Tags

, , ,

Mijn nieuwe boek, Jordi, is uit en ik ben het nu als boek aan het lezen. Ik wil weten hoe dat is.
Met het omslag ben ik heel blij, het ontwerp, de helderheid én subtiele verwijzingen waarvoor je goed moet kijken, de kleuren, het rood op het golvende lichtgrijs, het beetje zwart, de gitaar op de achterkant.
Op het Haarlemcollege heb ik de afgelopen weken met de derde klas van de theaterafdeling aan een filmpje  gewerkt over het boek. Moet je het een trailer noemen?
Iets te beperkt, nee, eigenlijk wil ik het gewoon een kort filmpje over het boek noemen. Dat iets vertelt over het boek, iets blootlegt, en vragen oproept.   
Dhiraj, een jongen die net eindexamen heeft gedaan, en dus niet in de derde klas zit waarmee ik hieraan werk, speelt Jordi. Hij komt het dichtst in de buurt, hij speelt gitaar, maakt muziek. In de scenes waarin hij zit, speelt hij overtuigend. Allemaal kort, hij doet ook een stuk of vier kleine monologen, die een lijn in het verhaal uitrollen.
De opnames zijn nu klaar, nu wordt het een kwestie van monteren en samenstellen. Dat gaat Frank doen.
Aan het eind van de zomervakantie zal het klaar zijn, dan kan ik het gebruiken in mijn campagne. Daar moet ik dan voluit mee gaan. Ook de moeite waard voor de deelnemers.
Carné, die net als Dhiraj eindexamen heeft gedaan, is opgetreden als co-regisseur. Vorig jaar hebben we samen gewerkt aan Feesten van angst en pijn, gedichten van Paul van Ostaijen, waar we met een toenmalige derde klas een filmpje van hebben gemaakt. Echt een talent, die jongen, een regietalent, de afgelopen tijd hebben we ons ook nog samen gebogen over ‘Ovidius’. Onze samenwerking verloopt heel soepel, zo soepel dat we halverwege het werken aan Jordi even niet doorhadden dat we goed moesten blijven overleggen. Dat veroorzaakte direct wat onduidelijkheid, zeker ook aan de klas, maar dat hebben we snel kunnen herstellen. We konden weer door zoals we dat inmiddels gewend zijn.
*
Op heel veel manieren kan ik naar ‘Jordi’ kijken, en heel veel van wat ik zie of hoor kan ik met het boek verbinden. Zo werd in een televisieprogramma, dat maatschappelijke ontwikkelingen met een filosofische bril bekijkt, het begrip ‘toewijding’ behandeld. Filosoof Ad Verbrugge sprak over ‘intrinsieke motivatie’, bijvoorbeeld bij muzikanten, hij noemde singer-songwriters. ‘Als mensen zien dat je iets doet wat je werkelijk wilt, dat je iets doet wat je werkelijk wilt, pak je ze’, zei hij met zoveel woorden.
Dit slaat helemaal op Jordi. Hij heeft een sterke intrinsieke motivatie. De stap om in de openbaarheid te treden, vindt hij heel moeilijk. Zelfs, of misschien wel vooral  tegenover degenen die hij goed kent en om wie hij geeft. Het gaat hem vooral om wat in hem leeft, om het uitdrukken van wat hem bezighoudt. 
In hoeverre doen de anderen ertoe? Ja, ze doen ertoe, natuurlijk wil hij op een dag wat hij maakt met anderen delen, maar hij kijkt heel bevreemd naar klasgenoten die allereerst beroemd willen worden en vervolgens iets gaan zoeken waarmee ze dat doel kunnen bereiken. 
Zo jong als Jordi is en hoe veel tijd hij ook heeft om zijn talent op zijn eigen manier te ontwikkelen, van alle kanten flitsen invloeden op hem af en wordt er een beroep gedaan op zijn vaardigheid om zich niet op te laten jagen.

Advertenties