Tijd van de afrondingen, eindpresentaties en voorstellingen aan het slot van het seizoen. Eergisteren in de Ridderzaal van het Muiderslot de finale van Kasteeljuweel gehad, met een winnares (van het IVKO in Amsterdam) die best eens verder zou kunnen gaan met schrijven. Gedreven is ze, met overgave heeft ze een gedicht geschreven en als veel deelnemers heeft ze zich laten inspireren door het slot, de tuinen, de personages die er geleefd hebben. Alles mocht, spelen met de tijd, personificatie van gewassen, dieren en verschijnselen, mensen van toen in het nu plaatsen en anderson, en alles is gebeurd. Meisjes fantaserend over het wel en wee van het leven en de liefde, soms diepgravend met filosofische tinten, de jongens vaak hakend aan de stoerheid van het slot en aan de band van P.C. Hooft met Amsterdam, niet zelden humoristisch of een glimlach oproepend: Amsterdam zie ik uit mijn kamer/ ik kijk over de zee en de kade/ als mijn baas dicht/ blaf ik hem woorden voor/ de baas roept/ ik moet met hem mee/ hij kietelt mij op mijn buik/ ik heb mijn werk goed gedaan.
Winnares Roos in Dagboek van het Muiderslot: ik sterk en afgespiegeld/ naar de macht en wil/ van mijn rijkelijk beschreven meester/ herken mijzelf/ -/ Er waren dagen en nachten dat ik dacht/ dat ik was vergaan, zo ondergedompeld/ vervormd en gekneed zoals ze mij wilden. 
Dit jaar hebben we gestimuleerd dat de deelnemers woorden uit het werk van P.C.Hooft gebruikten, en dat leverde mooie fragmenten op: hij is in de moestuin en blij/ dat hij buiten is om te plukken/ hij gebruikt leidsterren van de nacht nu/ overdag. Of: Door de lente heen schemert de winterse kaalheid/ de eerste zachte lentewinden dwarrelen door de lucht/ genoeg voor een tederzoete glimlach.

In het MC-theater op het Westergasfabrieksterrein in Amsterdam werd de finale van het VERS-scholierendebat over poëzie wéér gewonnen door Atheneum Gentbrugge, voor het derde jaar op rij. Hopelijk laten de andere scholen dat niet op zich zitten, maar echt: de deelnemers van de Open schoolgemeenschap Bijlmer, van het Twickelcollege in Hengelo, het Haags Montessorilyceum en Lyceum Deurne hoefden zich nergens voor te schamen, integendeel. Altijd wisten ze argumenten vóór of tegen stellingen als ‘Hoe toegankelijker een gedicht, hoe beter’ of ‘Een gedicht met veel herhaling is gemakzuchtig’ te vinden. Oók als ze tegen hun eigen oordelen moesten ingaan, volgens de regels van het spel. 

De meiden met wie ik vorig jaar al werkte aan de Ovidiusvoorstelling op het Haarlemcollege keerden voor even terug naar deze school, voor wat repetities én een voorstelling. Opmerkelijk hoeveel er na maanden van was blijven hangen, de repetities verliepen daardoor heel soepel. Heerlijk om materiaal van twee duizend jaar geleden te gebruiken om de chaos van nu uit te beelden, en woorden als overmoed en hebzucht millennia te laten overbruggen. Een voorstelling waar ik naar inhoud en naar vorm uit zal blijven putten. De vermenging van groepsscenes en kleinere scenes, de mix van beweging, dans en spel, het acteren.

Ovidiusproductie, Haarlemcollege, 2012/2013

Ovidiusproductie, Haarlemcollege, 2012/2013

Ik werk veel met middelbare scholieren, van alle niveaus, maar ook met basisschoolleerlingen, zoals in de Talententuin, een naschoolse activiteit in het Jan van der Heidenhuis. Altijd gaven we twee voorstellingen per jaar in het Ostadetheater, vanwege bezuinigingen tegenwoordig in onze eigen, bescheidener, theaterzaal. Dit jaar hebben we gewerkt een een voorstelling gebaseerd op een combinatie van Annie en Oliver Twist (wij nemen altijd veel vrijheid) en het laatste halfjaar aan onze versie van The Wizard of Oz. Altijd een feestje met dans, circus, theater en vormgeving (décor), met drie vaste docenten en een groepje stagiaires. De laatsten vertrekken nu weer, na de laatste voorstelling deze maand, altijd jammer, maar elk jaar nieuw bloed hoort hierbij, dat geeft een onophoudelijke dynamiek.
De deelnemende kinderen worden steeds jonger, minder tien-, elf-, en twaalfjarigen. Dat vergt ook onophoudelijke aanpassing en soms moet ik oppassen dat ik niet te veel vraag van jonge kinderen uit de groepen drie en vier. Voor hen moeten tekstjes heel simpel zijn, ze moeten niet te veel uit het hoofd hoeven te leren, het beste werken opdrachten die ze als groep kunnen uitvoeren en allerlei elementen van herhaalbaarheid hebben.

Advertenties