Tags

, , ,

Af en toe kijk ik hier ’s avonds in Madrid naar urenlange praatshows, goed voor mijn Spaans. Moeiteloos weet een panel van deskundigen, journalisten, advocaten onder leiding van een moderator de tijd vol te krijgen. Het nieuws van de dag staat centraal, cruciale beelden worden eindeloos herhaald, vaak in split screen met de discussietafel. En elke avond staat onder in beeld een stelling waarop mensen kunnen reageren. Zoals pas: het bestaat nog, trots zijn op Spanje, trots om Spanjaard te zijn. of dergelijke bewoordingen.
Het ging over wijnen -tien van de honderd beste wijnen ter wereld zijn Spaans. Over de cultuur: flamengo, castagnettes. Veel is de grens over gegaan: de fiestas. Iemand zei: ‘Spanje is siesta, fiesta en iniesta.
Weinig over de twintigste eeuw, met het fascisme en de dictatuur.
We gaan door: nergens zo veel beschermde gebieden als in Spanje.
Het katholicisme komt ook voorbij: de Jezuieten en de kerstening van Zuid-Amerika.
Sport: van voetbal, via het wielrennen naar de tennissers, met voorop Nadal.
Sterk in het gezondheidswezen. Ham in plastic, met daarop: minder zout.
Veel kanttekeningen maar alles bij elkaar toch genoeg om trots op  te zijn.
Ik kijk ook graag naar die shows omdat ze van alles onthullen over sociale, culturele en politieke verschillen en overeenkomsten tussen een land als Nederland (Noord-Europa) en Spanje (Zuid-Europa).
De parlementaire democratie is hier inmiddels heus stevig verankerd, ruim veertig jaar na de beeindiging van de Franco-dictatuur maar gaat op dit moment een nieuwe fase in. Tot nu toe functioneerde die als een tweepartijenstelsel waarin conservatieven en sociaal-democraten elkaar afwisselden als regeringspartijen, maar dat is bij de laatste twee verkiezingen die elkaar snel opvolgden, doorbroken. Twee nieuwe partijen hebben een omvang gekregen waar niemand om heen kan: Podemos, voortgekomen uit linkse protestbewegingen, en Ciudadanos, een gematigde burgerpartij, ik zou zeggen net iets rechts van pragmatische liberalen als het Nederlandse D66.
Opmerkelijk: het nieuwe rechts-extremisme en/of populisme zoals we dat in veel Europese landen inmiddels tegenkomen komt vooralsnog in Spanje niet van de grond.
Ook het linkse populisme zoals de vijfsterrenbeweging in Italie en Siriza in Griekenland valt bij Podemos mee. Europa is niet in de ban gedaan en mensen wordt ook niet alleen maar stroop om de mond gesmeerd met finanaciele beloftes die nooit kunnen worden nagekomen.
Het kost de Spaanse politici nu moeite om een coalitieregering te vormen en het is grappig om dat als Nederlander te volgen. Wij zijn niet anders gewend en nu zie ik dan eens hoe lastig dat is voor degenen die er voor het eerst aan zullen moeten geloven. Tegelijk denk ik: zo slecht is het niet. Maar ook in Nederland, waar het systeem op zich ingeburgerd is zien we hoe moeilijk het is voor de mensen, de bevolking om het onderscheid te maken tussen de eigenheid, het denken en opinies van een partij aan de ene kant en de onontkoombare compromissen aan de andere kant.
*
Sinds 2014 volg ik de opkomst van Pedro Sanchez, hij werd gekozen tot leider van de PSOE, de sociaal-democraten (socialisten zeggen ze hier nog vaak) tijdens mijn zomerweken hier. Ik las interviews met hem en artikelen over hem en dacht: een echte representant van het nieuwe, moderne, vooruitstrevende Spanje.
Maar ik meende dat hij niet de verkiezingen die twee jaar later zouden worden gehouden zou kunnen winnen. Te vroeg, er zat nog rek in de cyclus voor de Partido Popular, de conservatieve partij.
En in zekere zin ook te laat sinds de opkomst van Podemos, in samenhang met en gecombineerd met de algemeen belabberde toestand van de sociaal-democratie in Europa. Dat is dan weer een overeenkomst, iets wat je overal terugziet.
Inmiddels heeft hij inderdaad twee verkiezingsnederlagen geleden, en is hij zelfs al tijdelijk als PSOE-leider opgestapt geweest. Maar hij is terug, hij heeft zich terug geknokt door naar de basis te gaan, naar de mensen, en via die weg kon hij de strijd om het partijleiderschap weer aangaan. Het is hem wel gelukt om bij de verkiezingen groter te blijven dan Podemos, dat is nu zijn sterkte troef.
Deze dagen was ook een van de stellingen tijdens zo’n urenlange show: Pedro Sanchez is geschikt als premier. Het werd geen afgang maar een meerderheid van de mensen krijgt hij nog niet achter zich.
Voorlopig zal de Partido Polular met Rajoy wel door kunnen gaan als minderheidsregering. En ik vrees dat een premierschap voor Sanchez er niet in zit. Tien jaar geleden nog wel, maar nu niet meer. Hij zit bij de verkeerde partij, de partij waar overal de klappen vallen.
Sanchez zou wel een boegbeeld kunnen worden van een nieuwe, moderne sociaal-democratie. Met menselijkheid en menswaardigheid als grondbeginselen.
*
Als er iets gebeurt in een Zuid-Amerikaans land, wordt dat hier ook veel nauwgezetter gevolgd dan bij ons. Een kwestie van geschiedenis en taalverbondenheid. Zoals nu de perikelen in Venezuela waar Maduro, de opvolger van de charismatische Hugo Chavez, die in al zijn zwakte zijn land laat afglijden in een afschrikwekkende armoede, zich meer en meer ontpopt als dictator. De enige manier waarop hij het als machthebber kan redden, in een land met een torenhoge inflatie waar mensen weer vuilnisbelten afstruinen in een zoektocht naar voedsel. Ik dacht dat Zuid-Amerika zo’n situatie voorbij was. En dat in een potentieel rijk land, met die olievoorraden.
Voer voor de avondshows natuurlijk. Urenlang, in split screen. Beelden die herhaald en herhaald worden, en maar praten, in de shots ernaast.
De band tussen de Spaanstalige landen wordt intussen wel voelbaar.

Advertenties