niet gek als  ik haar hoor zeggen: ‘Kijk daar, babyboompjes bij die grote bomen.’
Ik kan het ook plaatsen als ik haar hoor zeggen: ‘Ja, ze willen ons graag hebben.’  Niet in details, gelukkig niet, maar ik kan me voorstellen dat zo’n opmerking, in zijn volslagen algemeenheid, in het leven dat zij leidt, makkelijk kan vallen.
Ze zit in een actief groepje schrijvers, sociaal, betrokken, geengageerd in de brede zin van het woord, denkers, met de literaire blik altijd bij de hand.
Mijn idee is dat ze bij elkaar horen, in allerlei opzichten, intellectueel, artistiek, in leeftijd. Dertigers.
Ik hoor nergens bij, en dat zou ik ook helemaal niet willen.
Alle namen komen voorbij, ik lees, ik probeer niet af te luisteren. Allemaal namen die ik ken. Alma, Maartje, Nina, Joost.
De vrouwen zijn veelal lesbisch, het geeft kleur aan hun kijken, denken, aan hun innigheid, aan hun engagement, hun sociale zijn. In mijn ogen, niet dat ze er zelf zo de nadruk op leggen. Het interesseert mij natuurlijk, hier daagt op zijn minst het begin van betrokkenheid.
Ik dacht: ze zullen ook wel in Alkmaar uitstappen en dat klopte. Maar ze gingen niet naar de opening.
Alles klopte, ik begreep hen, zonder welk detail en welk etiketje dan ook, al lijk ik die misschien wel voorhanden te hebben.
Een paar dagen eerder luisterde ik naar een interview met Bart Moeyaert op de radio. Ook zo  iemand met wie ik veel verbondenheid voel, ook al is hij anders dan ik en maakt hij andere keuzes. Ooit las hij een essay tijdens een finale van Debat en Essay. De enige keer dat we elkaar echt spraken. ik zie hem wel eens vanuit de verte op de boekenbeurs in Antwerpen.
Aan het eind van dat interview spreekt hij op een zeker moment over een belangrijke verandering in zijn leven. Hij zegt dat hij ’s avonds kan piekeren of tobben of zich van alles kan afvragen over gesprekken of gebeurtenissen van de afgelopen dag.
Resoluut: ‘Dat doe  ik niet meer.’ Heel simpel, kort en krachtig vervolgt hij: ‘En dat maakt me gelukkig.’
Heel herkenbaar voor mij. Ook ik denk wel eens: laat het. Zo groot en belangrijk is het niet. Ik denk dat hij net als ik doelt op dat ene woord hier en die andere blik daar. Natuurlijk, communicatie ligt subtiel, overdenk voor mijn part even hoe het een of het ander is gegaan, leer ervan en laat het vervolgens rusten.
Dat lukt me ook, al moet ik het wel blijven bedenken. Het levert rust die Bart Moeyaert ook benoemde. Zodat de energie voor de volgende stap een vrolijke en lichtvoetige toon houdt.

Advertenties