Tags

, ,

Gisteren heb ik de draad weer opgepakt, het was een intensieve dag die om 8.10 op een school in Antwerpen begon. Om kwart voor twaalf had ik daar al twee blokken achter de rug.
Ik had precies genoeg tijd om iets na half een de trein naar Gent te pakken, voor een retourtje. Daar heb ik een hele middag met een groep voor VERS debat en essay gewerkt.
Wel lekker dat ik er stevig tegenaan moest, zo raakt die hele beroving alleen maar sneller op de achtergrond. Het is alsof de invloed ervan niet zo groot is, alles gaat in rap tempo door. Maar ik blijf natuurlijk wel bezig met de oplossingen. Ik probeer te redden wat er te redden valt.
Voldongen feiten accepteer ik zo snel mogelijk en vervolgens probeer ik er de beste antwoorden op te vinden. De eerste berichten over klassen die in hun geheugen aan het wroeten zijn, komen binnen. Ze zijn meer dan veelbelovend.

De rest van de week moet ik een vroeg ritme aanhouden, meestal om 8.10 beginnen. Eigenlijk heb ik amper tijd om van het ontbijt te genieten dat vanaf zeven uur gereed staat.
Ik heb het niet slecht in die fraaie kamer. Vorige week verbleef ik in Gent in het Monasterium, ook al een voormalig klooster, maar het verschil kan bijna niet groter zijn. Elzenveld is een modern hotel geworden met alles erop en eraan, ik zit nu in een ruime kamer, kijk uit op een groot televisiescherm, zitje tot mijn beschikking, secretaire, uitgebreide badkamer, volle spiegelwand, noem maar op. Het klooster is vooral aan de buitenkant nog te herkennen, en ook wel in de gangen waar oude spullen staan.
In het Monasterium ademt alles nog het oude klooster. Ik zat daar in een kleine kamer, ‘zoals de paters vroeger leefden’, zei een dame van het hotel trots. Het tapijt zag er wat smoezelig uit en het kapstokje kwam scheef te hangen doordat een plug uit de muur viel. Het lag niet aan wild gedrag van mij, wie gelooft me? Wat oude, simpele meubels, een wastafel, een douche buiten de kamer (met het oog daarop een witte ochtendjas en te kleine slippers) en geen televisie. Gelukkig had ik toen mijn laptop nog, elke dag keek ik naar een gemist programma, meestal kwam ik niet aan meer dan drie kwartier. Geen enkel probleem dus, ik had het ook daar best naar mijn zin. Genoeg te doen. In de lange gangen met plavuizen vloeren langs de wanden kandelaars, beelden en andere spullen die je  in een klooster kunt verwachten. Een kapel is er nog volledig intact, een niet te kleine kerk eigenlijk, er wordt van alles georganiseerd, daar kwam ik altijd langs als ik naar binnen of naar buiten ging.
Het grappigste vond ik nog wel dat ik daar dat simpele kamertje elke ochtend combineerde met een heerlijk, uitgebreid ontbijtbuffet. Allerlei broodjes, kazen, vleeswaren, cakejes, paté’s, spek en crumbled eggs, kippenpootjes zelfs, noem maar op. Allemaal opgediend in een enorme zaal, een vroegere refter neem ik aan. Soms zat ik daar alleen, ook af en toe met een groepje bouwvakkers die rond het gebouw bezig waren. En een keer met collega Ineke.

Advertenties