In Berlijn heb ik alleen maar een paar natte vlokken sneeuw mogen meemaken, in tegenstelling tot de vorige keren, en in Londen werd het wel wat koud, maar een overtuigende winter of sneeuw, nee.
Van winter hoorde ik voor het eerst vorige week vrijdag en zag ik pas wat op zaterdag, hier in Gent liggen nu de grachten dicht. De tijd ligt stil, is zelf bevroren, de zeventiende eeuwse schilders kunnen hun hart weer ophalen.
Onder de rook van de St. Baafs logeer ik in hotel ‘de kathedraal’, tot vandaag met Ilonka, die inmiddels naar huis is.
‘s Ochtends loop ik in alle vroegte binnen twintig minuten in een tijdloos middeleeuws decor dwars door de oude stad naar de school waar ik lessen geef, de Wispelberg in de Wispelbergstraat.
Een zwak zonnetje maakt het beeld soms nog aantrekkelijker, maar ik heb het niet nodig.
Bijna elf jaar geleden was ik hier heel gelukkig. Het was juli en met mijn ouders liep ik naar de St. Baafskathedraal, om daar het lam Gods van de gebroeders van Eyk te bekijken.
Op een hoek van het plein voor de kathedraal bevond zich een Standaard-boekhandel. Nog steeds.
Het was een kleine maand na het uitkomen van mijn eerste boek, Dwaalsporen.
‘Zullen we eens kijken of mijn boek daar staat?’ riep ik vol goede moed. Niet dat ik er echt in geloofde, het was nog te onwerkelijk. Nota bene over de grens, al publiceerde ik bij een Belgische uitgeverij (niet voor niks, ik heb wel wat met dit sprookjesachtige land.)
Maar jawel, er stonden maar liefst twee exemplaren van mijn boek.
Mijn arme, lieve ouders moesten het de hele middag horen, en vooral tijdens het eten.
Nu loop ik weer elke dag langs die boekhandel, en gisteren bezocht ik met Ilonka de Gravenburcht, waar ik ook met mijn ouders na de ontdekking van de twee boeken in de boekwinkel rondliep.
Daar, in die Gravenburcht, moet ik toen, elf en een half jaar geleden, heel gelukkig zijn geweest.
Nu ook, ik ben hier nu ook gelukkig.
In de bibliotheek vonden we van al mijn boeken een exemplaar, een aardig rijtje bij elkaar, op de laatste na, Het jaar van de onthullingen. Allemaal uitgeleend natuurlijk.
Vanochtend was er een meisje in een klas, dat mijn voorlaatste boek, Het jaar van de veranderingen, het eerste deel van het tweeluik over Astrid, had gelezen. Altijd plezierig natuurlijk.
Hier kan me dat dan weer overkomen, In Berlijn of Londen helaas niet.
Niet getreurd. Zodra boeken bestaan, kan er altijd van alles gebeuren. Niets is zeker en alles kan.
Gisteren zei een meisje tegen mij: ‘Je hebt zo’n leuk accent. Ik wil ook zo’n accent.’
Voor het eerst dat ik dit hoorde.
Taal is klank, poëzie is ook klank. In Berlijn en Londen wilden scholiren altijd dat ik een gedicht in het Nederlands voorlas. Altijd genietende, licht glimlachende gezichten.
Waarschijnlijk konden ze er hun fantasie op loslaten.
Wij kunnen ook genieten van een in een onbekende Afrikaanse taal gelezen gedicht. En ééns in de zoveel tijd willen wij een Italiaanse hit, we verstaan er niks van, maar wat klinkt het lekker.
Midden in het centrum staat een man met een kar vol Gentse neuzen. Gemaakt van Arabische gom. En frambozen, of iets vergelijkbaars.
Een tram gaat daar naar ‘Moscou’, een pleintje heet ‘klein Turkije’ en een straat ‘Catalonie”.
Hier in Vlaanderen zeggen ze: ‘zeker en vast’ in plaats van ‘vast en zeker’.
Een lerares geeft ons gelijk: ‘Eerst moet iets vast zijn om zeker te kunnen zijn’.
De Belgen draaien meer om (alweer wordt weeral), al blijft het natuurlijk altijd de vraag wie nou eigenlijk degenen zij die wat omdraaien.
Gisteravond zagen Ilonka en ik ‘Messen in hennen’, in het Minardtheater, dat ruim honderd jaar bestaat.
Het ziet er authentiek oud uit, niet verwaarloosd, al zou je dat kunnen denken, als je niet goed kijkt. Echt oude houten, zachtgroene lambrizeringen.
Voor we gingen eten liepen Ilonka en ik langs het theater. Sabri Saad El Hamus speelde mee, zagen we, De Egyptisch Nederlandse acteur, die veel in praatshows optrad in de eerste maanden van de Egyptische opstanden.
Ik heb bewondering voor hem, hij is iemand die niet eens heel jong was toen hij in Nederland arriveerde en toch spreekt hij vrijwel accentloos Nederlands. Wilskracht, zei Ilonka.
We streken neer in een eenvoudig, uitnodigend niet steriel wokrestaurantje, er zat bijna nog niemand, wel een man bij het raam en na een tijdje dacht ik: het is Sabri Saad El Hamus.
Tegen de tijd dat hij ons na het afrekenen passeerde, sprak ik hem aan, zei dat we voor het theater hadden gestaan en vroeg of er nog kaartjes waren. Hij verwachtte van wel, ook al was het ‘uitverkocht’ en hoopte ons na afloop te apreken.
Een aimabele man, die snel een hand op je arm legt.
Ilonka en ik waren onder de indruk van de voorstelling, Wim Opbrouck speelt fenomenaal een boer, in de driehoeksverhouding met zijn jonge vrouw en een molenaar. ‘Dat Vlaams maakt het ‘, zei Ilonka.
Dat zangerige, golvende, melodieuze vlaams.
Het past zo bij die robuuste ruwheid van het platteland, maar zouden de Vlamingen er niet totaal anders tegenaan kijken?
De forse gestalte van Opbrouck maakt zijn personage af. Een schraal mannetje had deze rol nooit kunnen spelen.
Gruwelijk middeleeuws platteland, afkeer van het vreemde, de vrouw wil ontsnappen aan de benepenheid. Ze krijgt niet de liefde die ze wil, al lijkt ze in het begin echt om haar man te geven, in alle opzichten, ze daagt hem ook seksueel uit. Die man die voor zijn paarden kiest.
Uiteindelijk valt ze toch voor de molenaar die leest en schrijft en vreemd gevonden wordt. De vreselijkste roddels doen over hem de ronde, hij zou zijn vrouw en kind vermoord hebben.
De gevolgen zijn niet misselijk. De schrijver van het stuk past in de traditie van de nietsontziende heftige moderne toneelschrijvers Sarah Kane en Mark Ravenhill.
Stukken over achterdocht, venijn, xenofobie.
Ik moest soms aan Wilders denken.
Een lerares vertelt over de verwarring van het vlaams.
Vroeger was het duidelijk: thuis werd er behoorlijk plat gepraat, op school beschaafd nederlands.
Nu willen ouders dat niet meer, ze praten thuis niet plat meer, maar echt algemeen beschaafd nederlands wordt het ook weer niet. Dat tussentaaltje sluipt nu de school in.
Het gevolg is dat leerlingen volgens haar meer moeite hebben om het Nederlands te volgen, paradoksaal genoeg.