Tags

,

Gisteren, zaterdagavond, ruim een dag na de beroving, trok ik in een kamer op Elzenveld, een voormalig klooster midden in Antwerpen dat nu een aangenaam hotel is, en ik nam er mijn gemak van. Geen druk programma in de stad, zoals een eerder plan, maar lekker op mijn kamer, vooral lezen.
En vanochtend niet te vroeg en niet te laat ontbijten. Daar heb ik de tijd voor genomen, en van genoten. Ik moest verkassen naar een kamer die voor me gereserveerd was en waar ik de rest van de week zal blijven.
Een riante kamer met een zitje en een heuse secretaire, zo’n welgevormd bureautje met laatjes waaraan je je allerlei historische personen kunt voorstellen.
Hier red ik het voorlopig wel, en ik kan rustig verder met de bezigheden die voortkomen uit de beroving. Mensen inlichten, oplossingen zoeken enzovoorts.
Ik wil de ‘getroffen’ klassen vragen om uit hun geheugen de verloren gedichten op te diepen. Wie weet hoe ver ze komen. Ik heb ze allemaal als geheugensteun digitaal de werkbundel met de gedichten van de genomineerde dichters voor de VSB-poëzieprijs en de bijbehorende opdrachten gestuurd, hun bronnen tijdens het werk. Hopelijk kunnen ze het schrijfproces zo makkelijker terughalen. Iemand zei al: interessante vervolgopdracht eigenlijk.
Niets is eenduidig.

Aan het eind van de middag ben ik de stad ingegaan om nog wat pennen, een notitieblok en een kleine agenda te kopen. Ik was net op tijd in een groot winkelcentrum om alles te kunnen krijgen wat ik wilde hebben. Tel uw zegeningen.
De materiële schade blijft voor mij een ondergeschoven kindje, ik regel wat nodig is en verder maak ik er me niet al te druk om. Het is de vraag of dat ook zo zou zijn geweest als ik alleen maar materiële schade zou hebben gehad. Mijn idee is dat ik me er dan echt drukker over zou hebben gemaakt.

Advertenties