Tags

, , , , ,

In de loop van het jaar met alle bezigheden heb ik nooit naar mezelf gezocht op internet, die egoactiviteit die soms toch nodig is. Egosurfen schijnt het te heten, zag ik laatst.
Te druk, daar kwam ik niet aan toe. Voor je het weet ben je uren bezig, daar kan ik van schrikken. Bovendien is er altijd kans dat je iets tegenkomt waar je mee aan de slag moet of dat je aan het denken zet. Liever kijk ik rond als ik tijd heb, als mijn hoofd vrij is, als het niet uitmaakt wat ik onder ogen krijg. Welke recensie of reactie ook. Iets interessants misschien, iets waar ik op kan inhaken, op kan reageren, kan gebruiken op plekken die ik geschikt vind. Maar ja, die tijd moet je dan ook weer hebben, of kunnen nemen. Of willen nemen.
Alles wat ik wil doen of nodig vind, doe ik vroeg of laat wel, is mijn beeld van mezelf. Maar het een of het ander kan best een flinke tijd op zich laten wachten.
Nu pas heb ik me verdiept in een filmpje dat opgenomen is op de boekenbeurs in Antwerpen, in een reeks ‘van debutant tot bestsellerauteur’. En ik heb ook nu pas opgepikt dat het boek over filosofie en theologie in de jeugdliteratuur al lang uit is. Een hele tijd geleden al kreeg ik via via een paar vragen van de schrijfster, werkzaam aan de universiteit van Leuven.
Tussendoor heb ik me wel eens afgevraagd hoe het er mee stond, zoals wel vaker, en ik ben er niet achteraan gegaan. Nu blijkt dat in dat boek ‘Spinsels van een kater’ genoemd wordt.
Daar kan ik toch hier of daar wel iets mee, net als met dat filmpje. Dat moet ik actiever gaan doen, dat is zinnig. Dat is belangrijk om vast te stellen –iets moet zinnig zijn, en graag weet ik dat zeker van te voren. Ik kan me niet zo veel tijdverspilling veroorloven.
Misschien zou daar toch wat meer ruimte voor moeten komen, en trouwens, wat is tijdverspilling?  Je kunt niet altijd van te voren weten welke activiteit wat oplevert. Een paar uur rondsurfen is niet zinloos. Zolang ik het niet al te vaak doe, tenminste. Ik lees ook, en ik loop ook en ik denk ook, gelukkig maak ik daar wel altijd tijd voor. Het is helemaal niet zo dat er helemaal geen losheid in mijn gang door het hedendaagse leven zit. Bij die bezigheden vraag ik me ook nooit af wat het me heeft opgeleverd.
Laat ik me niet te druk maken, ik herhaal: alles wat ik wil doen of nodig vind, doe ik vroeg of laat wel.
Al mijn verschillende werkzaamheden zetten het schrijven van een boek onder druk, dat speelt hier, maar ook daar hoef ik niet te moeilijk over te doen. Doorgaan, alles op zijn tijd, genieten van de diversiteit, en op het geschikte moment de ene of de andere activiteit wel even extra opporren.
*
Spinsels van een kater past wel in dat boek over filosofie. En wie weet dacht de auteur in dit geval toch ook een beetje aan theologie. Kater Bram voelt zich erg verwant met mensen en vraagt zich af wat er achter kan zitten. Een van de mogelijkheden die hij ziet is dat hij als zoon van God op aarde is gekomen, om in de gedaante van een kater onder de mensen te verkeren. Dit fragment wordt genoemd.
Stiekem schuilen in veel van mijn boeken allerlei verwijzingen naar filosofie, bijvoorbeeld ook in Neil en ik, waar het onder andere gaat over het Zelf. Allemaal op een speelse manier wat mij betreft, Spinsels is ook vast een van mijn meest humoristische boeken –in mijn eigen ogen, dat gaat allemaal heel goed samen.
Ik zag ook lezersrecensies op sites, bijvoorbeeld van Dwaalsporen en Tweesprong, die me eerder ontgaan waren. Opwekkende, stimulerende reacties.
Waar je op stuit, kan natuurlijk veel energie geven. Zo’n filmpje vertelt me veel over mezelf, soms schrikken, bijna te expressief, maar het went,  het is allemaal niet te erg. Geloof ik, vind ik zelf.
Een filmpje zonder geluid kan soms nog erger lijken dan hetzelfde filmpje met geluid. Zonder geluid vallen het drukke gebaren en de beweeglijkheid nog meer op.
Ik kan óók kijken, toekijken, beschouwen, dat past soms ook in de situatie. Maar als ik aan de bak moet en iets wil overbrengen, kan ik me er wel vol ingooien.
*
In Noord Nederland is het nog steeds geen vakantie, op het Haarlemcollege geef ik morgen nog een workshop bij Theater en media.
Net als vorig jaar doe ik er aan het eind van het schoolseizoen nog een reeksje van vijf dubbeluren per klas, dat zijn er deze keer twee. Een kleine introductie in theater, waarin timing, en bijvoorbeeld tijdsbesef, centraal staan.
De leerlingen krijgen opdrachten van vijftien, dertig en zestig seconden. Wat kun je binnen die tijd doen?
Monologen en dialogen, rolopbouw, verhoudingen tussen personages, mise-en-scènes. Inspiratiebron is mijn boek Jordi gebleven, Jordi staat in het midden, en wie staan er om hem heen? Hoe verhouden al die mensen zich tot hem, en hij tot ieder van hen?
Op het eind maakt Frank korte filmpjes, we combineren ook weer met film en filmmuziek. Vorig jaar Hitchcock en dit jaar Fellini. Afgelopen dinsdag hebben we scènes gespeeld met op de achtergrond een scherm met fragmenten van la dolce vita, en ook met een grote rol voor de muziek.
Magische combinaties maken, het levert altijd wat op. De opdracht waarbij we dit deden, draaide ook om combineren, met als resultaat een vorm van absurdisme: twee mensen maken eerst een mise en scène, hoe gekker hoe beter, hoe gestileerder hoe beter, en pas daarna krijgen ze de tekst van een dialoog. En die moeten ze dan wel zo levensecht en zo serieus mogelijk spelen.
En dat dan met op de achtergrond een Fellinifragment, en niet te hard Fellinimuziek.

Advertenties