Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Wat ik grappig vind, is een kapelletje midden op Fuencarral, in dat hedonistische, consumerende feest, altijd overvol met mensen. Het is een open gevel, opgedragen aan de Virgin de la soledad.  Vooraan staat een min of meer levensgrote kartonnen afbeelding van de paus, als lokkertje. Je kunt er volgens mij kaarsen opsteken. Even verwijlen in gewijde sferen, het kan, maar rust zoeken kan niet echt, gezien die open gevel. Je kunt je niet verstoppen of wegduiken tussen banken.
Voor wie dat per se wil is een blok verder de ingang van de Sint Antoniuskerk te vinden, daar kun je je beter in jezelf terugtrekken.
De priester die voor de open gevel ronddribbelt in zijn vormeloze pij ziet er blozend en tijdloos uit, oud is hij zeker niet. Hij contrasteert scherp met de eigentijds gebeeldhouwde mensen (naar Gods evenbeeld?) die zich haastig langs hem reppen.
Van alles meer, dit jaar. Ook in Madrid is het naar verhouding heter, het zwembad is voller, sommigen uiten zich uitbundiger zoals ik al schreef. En ik kan van nog meer straatoptredens genieten, dans, performances, muziek van alle soorten. Klassieke muziek, als ik beneden kom en de straat op loop, is een klein orkestje het eerste waar met regelmaat ik op stuit. Volgens mij komen de meeste leden nog steeds uit Oost-Europa. Soms maakt een operazangeres deel van het clubje uit, ze zingt bekende aria’s.
Nog een mogelijkheid tot bezinning dus, midden op Fuencarral. Op het ogenblik zie ik in de buurt ook regelmatig  een Afrikaanse zanger die klinkt als Youssou ‘NDour, een onvervalste crooner, heel Amerikaans, een jongen en meisje met harp en contrabas en een heel relaxte singer-songwriter. Allemaal min of meer om de hoek,  grotere, open pleinen met veel ruimte  zijn de plekken voor de dansacts met meer mensen en voor acrobatische toeren.
*
Ik herken veel in een open brief van de pianist James Rhodes in El Pais, gericht aan Pedro Sanchez. Rhodes woont nu een jaar in Madrid, begrijp ik, en hij schrijft: ‘Este pais es mi casa’, dit land is mijn thuis. Hij schrijft hoe opgetogen hij was bij de presentatie van de regering Sanchez met elf vrouwen en zeven mannen. Ik krijg het gevoel dat hij bevestigd werd in dat idee “hier hoor ik thuis”. Vast ook door het onthaal van het schip met vluchtelingen in de eerste week, de toon van praten over deze onderwerpen.
‘Wat een schitterend, genereus, fantastisch en mooi land,’ roept hij uit.
Aan Sanchez durft hij wel te schrijven over de bescherming van jongeren die in de knel komen. Nu zal er oog voor zijn, nu zal er oor voor zijn, voor al diegenen die de laatste jaren in de verdrukking gekomen zijn.
Zo zullen er meer een beroep doen op deze nieuwe regering en ik begrijp het helemaal. En nu ook maar hopen dat de teleurstelling niet al snel weer de overhand zal krijgen.
Maar Sanchez staat niet sterk, met zijn minderheidsregering. Deze weken overlegt hij zich drie slagen in de rondte, met Macron, andere Europese leiders, met de Catalanen. Pablo Casado van de Partido Popular heeft het vluchtelingenprobleem al hoog op zijn agenda gezet, en Albert Rivera van Ciudadanos heeft al geroepen dat Sanchez het land uitlevert aan de Independistas.

Artikel over Pedro Sanchez in El Pais, begin augustus 2018

*
Je leest vaak over schrijvers dat ze niet lezen tijdens het werken aan een nieuw boek uit angst beinvloed of in de war te raken.
Zelf zoek ik nu boeken op die op de een of andere manier een politieke lading hebben. Tegelijkertijd met een literaire kracht, in principe artistiek geslaagd. In ieder geval niet mislukt.
Ik wil weten, hoe doen ze het? Hoe pakken ze het aan? Bang voor besmetting of naaping ben ik niet, ik zit genoeg in een eigen toon, heb allerlei specifieke keuzes gemaakt waaraan ik niet zal tornen. Er zitten elementen in die nooit zullen raken aan ander werk.
Dat wil niet zeggen dat ik niet heel geinspireerd kan raken door wat anderen doen. Alleen al doordat ik zie dat het goed kan uitpakken, die aandacht voor het politieke, het sociale, voor wat er in de wereld beweegt.
Als je er oog voor hebt zijn er genoeg boeken die daarvan getuigen.
De laatste weken en maanden heb ik Wat is de wat van Dave Eggers gelezen (het relaas van een vluchteling uit Zuid Soedan, waar gebeurd, in samenwerking met de man zelf geschreven, wel in romanvorm, unieke opzet). Ook hier nu Vernon God Little Van DBC Pierre (voormalige Booker Mannprijswinnaar, over een jongen die van massamoord wordt verdacht, direct en indirect over verziekte Amerikaanse verhoudingen), eerder het dunne kinderboekenweekgeschenk van Dolf Verroen, Oorlog en vriendschap, over een jongensvriendschap in de Tweede Wereldoorlog.
En nu lees ik Ik was getrouwd met een communist van Philip Roth, die in personen duikt en in de communistenjacht van de jaren vijftig en zestig.
Intussen werk ik elke dag een aantal uren aan het derde Jordideel.

 

Advertenties